Als schilder en ambachtsman zoekt Vincent de Boer naar poëzie en nuance in de kalligrafische lijn. Hij verkent de grenzen van taal vanuit de vraag of één enkele letter een volledig verhaal kan vertellen en één lijn een universum kan openen. Gefascineerd door de sporen die een beweging achterlaat, onderzoekt hij zelfopgelegde technische uitdagingen. Hoewel kalligrafie vooral bekendstaat als een middel om tekst vorm te geven, richt De Boer zich op de mystieke tegenstellingen die erin besloten liggen: de diepte van een plat vlak, een transcendent gevoel van tijd en een ongrijpbare tactiliteit.