Voor deze serie glassculpturen gebruikt Lisette Schumacher de vorm van de baksteen als fundamenteel bouwblok. Met verwijzingen naar de architectonische taal van onder anderen Mies van der Rohe, Alvar Aalto en Le Corbusier benadert zij de baksteen niet alleen als constructief element, maar als een modulair systeem waarmee ritme, balans en ruimtelijkheid worden opgebouwd.
Binnen haar praktijk vormt de baksteen het vertrekpunt voor gestapelde en zorgvuldig gecomponeerde sculpturen. Door te spelen met variaties in schaal, proportie en plaatsing ontstaan werken die de helderheid van modernistische architectuur oproepen, terwijl ze tegelijkertijd een meer intuïtieve en ruimtelijke benadering van vorm introduceren.
In plaats van traditionele stenen werkt Schumacher met massieve, handgegoten Venetiaanse glasblokken. Deze variëren van herkenbare rechthoekige vormen tot meer langgerekte en vloeiende varianten, waardoor een breder sculpturaal vocabulaire ontstaat binnen de serie.
Het gebruik van gekleurd glas is essentieel in dit werk. Het translucente oppervlak vangt en breekt het licht, waardoor diepte, reflectie en subtiele verschuivingen in waarneming ontstaan. De sculpturen reageren hierdoor continu op hun omgeving en versterken Schumacher’s onderzoek naar de relatie tussen kleur, licht en architectonische ruimte.