Haar eerste handeling tot een kunstwerk is het willekeurig vouwen, opzettelijk kreuken, ja frommelen van het canvas. De resulterende licht-donker schakeringen inspireren haar om een eerste kleur aan te brengen met sprankelende spuitverf. Met slechts enkele andere kleuren herhaalt zij deze stap, zodat ook vanzelf de mengkleuren ontstaan. Tenslotte wordt het doek strak gespannen op een stevig aluminium frame.
Naast de puur zwart-wit-grijze werken zijn de kleurrijke schilderijen uitbundig te noemen. Ook in de toegekende titels van haar werken is de opgeruimde en spirituele aard van de kunstenaar te bespeuren. De voorstellingen ogen luchtig, zijn nergens ‘dicht’ geschilderd, maar nog steeds lichtdoorlatend. Zodat de kijker zelf in deze landschappen mijmerend kan ronddwalen.