In Teylers (ghost) (2019) ondergraaft Katrin Korfmann het idee van het museum als stabiele, overzichtelijke ruimte. Wat zich in het Teylers Museum aandient als een helder geheel, blijkt een geconstrueerd beeld—samengesteld uit honderden opnames waarin tijd is samengedrukt.
Bezoekers verschijnen als sporen van beweging, niet als individuen. Ze activeren de ruimte, maar lossen er ook in op. Tegelijk verliezen vitrines hun functie als dragers van betekenis en worden ze onderdeel van een visuele structuur van kaders binnen kaders.
Korfmann laat zien dat kijken geen neutrale handeling is, maar altijd gestuurd en gecomponeerd. Wat vertrouwd lijkt, verschuift ongemerkt: overzicht wordt fragmentatie, herkenning slaat om in twijfel.
Het werk is daarmee geen registratie van een museum, maar een precieze ontregeling ervan—een beeld dat zich langzaam ontvouwt en juist daarin zijn kracht vindt.