Daar waar de aarde vet is
De schilderijen met de titels: ‘Daar waar de aarde vet’, is verwijst naar
een beeld uit de poëzie van Baudelaire: een plek waar leven en verval
samenvallen, waar groei alleen mogelijk is dankzij wat is vergaan.
Het is geen idyllisch landschap, maar een geladen bodem - rijk, donker en
doordrenkt van tijd.
In deze schilderijen wordt schoonheid niet gepresenteerd als iets zuivers of
onaangetasts. Ze ontstaat juist daar waar het tijdelijke, het lichamelijke en het
vergankelijke samenkomen. Zoals bij Baudelaire draagt schoonheid altijd een
schaduw met zich mee: ze bloeit op uit het onvolmaakte en verdwijnt op het
moment dat ze wordt herkend.
De aarde is hier niet alleen grond, maar herinnering. Wat zichtbaar is, is het
resultaat van wat verdwenen is. Schoonheid wordt zo een moment van
spanning - tussen aantrekking en verval, tussen verlangen en verlies. Niet
bedoeld om vast te houden, maar om te ervaren zolang het kan.