Sinds de jaren 1960 ontwikkelt Willy De Sauter een oeuvre waarin reductie en herhaling centraal staan. In het vroege monochrome doek dat hier wordt getoond, ontstaan lijnen door het doek zelf te vouwen: de geometrie is niet op het oppervlak aangebracht, maar wordt door de materie gevormd. In de latere monochrome panelen wordt die zoektocht naar essentie verder doorgedreven. Laag na laag brengt De Sauter krijt en lijm, soms vermengd met pigment, aan op houten panelen. Verschillen tussen mat en glad, sporen van borstel of plamuurmes en het veranderende licht maken zichtbaar hoe rijk een ogenschijnlijk gereduceerd oppervlak kan zijn. Het is een doorgedreven zoektocht naar wat schilderkunst in wezen kan zijn — wat De Sauter zelf omschrijft als fundamentele schilderkunst.