In rodolphe janssen in Brussel is tot en met 18 december een solotentoonstelling te zien van de Belgische kunstenaar Léon Wuidar. De tentoonstelling ‘La peinture au quotidien, 2001-2021’ (‘Dagelijks schilderen, 2001-2021') loopt parallel aan een retrospectief in MACS, het Museum voor Hedendaagse Kunsten van Grand-Hornu, dat zich bevindt in een historisch industrieel mijnbouwcomplex in de Belgische provincie Henegouwen.
Beide tentoonstellingen richten zich op zijn oeuvre van de afgelopen twintig jaar, omdat de uit Luik afkomstige schilder zich pas in 1998, op zestigjarige leeftijd, wijdde aan zijn tweede carrière, na veertig jaar te hebben gedoceerd op de kunstacademie. Vanaf dat moment heeft Wuidar zich fulltime gericht op zijn schilderwerk.
Precisie, discipline en humor vormen de basis van het werk van de Belgische kunstenaar. Vormen, lijnen en kleuren worden daarin op een harmonieuze manier samengebracht. Zijn geometrisch abstracte vormen vinden hun inspiratie in de architectuur, een discipline dat zich eveneens bezighoudt met bepalende elementen als licht, ruimte, volume en perspectief. Zijn vriendschap met architect Charles Vandenhove is bepalend geweest voor zijn werk. Ze werkten onder andere samen in een project voor het Sart Tilman Hospital, waaraan ook Daniel Buren, Niele Toroni en Sol LeWitt deelnamen. Wuidar maakt zijn werk bovendien in een door Vandenhove ontworpen huis uit de jaren zeventig: een brutalistisch en functionalistisch pand dat wordt omringd door de natuur. Zijn jeugd in Luik, net voor en na de oorlog, vormde eveneens een belangrijke inspiratiebron voor zijn werk.
Wuidar, inmiddels 83, ervaart op dit moment een wezenlijke herwaardering van zijn werk. In 2020 was zijn werk nog te zien in een groot retrospectief in Museum Haus Konstruktiv in Zürich, en nu volgt ook zijn eerste belangrijke solotentoonstelling in een Belgisch museum. Verder is zijn werk onder meer tentoongesteld in het Vandenhove Centrum voor Architectuur en Kunst in Gent, de White Cube in Londen en L’Espace du Dedans in Lille. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling publiceren rodolphe janssen en White Cube een nieuwe monografie over zijn werk, met daarin bijdragen van Denis Gielen (directeur van MACS) en niemand minder dan Hans Ulrich Obrist.