In galerie Nuweland is momenteel de solotentoonstelling 'Broken Tools' van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Dale Lawrence (1988) te zien. Met zijn muurwerken, installaties en werken op papier presenteert Lawrence zijn ideeën over kunst als een set gereedschappen voor menselijke communicatie en gedrag, inclusief alle vraagstukken die daarbij horen zoals efficiëntie versus disfunctioneren, geweld versus genezing en macht versus onderdrukking. ‘Broken Tools' presenteert een serie werken van de afgelopen zes jaar waarin de kunstenaar de mogelijkheid en onmogelijkheid verkent om gevestigde systemen te repareren op basis van historische feiten en menselijke relaties.
Lawrence: "We willen graag dingen 'repareren'. Maar je kunt een gebroken systeem niet repareren zonder gebroken gereedschap. Ik bedoel: je kunt een systeem wel willen veranderen of aanpassen, maar als het systeem op zichzelf niet deugt, kun je het in wezen ook niet repareren.”
MK U bent al eerder in Nederland geweest. Hoe is het om terug te zijn?
DL Wat me opvalt is dat alles werkt in dit land. En dat is nieuw voor mij als Zuid-Afrikaan. Ik heb veel gereisd, maar het niveau van efficiëntie in Nederland is indrukwekkend en dat geeft me soms een ongemakkelijk gevoel. Ik ben eraan gewend dat dingen niet functioneren en ik realiseer me dat die situatie tot op zekere hoogte ruimte schept om zaken in twijfel te trekken of kapot te maken, alsof ze niet opgelost hoeven te worden. Als je de indruk hebt dat dingen functioneren ben je minder geneigd je af te vragen of wat functioneert ook daadwerkelijk ok is. We waarderen efficiëntie als een manier om onze problemen op te lossen, als vooruitgang, als deel van de toekomst - terwijl efficiëntie in werkelijkheid een kwestie van hyperzuivering is van problemen die dezelfde ‘efficiënte’ systemen hebben gecreëerd.
MK Je bent een Zuid-Afrikaanse kunstenaar die kunst studeerde in Kaapstad. Kunt u ons iets vertellen over uw artistieke opleiding?
DL Ik heb visuele communicatie en grafische vormgeving gestudeerd, gevolgd door beeldende kunst aan de universiteit. De onderwijsstructuren in Zuid-Afrika zijn gebaseerd op westerse ideeën en methoden, maar de wijze waarop ik die interpreteer moet je zien vanuit een Zuid-Afrikaans perspectief.
MK Kun je dit aan de hand van een voorbeeld illustreren?
DL Ik ben geïnspireerd door- en verwant met Beuys' concept dat creativiteit essentieel is voor wat het betekent om mens te zijn, om als mens te leven. Hoewel ik denk dat Beuys' utopische visie te kort schiet - dat is mijn persoonlijke mening, wellicht beïnvloed door waar ik woon - omdat we in een wereld leven van voortdurend en toenemend geweld. Voor Beuys bijvoorbeeld stond een materiaal als vet voor genezing en vitaliteit. Voor mij vertegenwoordigt het de verschuivende aanvaardbaarheid van geweld. Ik denk dat Beuys niet inzag dat het menselijk geweld dat hij in de Tweede Wereldoorlog veroordeelde, niet verschilt van het de gewelddadige systematische manier van het afslachten van dieren die tot op de dag van vandaag plaatsvindt en waar we ons als mensen maar langzaam van bewust worden.
In Afrika gaan utopische visioenen hand in hand met aanhoudend geweld - niet in de zin van een gebeurtenis als een oorlog die weer ophoudt, maar als een gelijktijdige dagelijkse realiteit. Wanneer dierlijk vet zich in een sculpturale vorm aan de muur presenteert, ziet het er prachtig uit. Maar daaronder schuilt een pijnlijke tegenstrijdigheid, aangezien de levenskracht van het materiaal - zijn genezende/voedende/verrijkende kwaliteiten onlosmakelijk verbonden zijn met het geweld dat op de dieren wordt uitgeoefend om datzelfde materiaal te verkrijgen.
Vanuit een Zuid-Afrikaans perspectief zie ik niets dan geweld en hebzucht in een materiaal als vet: ook in de vorm van een kunstwerk aan de muur zie ik niets anders als verstomd geweld. Ik ben geïnteresseerd in de vraag hoe vet, als je het aan de muur van een galerie hangt, wordt ervaren. Als ‘onschuldig’ materiaal? Het ziet er inderdaad mooi uit, zo mooi als marmer, maar het vertegenwoordigt geweld. Dus het materiaal op zich is niet ok. En dit 'niet ok-zijn' is gerelateerd aan de 'gebrokenheid' van de ontwikkelde wereld ten opzichte van landen als Zuid-Afrika. Het ‘gebroken’ gedachtengoed van de westerse wereld, is inmiddels ons probleem geworden.
MK Waar komt de titel 'Broken Tools' vandaan?
DL De titel heeft te maken met het idee dat we graag dingen 'repareren'. Maar je kunt geen gebroken dingen of een gebroken systeem repareren als je geen gebroken gereedschap hebt. Ik bedoel, je kunt een systeem wel willen veranderen of aanpassen, maar als het systeem op zichzelf niet deugt, repareer je in feite niets. Culturele systemen geven informatie door aan politieke en economische systemen, en daarmee bedoel ik dat cultuur voorafgaat aan de politiek en de economie. In die zin is kunst primair, omdat het een fundamentele rol speelt in het aanpakken van kwesties met betrekking tot macht en geweld.
MK In je werk is er vaak een dubbele relatie tussen verschillende objecten. Alsof je een dialoog wilt visualiseren tussen verschillende werkelijkheden of gedachten.
DL Dat is juist. Het gebruik van vet bijvoorbeeld weerspiegelt andere samenvoegingen in de tentoonstelling: die van de twee stoelen, de ene met verlengde en de andere met ingekorte poten, en van de ingelijste reliëf-linosnede en het vernietigde drukblok. Het zijn allemaal elementen die deel uitmaken van hetzelfde proces. Daarom zijn ze met elkaar verbonden. Evenals de twee rugbytruien die aan de kapstok hangen en het Zuid-Afrika van na de Apartheid symboliseren in de personen van Nelson Mandela [de legendarische anti-apartheidsrevolutionair en de eerste zwarte president die een democratische verkiezing won, MK] en Francois Pienaar [de beroemde Zuid-Afrikaanse rugbyvoetballer die het Zuid-Afrikaanse nationale team naar de overwinning leidde in het wereldkampioenschap rugby van 1995, MK].
MK Kun je de installatie 'Tragedy of the Rainbow Warriors (naar Jannis Kounellis en Francois Pienaar)' met de Lay's chip-verpakkingen, de Springboksupporters-truien, een plank, een olielamp en een kapstok toelichten?
DL Die installatie heeft direct te maken met de baanbrekende invloed die kunstenaar Jannis Kounellis (1936-2017) heeft gehad op mijn artistieke ontwikkeling en met name het gesprek tussen hem en Joseph Beuys dat de betekenis van zijn werk samenvat. Tijdens dat gesprek praten ze over de Keulse kathedraal als symbool voor verbinding tussen mensen. Hij staat voor een gemeenschappelijk geloof - wat dat ook moge zijn. Ik hoorde dat de kathedraal het enige gebouw in Keulen was dat tijdens de Tweede Wereldoorlog niet werd verwoest. Terwijl de hele stad werd platgegooid en zwartgeblakerd achterbleef, veranderde de kathedraal op dat moment in een symbool op dezelfde manier waarop Kounellis kunst beschouwt: de kathedraal ging van iets van een bestaand, ontworpen gebouw naar iets dat dient als een container van historische feiten en sociale relaties. De vernietiging van de stad was eigenlijk het kunststuk. Ik vond die visie heel bevrijdend en het daagde me uit om meer inhoud aan mijn werk te geven en me op een concretere manier tot de wereld te verhouden.
Ik wilde meerdere lagen van betekenis toevoegen aan mijn werk, niet gebaseerd op verhalende beelden maar op een combinatie van ingrepen geconcentreerd in een ruimte. Net als de kathedraal begon ik ieder afzonderlijk werk dat ik maakte te beschouwen als een symbolen voor mijn ideeën. Het werk met de Lay's-chipsverpakkingen en de kapstok is een directe verwijzing naar de 'Tragedia Civile' van Jannis Kounellis, die ik interpreteerde aan de hand van een foto en aanpaste aan mijn eigen, Zuid-Afrikaanse interpretatie, aangezien het rechtstreeks verband houdt met de democratische verkiezingen die in 1994 in Zuid-Afrika werden gehouden en het winnen van de wereldbeker rugby in 1995. Het feit dat ons team de wereldbeker won, was voor Zuid-Afrika een plechtige bekroning van de verkiezingen die het officiële einde van de apartheid inluidden. Het moment waarop Nelson Mandela de winnende trofee overhandigde aan de aanvoerder van het rugbyteam, Francois Pienaar, symboliseerde onze overtuiging dat we de apartheid met succes hadden uitgeroeid en dat we als natie eindelijk verder konden gaan met ons leven. Maar dat idee bleek, naar mijn mening, een fatale vergissing.
Zoals ik al zei verwijzen de Springboks supporterstruien die aan de kapstok hangen, naar de figuren van zowel Mandela als Pienaar die ook Zuid-Afrikaanse jersy dragen, maar ook naar de supporterstruien die vandaag in de kleerkasten van de Zuid-Afrikanen hangen, wachtend op nieuwe kansen om dat moment van overwinning te mogen herbeleven. Maar de muur is bedekt met de verpakkingen van Lay’s chips in plaats van, zoals in het geval van Kounellis' stuk, met bladgoud. En dat heeft te maken met het feit dat Francois Pienaar, na het winnen van de wereldbeker, zijn succes voor commerciële doeleinden gebruikte. Hij werd het gezicht van Lay's chips in hun advertenties. Vanaf het moment dat de apartheid officieel werd afgeschaft en de internationale sancties werden opgeheven, konden we weer aan internationale sportwedstrijden meedoen, maar stroomden ook nieuwe consumptiegoederen het land binnen. Deze materiële goederen werden onmiddellijk het statussymbool van de blanke Zuid-Afrikanen uit de middenklasse. Zo begonnen mensen onbewust het einde van de apartheid gelijk te stellen aan materiële welvaart, wat leidde tot het idee dat goed zijn (en dus geen racist) gepaard gaat met materiële voordelen.
Wat ik daarmee wil zeggen is dat het werk van Kounellis voor mij staat voor de verwachtingen en het gewicht van de geschiedenis enerzijds en de ideeën en beperkingen van de individuele kunstenaar anderzijds. De eerste keer dat ik dit werk in 2019 toonde, verving ik de paraffinelamp van Kounellis door een mobiele telefoon met een heleboel nieuwsapps die allerlei crisissen aankondigden die te maken hadden met moord, geweld, milieuproblemen, enzovoort. Voor deze tentoonstelling heb ik de installatie teruggebracht naar de originele paraffinelamp, als verwijzing naar de manier waarop de Zuid-Afrikaanse elektriciteitsmaatschappijen verlamd zijn door schulden en corruptie, en bijgevolg verantwoordelijk zijn voor armoede. De binnenmuren van veel provisorisch gebouwde huizen in Zuid-Afrika - waarin geen elektriciteit is - zijn vaak beplakt met kranten of andere verpakkingamaterialen van bestaande consumptiegoederen. In deze installatie wilde ik me concentreren op de paraffinelamp en de Lay’s chips verpakkingen als symbolen van macht versus armoede.
MK Wat vertellen de werken op papier met de in inkt geschreven woorden ons?
DL Ze zijn gebaseerd op de overtuiging van de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt (1928-2007) dat kunst gaat over mentale processen en systemen die door de kunstenaars moeten worden uitgevoerd overeenkomstig duidelijke instructies. Toen ik begon na te denken over wat het betekent om kunst te maken, realiseerde ik me dat het veel complexer is dan een rationeel systeem dat volgens strikte regels dien te worden uitgevoerd. Ik begon met het opschrijven van allerlei emotionele aspecten, zoals twijfel over de betekenis van een systeem. In mijn optiek is kunst niet gerelateerd aan een systeem, maar aan het leven zelf. Met andere woorden, kunst is direct gerelateerd aan mijn overtuiging dat wat daadwerkelijk telt het leven zelf is.
Ik voel een affiniteit met abstracte en conceptuele kunst, maar op een manier die
intuïtiever en levendiger is dan de meeste kunst die ik
zie in Europa en Noord-Amerika.
MK Kun je me iets vertellen over het werk 'Zelfportret onder de lamp', dat bestaat uit een bureau, dat hoog in de lucht hangt, met een lamp erop, die schijnt op een kleine stoel beneden op de grond?
DL Het bureau vertegenwoordigt voor mij de gevestigde orde, en de verwachtingen die de maatschappij met zich meebrengt: zoals mijn taak als kunstenaar. De stoel echter verwijst naar waar ik mij in het echte leven bevind. Er is een duidelijke disconnectie tussen bureau en stoel. Ik denk dat dit werk te maken heeft met de verantwoordelijkheid die ik voel als kunstenaar, maar ook met de onmogelijkheid van de taak die ik op me heb genomen. En die illustreer ik aan de hand van de lamp die ik boven op het bureau heb geplaatst en die op de stoel schijnt: de lamp verlicht niet alleen maar zet je letterlijk in de schijnwerpers op een ondervragende manier. Op het bureau staan een vleesmolen, een versteende mammoettand, een keramische dodo [een uitgestorven vogel die behoort tot de duifachtigen, MK] en een 'steen' die ik heb gemaakt van vele lagen dikke plakband. Het materiaal en de voorwerpen zijn intuïtief gekozen. Ik denk dat er iets verhelderends schuilt in de manier waarop mensen spontaan dingen verzamelen. De toevalligheden rond deze objecten creëren een soort verhaal. Ik maakte bijvoorbeeld de ‘steen’ van tape voordat ik de fossiele mammoet tand online bestelde, en beide materialen blijken een vreemde gelijkenis met elkaar te delen. Wat ik bedoel te zeggen is dat een persoon in zijn/haar eentje niet alle problemen kan oplossen, maar wel zijn/haar best kan doen. Deze installatie gaat in zekere zin over het belang van algemene verwachtingen versus individuele verantwoordelijkheid.
MK En kun je iets vertellen over de installatie met de kleine en de grote stoel?
DL Hierin staan twee stoelen tegenover elkaar, in de juiste positie voor een gesprek. Je zou kunnen zeggen dat de een de poten onder de ander heeft gezaagd om zichzelf te verheffen. Met als gevolg geen van niemand zich in de juiste positie bevinden: op de ene stoel zit je met je benen te bungelen, en op de andere zit je min of meer op de grond. Geen van beiden profiteert van de situatie waarin hij/zij zich bevindt. Dit werkt laat letterlijk zien dat een verheven positie van de één ten koste gaat van de positie van de ander. Dit herinnert aan de ongelijke verhoudingen die het kolonialisme met zich meebracht, en waarin we in feite nog steeds zitten.