Vijf jaar geleden streek Niqui Van Olphen neer in Antwerpen, een stad die aanvankelijk niet de hare was. Vandaag is NQ Gallery een vaste waarde in het Antwerpse galerielandschap. Maar Van Olphen wil het niet bij de galerie alleen houden. Ze wil kunst naar de stad brengen, naar plekken waar mensen er niet noodzakelijk naar op zoek zijn.
Five Corners Up is de perfecte uitwerking van deze uitdaging. Twintig locaties worden tijdelijk met elkaar verbonden: vijf plekken waar gevestigde kunstenaars van NQ Gallery te zien zijn en vijftien locaties waar jonge kunstenaars hun werk tonen. Kunstenaar Kobe van den Hauwe is samen met Jan Janssens co-curator van het project, Annick Vroom is de projectmanager.
Het gesprek met Niqui Van Olphen en Kobe van den Hauwe gaat over vijf jaar galeriehouden, jonge kunstenaars, de relatie tussen kunst en haar omgeving en een galeriewereld die voortdurend verandert.
Van een tuin in Kapellen naar Antwerpen
Het verhaal van NQ Gallery begint niet in een galerie, maar in een tuin in Kapellen. Niqui Van Olphen woonde in België, maar werkte nog in Rotterdam bij het Wereldmuseum. Nederlandse kunstenaars met wie ze daar samenwerkte, vroegen haar of ze niet iets voor hen in België kon organiseren. Het antwoord lag letterlijk achter haar huis: een schuur in de tuin.
De eerste tentoonstelling, met Johan Tahon en Stacii Samidi, werd een succes. Mensen kwamen op zondagmiddag kijken, sommigen zelfs met de fiets vanuit omliggende gemeenten. De burgemeester van Kapellen vroeg haar vervolgens of ze ook in de gemeente projecten wilde organiseren.
De tuin groeide uiteindelijk uit zijn voegen. Zelfs haar familie begon zich ermee te bemoeien: bezoekers kwamen op zondag met hun broodpakketten over de vloer en de grens tussen privéleven en tentoonstellingsruimte vervaagde steeds meer.
Van Olphen stopte met haar werk in Rotterdam en trok naar Antwerpen. NQ Gallery begon daardoor niet helemaal vanaf nul. De verzamelaars die haar tijdens die eerste periode hadden leren kennen, verhuisden als het ware mee naar de stad.
Die organische start typeert ook haar visie op de galerie. Van Olphen omschrijft haar aanpak als authentiek, eigen en vaak organisch. Vooral jonge kunstenaars krijgen ruimte. Niet omdat ze jong zijn als marketingcategorie, maar omdat ze nog volop in ontwikkeling zijn.
Tegelijk zoekt ze bewust naar combinaties met kunstenaars die al langer actief zijn en bereid zijn hun ervaring te delen. “Die groep moet ook samen willen”, zegt ze. Voor haar is die bereidheid om elkaar te versterken essentieel.
Sara Van Vliet, Cafe de Bedstee (a portrait of the evening), 2026
NQ Gallery“Ik zou strenger zijn”
Wanneer Van Olphen terugkijkt op de voorbije vijf jaar, is haar antwoord op de vraag wat ze anders zou doen opvallend kort: “Ik zou strenger zijn.”
Galeriehouder word je volgens haar vooral door het te doen. Je leert gaandeweg welke mensen bij je passen, welke kunstenaars je wilt begeleiden en ook met wie je beter niet samenwerkt. Daarom gaat ze vandaag niet zomaar af op kunstenaars die zichzelf aanbieden. Ze kijkt liever naar eindexamens en afstudeerprojecten of vertrouwt op haar netwerk.
“Als je een goede groep om je heen hebt, dan hoor je vanzelf wie goed bezig is.”
Ze beschrijft dat netwerk bijna als een informeel alarmsysteem: kunstenaars wijzen haar op andere kunstenaars, iemand vertelt dat een jonge maker opvalt of mogelijk een prijs zal winnen, en zo komt ze soms bij kunstenaars terecht nog vóór ze breed bekend zijn.
Wat haar daarbij energie geeft, is vooral de passie van kunstenaars. Deze passie is vaak doorslaggevend. Wanneer een kunstenaar echt gelooft in wat hij of zij maakt, wil ze dat werk tonen. Ze hoopt dat de bezoeker die energie vervolgens ook voelt.
Voor Van Olphen is die passie vaak doorslaggevend. Wanneer een kunstenaar echt gelooft in wat hij of zij maakt, wil ze dat werk tonen. Ze hoopt dat de bezoeker die energie vervolgens ook voelt.
Mihael Milunovic, Woman in Yellow, 2016, NQ Gallery
Kunst buiten de galerie
De start van NQ Gallery in Antwerpen viel samen met de coronacrisis. Vooral de eerste twee jaar waren zwaar: een galerie die gedeeltelijk dicht moest, hard werken en tegelijk proberen een plek te vinden in een nieuwe stad.
Toch bleek haar Nederlandse achtergrond geen obstakel. Integendeel. Van Olphen spreekt met waardering over de collegialiteit tussen de Antwerpse galeries en de steun die ze daar heeft ervaren.
Maar alleen een galerie hebben volstaat voor haar niet.
“Ik wil in de stad aanwezig zijn.”
Ze organiseerde lezingen in het Maagdenhuis en toont regelmatig kunst in het Botanic Sanctuary Hotel. Met Five Corners Up wil ze die beweging verderzetten: kunst niet alleen aanbieden aan mensen die bewust een galerie binnenstappen, maar ze laten opduiken op plaatsen waar mensen haar niet verwachten.
Alexandra Duprez, Constellation, 2024, NQ Gallery
Kobe van den Hauwe: van kunstenaar naar curator
Kobe van den Hauwe leerde NQ Gallery kennen via To Be Antwerp, een initiatief waarbij pas afgestudeerde kunstenaars een tentoonstellingsplek krijgen. Van Olphen zag zijn werk en was meteen overtuigd met een tentoonstelling tot gevolg.
Van den Hauwe maakte indruk met zijn professionele aanpak. “Hij was tot in de perfectie voorbereid”, zegt Van Olphen.
Dat vertrouwen leidde tot een nieuwe rol. Voor Five Corners Up werd van den Hauwe samen met Jan Janssens co-curator.
De combinatie van een Nederlandse en Belgische blik bleek bovendien bewust interessant. Van den Hauwe bracht als Antwerpenaar een lokale stem in het project, terwijl Van Olphen en haar netwerk ook Nederlandse kunstenaars bij het initiatief betrokken.
Voor hem was het project meteen aantrekkelijk. Hij ging samen met Janssens en projectmanager Vroom in overleg met Van Olphen op zoek naar kunstenaars en locaties.
De interessantste uitdaging bleek uiteindelijk niet de selectie van kunstenaars, maar het koppelen van kunstenaars aan locaties.
Johannes Nagel, Cuts #95 and Cuts #96 Shells, 2025, NQ Gallery
De kunst van het koppelen
De selectie van kunstenaars en locaties verliep gelijktijdig. De curatoren brachten kunstenaars aan die ze interessant vonden en bezochten ondertussen verschillende plekken in de stad. Daarna begon de puzzel: welk werk past waar?
Soms lag een combinatie voor de hand. Een kunstenaar die werkt met schilderkunst en textiel en zijn schilderijen bijna als driedimensionale ruimtes laat functioneren, werd gekoppeld aan REantwerp, een sociaal project met een naaiatelier waar mensen uit verschillende delen van de wereld vaardigheden kunnen leren.
Maar volgens van den Hauwe hoeft een goede combinatie helemaal niet logisch te zijn. In een winkel met metalen deurbeslag zou een kunstenaar die met metaal werkt bijvoorbeeld gemakkelijk naar de achtergrond verdwijnen. Daarom werd juist gezocht naar contrast.
Voor van den Hauwe zit daar precies de artistieke uitdaging: niet alleen kijken of kunst ergens past, maar onderzoeken wat er ontstaat wanneer kunst en omgeving elkaar beïnvloeden.
Anne Griffiths, Glim, 2025, NQ GalleryVijf hoeken, twintig locaties
De naam Five Corners Up verwijst naar de vijf belangrijkste punten waar gevestigde kunstenaars van NQ Gallery worden gepresenteerd. Daaromheen liggen vijftien andere locaties voor jonge kunstenaars. In totaal gaat het om twintig plekken.
Tot de belangrijkste locaties behoren onder meer het eerder vernoemde Botanic Sanctuary, het Museum Maagdenhuis, de Bourlaschouwburg en de galerie zelf.
De Bourlaschouwburg wordt daarbij meer dan alleen een tentoonstellingslocatie. Tijdens de vijf weken van het project geven gevestigde kunstenaars van NQ Gallery er ook twee lezingen.
Het project kon rekenen op steun van District Antwerpen. Daardoor kregen de jonge kunstenaars een budget om specifiek voor het project nieuw werk te maken.
Dat is belangrijk, want Five Corners Up draait niet om het eenvoudigweg verplaatsen van bestaande kunstwerken.
Natasja Alers, Snakevase, 2025, NQ Gallery
Een werk voor een plek
De kunstenaars kregen een concrete opdracht. Ze moesten naar hun locatie komen, de ruimte bekijken, nadenken over de context en vervolgens een plan maken.
Van Olphen benadrukt dat er een correct budget tegenover stond en dat er bewust tijd voor werd vrijgemaakt. De kunstenaars kregen de opdracht tijdens de zomervakantie en moesten echt investeren in het onderzoek naar hun locatie.
Het kunstwerk ontstaat daardoor niet los van zijn omgeving, maar vanuit die omgeving. Voor van den Hauwe onderscheidt dat het project van andere initiatieven waarbij kunst tijdelijk in winkels of publieke ruimtes wordt getoond.
Het werk wordt in situ gemaakt: voor die plek, met aandacht voor de mensen en de omgeving. De kunstenaar wordt als het ware gedwongen om het eigen atelier tijdelijk achter zich te laten en vanuit een concrete context te denken.
De winkelier als medespeler
Voor de winkeliers was het niet altijd vanzelfsprekend. Een winkel is voor veel ondernemers meer dan een commerciële ruimte. Het is een plek waaraan ze gehecht zijn en waar ze vaak jarenlang aan gebouwd hebben.
Van den Hauwe merkte dat sommige winkeliers daarom aanvankelijk voorzichtig waren. Ze moesten wennen aan het idee dat iemand anders iets zou veranderen aan hun winkel. Hij vergelijkt die houding bijna met de manier waarop iemand zijn kind beschermt.
Juist die betrokkenheid bleek echter een sterkte. De kunstenaars werden uitgenodigd om de winkel niet als neutrale achtergrond te behandelen, maar als onderdeel van het werk.
Het resultaat is volgens de initiatiefnemers dat er “toffe, aardige kunstwerken” zijn ontstaan: werken die niet zomaar ergens geplaatst zijn, maar uit de dialoog met de plek voortkomen.
Ook de winkeliers zelf raakten steeds meer betrokken.
Als anekdote vertelt Niqui dat sommige winkeliers haar 's avonds berichten stuurden nadat ze bij een andere deelnemer het resultaat hadden gezien.
Zo ontstaat een tweede netwerk: naast kunstenaars en publiek worden ook de winkeliers met elkaar verbonden.
Alexander Tinei, Father, 2024, NQ GalleryKunst toegankelijker maken
Van Olphen ziet Five Corners Up in de eerste plaats als een manier om iets terug te geven aan de stad. Een galerie kan voor sommige mensen nog altijd een gesloten wereld lijken. Een authentieke winkel werkt anders.
Je stapt er binnen omdat je er iets nodig hebt of toevallig voorbijloopt. En plots hangt daar kunst.
Dat verlaagt de drempel.
Van den Hauwe vindt het interessant dat kunst op die manier in verschillende contexten kan functioneren. Hij hoopt dat mensen verrast worden, maar niet het gevoel krijgen dat de kunst hen wordt opgedrongen. De nauwe samenwerking met de winkels maakt volgens hem net dat verschil.
Kunst hoeft niet noodzakelijk luid aanwezig te zijn. Ze kan ook een ontdekking worden.
Meer werk dan gedacht
De ambitie van Five Corners Up heeft ook een keerzijde. De organisatie van deze eerste editie heeft veel meer werk gevraagd dan vooraf gedacht.
Er moesten kunstenaars worden samengebracht, locaties gezocht, werken geselecteerd en plannen uitgewerkt. Ook de website en de praktische organisatie namen veel tijd in beslag.
De wandelroute is bewust beperkt gehouden tot ongeveer twee uren, zodat bezoekers het traject rustig te voet kunnen afleggen.
De galerie van morgen
Wanneer Van Olphen vooruitkijkt, hoopt ze vooral dat de kunstenaars met wie ze werkt verder kunnen groeien: richting musea, tentoonstellingen, internationale kunstbeurzen en buitenlandse contacten.
Als de kunstenaars groeien, groeit de galerie mee.
Die professionalisering is volgens haar al begonnen. Met de aanwerving van Hannah De Roo heeft ze inmiddels een Vlaamse assistente die twee dagen per week meewerkt en het Antwerpse en Vlaamse kunstenveld goed kent.
Ook daarin ziet Van Olphen een kracht van de samenwerking tussen Nederlanders en Vlamingen. “Een Hollander duwt de deur open, een Vlaming zorgt dat het allemaal goed verloopt.” (lacht)
Het is een formulering die ook iets zegt over haar visie op de galerie: initiatief nemen, deuren openen, maar tegelijk aandacht hebben voor relaties en context.
Lotte Wieringa, Back on the wind, 2025, NQ GalleryHeeft de galerie nog een toekomst?
Jonge kunstenaars kunnen zichzelf vandaag rechtstreeks presenteren via sociale media, eigen websites en internationale netwerken. Waarom zouden ze dan nog een galerie nodig hebben?
Kobe van den Hauwe ziet het niet als een tegenstelling. Hij vindt het belangrijk om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn carrière. Als iets niet vanzelf gebeurt, wil hij het zelf in handen nemen.
Maar hij heeft ook ervaren wat een galerie kan betekenen. De mensen die er komen, komen met een reden. Er is een netwerk, kennis en een publiek dat bewust naar kunst komt kijken.
Voor een jonge kunstenaar kan dat volgens hem een serieuze boost betekenen.
Van Olphen ziet eveneens dat de klassieke galeriewereld verandert. Ze wijst erop dat er vandaag veel meer manieren zijn om kunst te zien en te kopen. Een galerie moet daarom volgens haar méér bieden dan alleen een ruimte waarin kunst wordt tentoongesteld.
Extra kansen, nieuwe initiatieven, beurzen en projecten. En vooral: verbinding.
De galeriehouder wordt volgens haar steeds meer een verbindende figuur. Niet alleen tussen kunstenaar en verzamelaar, maar tussen kunstenaar, publiek, instellingen, andere galeries en de stad.
Misschien is Five Corners Up daarom meer dan een verjaardagsproject voor NQ Gallery. Het is ook een demonstratie van hoe Van Olphen en van den Hauwe naar de toekomst kijken.
De galerie als vertrekpunt, niet als eindpunt. Kunst die de straat opgaat, winkels binnentreedt en nieuwe ontmoetingen creëert. De galerie hoeft niet langer te wachten tot iemand binnenstapt. Soms moet ze zelf naar buiten gaan.
Meer informatie: https://5cornersup.be/