Vanuit een voormalig havenpakhuis in Rotterdam werkt Simone Post aan haar golvende textiellandschappen en andere zoete droomwerelden. Nu haar team zich steeds verder uitbreidt, beslaat haar atelier inmiddels drie units. Voor haar eerste solotentoonstelling bij Rademakers Gallery onderzoekt Post de eindeloze mogelijkheden van textiel. Naast een aantal nieuwe driedimensionale sculpturen keren ook de vogels uit haar recente etalage-installatie voor Hermès terug, ditmaal op doek. Post verzet zich tegen het idee dat materiaal waardeloos wordt zodra het zijn oorspronkelijke functie verliest. Daarmee is de tentoonstelling ook een uitnodiging om je te laten verwonderen door de mogelijkheden die zich aandienen wanneer je bereid bent een onbekende richting in te slaan. ‘Where The Wild Things Are’ opent zaterdag 12 september om 15.00 uur.
Kun je jouw atelier in Rotterdam eens beschrijven? Door wie en wat word je allemaal omringd?
Ik zit in een oud warenhuis dat vroeger een opslaglood van de haven was. Toen dat werd vrijgegeven voor de gemeente konden allerlei creatieve, startende startondernemers, kunstenaars en makers daar een eigen plek bouwen. Het is een heel fijn verzamelgebouw met allerlei verschillende mensen. De ene werkt met keramiek en de ander met staal. Goede vrienden van mij van de academie zitten er ook nog steeds. We zijn begonnen met één ruimte en dat breidt steeds verder uit. Op dit moment heb ik drie units tot mijn beschikking. We hebben een hele grote opslag waar gebruikte materialen worden opgeslagen. Daarnaast hebben we allerlei draaitafels waarmee we het textiel wikkelen, in stroken snijden en er is ook een plek waar ik met textiel teken. Ik heb vijf vaste medewerkers en vaak één of twee stagiaires. Op dit moment heb ik ook nog twee oproepkrachten aan het werk, dus zijn we zo'n negen personen aan het werk.
Simone Post, Dracaena, Rademakers GalleryIs het atelier dat je nu hebt je droomatelier, of droom je weleens van een andere ruimte?
Nee, ik ben hier ontzettend graag en ik kan er veel, maar ik droom van een veel grotere ruimte. Nu werk ik met snoepjes in Schiedam en met textiel in Rotterdam. Ik droom van een plek waarin ik dat allemaal samen kan doen, waar ik nog grotere werken kan maken en een ruimte waarin het niet bloedheet is in de zomer en ijskoud in de winter. Het zou ook fijn zijn als we iets meer kunnen genieten van het daglicht wat nog meer inspiratie zou geven.
Gefeliciteerd met je eerste solotentoonstelling bij Rademakers Gallery! Je onderzoekt hierin het grenzeloze potentieel van textiel. Gaat het je vooral om de mogelijkheden die het materiaal biedt of om de verhalen die textiel met zich meedraagt?
Voor mij is textiel een mega waardevol materiaal. Als je kijkt naar de start van de industriële revolutie, dan is het een van de meest arbeidsintensieve materialen om te maken. Bij katoen moet je bijvoorbeeld eerst het katoenpluis van de plant oogsten. Dit moet worden gewassen en gekamd. Vervolgens moet je daar weer draden van spinnen en die moet je weer weven. Het is eigenlijk super duur om een lap katoen te maken. Terwijl veel textiel voor kleding op dit moment bijna wordt gebruikt als wegwerpproduct en dat vind ik ontzettend zonde. In textiel zitten juist zoveel persoonlijke verhalen.
Ik kom ook uit een familie waarin textiel heel belangrijk was. Mijn oma moest al vanaf haar twaalfde fulltime werken in textielfabrieken. Mijn opa werkte voor de vakbond voor textielarbeiders en mijn moeder gaf naailessen aan huis om zelf kleding te maken. Het is dus heel verweven met mijn dagelijks leven. Het is dus een materiaal dat heel dicht bij mij staat.
Simone Post, Climbing Tree on the Dune Path, Rademakers GalleryJe wordt weleens omschreven als productontwerper. In hoeverre herken je jezelf nog in die titel? Je werk lijkt zich steeds meer te ontwikkelen van het ontwerpen van afzonderlijke objecten naar het creëren van complete werelden en ervaringen waarin bezoeker worden meegenomen.
Ja, dat komt doordat ik ben afgestudeerd aan de Design Academy, maar ik voel me daar eigenlijk niet meer helemaal in thuis. Ik ben ooit mode gaan studeren en ben daarna naar de Design Academy gegaan. Gaandeweg ben ik steeds verder van het toegepaste denken afgestapt, omdat ik merkte dat het voor mij veel meer gaat over een andere manier van kijken naar de wereld om ons heen. Ik merk dat die manier van werken voor mij het beste past buiten het algehele systeem.
In het begin heb ik nog wel gezocht naar samenwerkingen als productontwerper. Een enkele keer zou dat misschien kunnen werken, als een opdrachtgever heel goed aansluit bij wat ik doe en mij ook echt begrijpt. Vaak merkte ik dat ik te veel compromissen moest sluiten over mijn ideeën en dat de essentie uiteindelijk toch vaak was om meer te verkopen. Dat is voor mij helemaal niet de reden waarom ik dingen maak. Ik wil juist dingen maken omdat ik er plezier in heb en veel van dat plezier zit in het zelf maken, en dat wil ik ook graag aan anderen laten zien. Daarom zou ik mezelf nu niet zo snel meer een productontwerper noemen.
Je beschrijft ‘Where The Wild Things Are’ als een uitnodiging om te verdwalen en het onbekende te omarmen. Waarom vind je dat belangrijk? Wat kan er ontstaan wanneer we ons aan het onbekende overgeven?
Ik vind dat enorm belangrijk, want voor mij is het hele leven een onbekend pad. Ik denk dat het leven één grote les is in leren loslaten en proberen in het moment te genieten. Je weet nooit wat morgen brengt en vaak doen we het toch alsof we heel erg in controle zijn over alles. Als je het onbekende weet te omarmen, weet je dat je nooit precies weet waar dingen je naartoe leiden. Je moet afwachten en zien waartoe het je brengt. Het onbekende vraagt om een soort durf om in het diepe te duiken waarin je de mooiste dingen meemaakt.
Ik denk dat we in een tijd leven waarin heel veel van ons wordt verwacht en waarin we tegelijkertijd geloven dat ons leven volledig maakbaar is. We denken dat we recht hebben op steeds meer spullen terwijl dat eigenlijk helemaal niet vanzelfsprekend is. Die verwachtingen bepalen ook hoe we naar materialen kijken. Veel materiaal wordt als afval bestempeld zodra het niet meer past binnen een productieproces of consumptiesysteem. Vanaf dat moment lijkt het opeens waardeloos. Maar eigenlijk is het vreemd om materiaal zomaar als waardeloos te beschouwen. Als je zonder verwachtingen naar iets kijkt, zie je misschien juist nog iets moois liggen: een materiaal met eigenschappen en mogelijkheden waar je van alles mee kunt doen. Verwachtingen kunnen ons beeld vertroebelen en ons laten denken dat iets geen waarde meer heeft, terwijl die waarde er nog steeds is.
Ik denk daarom dat het belangrijk is om open te kunnen kijken, misschien kun je juist heel gelukkig leven als je niet altijd vasthoudt aan verwachtingen en ruimte laat voor onzekerheid.
Simone Post, Confetti amid Rocks and a River Column, Rademakers GalleryJe werkt niet alleen met textielrestanten van industriële overschotten, maar ook met objecten van je eigen familie. Welke materialen heb je gebruikt voor deze presentatie?
Ik heb voor de tentoonstelling voornamelijk textielrestanten uit de industriële overschotten gebruikt, maar ik werk ook met objecten dichtbij huis. Voor de nieuwe entree voor het Centraal Museum heb ik bijvoorbeeld veel materiaal uit mijn persoonlijke archief gebruikt, zoals uit het familiearchief van mijn oma en mijn moeder.
Wat ik in de expositie bij Rademakers heb onderzocht, is hoe ik mijn eigen werk opnieuw kan gebruiken en inzetten. Zo heb ik eerder een window-installatie gemaakt voor Hermès, waarvoor ik allerlei driedimensionale objecten heb ontwikkeld. Zo'n installatie staat er maar een paar maanden en daarna krijg ik alle materialen terug. Toen ben ik gaan nadenken: ik wil dat textiel niet alsnog weggooien. Hoe kan ik die elementen opnieuw bekijken, als het ware weer blanco, en ze een nieuwe plek en functie geven? Dat idee van hergebruik en het opnieuw inzetten van bestaand materiaal zit dan ook sterk verweven in deze tentoonstelling.
Wat trok je aan in die opdracht bij Hermès? Jouw werk werd daarmee juist in het hart van de consumptieketen gepresenteerd te midden van de P.C. Hooftstraat.
Ja, het is in zekere zin het hart van de consumptie, maar voor mij persoonlijk ligt dat anders. Hermès is eigenlijk de enige opdrachtgever met wie ik op dit moment samenwerk, los van musea en galeries. Het is voor mij een bijzondere opdrachtgever, omdat ze enorm veel respect hebben voor mij als maker. Ze geven me veel vrijheid en stellen me echt in staat om bij hen met nieuwe dingen te experimenteren.
Ze maken producten die ik zelf helemaal niet kan veroorloven, maar dat vind ik ook niet zo erg. Tegelijkertijd worden die producten wel op een mooie manier gemaakt: in Frankrijk, in ateliers, door mensen die goed worden betaald en onder fijne omstandigheden werken. Ik denk daarom: als er dan toch een nieuw product wordt gemaakt en verkocht, ben ik daar niet per se enorm op tegen.
Ook heb ik het idee dat er bij Hermès meer wordt stilgestaan bij de manier waarop dingen worden gemaakt, zeker als ik het vergelijk met andere winkels in de P.C Hooftstraat. Ze lijken daar intrinsiek meer mee bezig te zijn. Voor mij als maker is de samenwerking vooral waardevol omdat het me in staat stelt mijn werk te verbreden en nieuwe dingen uit te proberen.
Simone Post, Bird in Ox-Eye Window, Rademakers GalleryDe vogels die ik eerder in de etalage bij Hermès zag hangen, zijn nu onderdeel geworden van een schilderij. Waarom koost je voor de overgang van een driedimensionaal werk naar een werk op doek?
Ja die vogels die je eerder in de etalages bij Hermès zag, zijn nu onderdeel geworden van schilderijen. Ik heb die werken letterlijk uit de ruimte genomen en er nieuwe werken van gemaakt. Wat ik daar interessant aan vind, is dat ik destijds de vrijheid had om in zo'n ruimte een complete, kleine wereld te creëren. Dat is natuurlijk heel tof. Ik kon echt alles maken, het werd een wereld waarin je kunt dromen.
Tegelijkertijd vind ik het interessant om te onderzoeken in hoeverre een werk aan de wand ook de ervaring van een hele ruimte kan beïnvloeden. Als je bijvoorbeeld een schilderij met die vogels in een ruimte hangt, verandert daardoor toch ook de manier waarop je die hele ruimte beleeft. Het geeft je als het ware een andere blik naar buiten. Ik vind het daarom interessant om te kijken hoe een werk dat effect op een grotere ruimte kan hebben en hoe ik die elementen steeds opnieuw kan inzetten.
Met welke materialen zou je ooit nog eens willen werken?
Dat vind ik lastig. Ik heb nu zoveel plezier in mijn processen en zie nog zoveel mogelijkheden in het textiel waarmee ik werk, dat ik daar voorlopig voldoende aan heb. Tegelijkertijd kunnen nieuwe materialen zich onverwacht aandienen. De snoepjes die ik nu gebruik, kwamen ook opeens uit de lucht vallen. Dus ik sluit niets uit, maar op dit moment heb ik nog meer dan genoeg te ontdekken met textiel.
Als je vooruitkijkt, wil je dan verder op deze weg van immersieve ruimtes creëren?
Ik vind het heel tof om aan grote installaties te werken waarin ik een complete wereld kan creëren, zoals recent voor het Centraal Museum in Utrecht en voor de Biënnale van Venetië. Zulke projecten vragen wel heel veel van mij en mijn team. Daarom verlangde ik daarna ook juist weer heel erg naar kleinere werken en de vrijheid om binnen een duidelijker kader te experimenteren. Dat zijn de werken die je nu in de galerie en in Museum Voorlinden kunt zien. Die afwisseling vind ik prettig: grote immersieve projecten naast intiemere werken.
©Titia Hahne