Galerie Wilms presenteert tot en met 17 oktober een duopresentatie waarin twee kunstenaars op verschillende manieren omgaan met ruimte. De artistieke praktijken van Michiel Kluiters en André Kruysen lijken op het eerste oog redelijk ver uit elkaar te liggen: Kruysen creëert sculpturen die fysiek volume innemen in een ruimte, terwijl Kluiters monumentale foto’s maakt van niet-bestaande ruimtes, die hij in zijn atelier eerst opbouwt als geïmproviseerde schaalmodellen. Toch stellen de kunstenaars vergelijkbare vragen en delen ze een fascinatie voor ruimte als een meer fluïde concept. Als een construct dat niet vaststaat, maar in real-time verandert, bijvoorbeeld door de manieren waarop we kijken, hoe we een ruimte ervaren en hoe we ons er fysiek toe verhouden. Welke elementen bepalen hoe we een ruimte ervaren? De architectuur zelf, het materiaal waaruit iets is opgebouwd, het licht dat naar binnen valt en de schaduwen die daardoor ontstaan, schaal en perspectief, of vooral onze eigen blik?
De mysterieuze, complexe en grillige sculpturen van André Kruysen ontstaan vanuit een voortdurend onderzoek naar de wisselwerking tussen architectuur, licht en ruimte. De resulterende werken zijn dynamisch en relationeel, in relatie tot de ruimte waarin ze te zien zijn en de context waarin ze gemaakt zijn. Voor sommige sculpturen gebruikt Kruysen onder meer kunstharsafgietsels van alledaagse objecten. Hij maakt weinig gebruik van kleur, waardoor de nadruk met name komt te liggen op vorm, huid en textuur. De kunstenaar lijkt daarbij op zoek naar een bewust moment van vertraging en balans, in een tijd waarin onze levens steeds sneller en chaotischer worden.
Kruysen werd in 1967 geboren in Den Haag. Daar studeerde hij beeldhouwkunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, waar hij sinds 2010 ook werkzaam is als docent. Daarna rondde hij een residentie af aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Hij nam bovendien deel aan een werkperiode bij het EKWC. Zijn werk is opgenomen in de collecties van Kunstmuseum Den Haag, het Bonnefantenmuseum, Museum Beelden aan Zee en Museum De Fundatie en is onder meer te zien in de publieke ruimte. In 1998 ontving hij de Charlotte van Pallandt-prijs, gevolgd door de Ouborg Prijs in 2011.
Michiel Kluiters bouwt fysieke constructies in zijn atelier die uiteindelijk uit beeld verdwijnen om plaats te maken voor een tweedimensionale representatie op monumentaal formaat. De kunstenaar maakt geïmproviseerde architectonische schaalmodellen, waarbij hij tijdens het maakproces intuïtief op reageert, wachtend op het moment waarop licht, perspectief en materiaal op de juiste manier bij elkaar komen. Vervolgens fotografeert hij de maquette tot in detail en vergroot hij het beeld sterk uit om zo een zorgvuldig gecomponeerd fotografisch beeld te kunnen destilleren. Het resultaat bevindt zich daardoor ergens tussen fotografie, schilderkunst en sculptuur. De lege ruimtes verbeelden vaak drempelruimtes met soms onmogelijk) deuropeningen. Ze blijven ondoorgrondelijk omdat je ze alleen met je blik kunt betreden, waardoor er ruimte ontstaat voor de projecties van de kijker. Tegelijkertijd is niet altijd duidelijk wat de werkelijke afmetingen zijn van dat wat we zien. Waar Kruysen bewust weinig kleur toepast speelt het in de praktijk van Kluiters juist vaak een opvallende rol.
Kluiters werd in 1971 geboren in Amsterdam. Hij studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, de Gerrit Rietveld Academie en De Ateliers. Zijn werk was eerder onder meer te zien in Museum de Fundatie, Museum Kranenburgh, het Fries Museum, NEST, Marres, P/////AKT, Arti et Amicitiae en op verschillende plekken in de openbare ruimte.