In Art Gallery O-68 in Velp opende afgelopen weekend de duotentoonstelling ‘Oerkracht en Geometrie’. Daarin ontstaat een dialoog tussen de sculpturen van Jan Pater en de collages van Edgar Knoop. Ondanks hun sterk verschillende beeldtaal delen de kunstenaars ook een belangrijke overeenkomst: ze weten complexe vormen en ervaringen terug te brengen tot hun essentie en lijken daarbij vergelijkbare vragen te stellen. Pater abstraheert het menselijk lichaam en Knoop onderzoekt de manieren waarop kleur, ritme en licht onze waarneming van ruimte kunnen sturen. Er ontstaat zo een intrigerende wisselwerking tussen twee verschillende benaderingen van vorm. De een werkt vanuit gewicht, volume en tastbaarheid, de ander vanuit licht, diepte en optische waarneming. Driedimensionale sculpturen versus vlakke composities die met minimale middelen toch beweging en diepte weten op te roepen.
Jan Pater werd in 1950 geboren in Heerhugowaard. Hij werkte jarenlang als meubelmaker, verpleegkundige en docent voordat hij zich, zo’n dertig jaar geleden, besloot te richten op de beeldhouwkunst. Het is dan ook niet vreemd dat vakmanschap en de menselijke vorm zo expliciet samenkomen in zijn praktijk. Want wie naar zijn sculpturen kijkt herkent vrijwel direct de menselijke romp: soms expliciet, soms abstracter. Pater zoekt daarbij niet naar anatomische perfectie, maar naar een overtuigende en minimale vorm. Een lichte draai van een heup, een subtiele welving, een gepolijst vlak, een vloeiende lijn of juist een scherpe inkeping zijn soms al voldoende om een lichaam te suggereren.
De kunstenaar maakt voornamelijk gebruik van materialen als marmer, graniet, onyx, gneis, brons en hout en experimenteert met de eigenschappen van zijn materiaal. Soms kiest hij spierwit carrara marmer, soms bruin brons of essenhout, andere keren opvallend blauw sodaliet. Pater gaat daarbij vrij intuïtief te werk: hij werkt zijn beelden niet vooraf uit in klei of gedetailleerde schetsen. Hij begint direct in het materiaal en laat de uiteindelijke vorm ontstaan tijdens het hakken en slijpen. Daardoor lijkt iedere sculptuur niet zozeer bedacht als wel ontdekt, alsof de vorm eigenlijk al besloten lag in het blok steen. Toch is iedere curve, ieder volume, iedere snijlijn zorgvuldig afgewogen. Ook de eigenschappen van het materiaal spelen een rol, waaronder bijvoorbeeld de natuurlijke aders, texturen of de kleurschakeringen van het marmer. Ze geven uiteindelijke mede richting aan het werk. Sommige sculpturen ogen zo organisch dat ze direct uit de sokkel naar boven lijken te groeien.
Pater werkt al jaren regelmatig bij het beeldhouwatelier SEM Studio in Pietrasanta in Toscane, waar hij nog altijd jaarlijks terugkeert. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collectie van Beeldengalerij Het Depot in Wageningen en en hij maakte onder meer een werk voor het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam.
Edgar Knoop werd in 1936 geboren in Dortmund. Hij studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de Ludwig-Maximilians-Universität München en beeldende kunst aan de Akademie der Bildenden Künste in München, waar hij later bijna dertig jaar als professor verbonden was aan de afdeling Experimentele en Toegepaste Kleurentheorie. Tegenwoordig woont en werkt de kunstenaar in Seeboden in Oostenrijk. Zijn praktijk omvat onder meer sculptuur, collage, fotografie, lichtobjecten en installaties en gaat in brede zin over de relatie tussen kleur, licht, wetenschap en (de optimalisering van) onze waarneming. Zijn kunst beweegt zich ergens tussen concrete kunst, kinetische kunst en op-art. De daaruit resulterende werken worden gekenmerkt door mathematische structuren, kleurtheorie en optische effecten. Hij werkte in dat kader regelmatig samen met wetenschappelijke instituten.
In deze tentoonstelling in Art Gallery O-68 krijg je vooral een goed beeld van zijn langlopende ‘Horizonte’-serie (1995-). Deze abstracte collages bouwt hij zorgvuldig op uit minimale middelen: papier en geribbeld karton waarvan hij de randen zorgvuldig afscheurt. Toch heb je nooit volledig de controle wanneer je scheurt, een toevalligheid die hij incalculeert en deels controleert door de fragmenten vervolgens heel bewust op elkaar te plaatsen in de uiteindelijke compositie. Met deze reliëfs weet Knoop een zekere spanning, dynamiek en diepte op te roepen en de ribbelstructuur van zijn materiaal zorgt ervoor dat de werken het licht steeds anders vangen en breken.
Visueel verwijzen zijn ‘Horizontes’ naar landschappen die hij tijdens zijn vele reizen tegenkwam. Zo bracht hij onder andere tijd door in Noord- en Zuid-Amerika, Azië en de Maghreb. De rafelige contouren van het karton roepen associaties op met bergketens, wolkenpartijen en kustlijnen. Kleur beschouwt hij als een actief materiaal en hij verkiest daarbij vooral verzadigde en contrasterende kleuren die je niet snel in de natuur zou tegenkomen: van kellygroen en neongroen tot okergeel en brandweerrood. Toch voelen de composities opvallend rustig aan, mede door het gebruik van een strakke horizon.
Het werk van Edgar Knoop is onder meer opgenomen in de collectie van het Belvedere Museum in Wenen, Stadtmuseum München en Museum van Bommel van Dam in Venlo en is onderdeel van de publieke ruimte in steden als New York, München en Mainz.