Laurence Aëgerter presenteert deze zomer in de Grote Kerk Alkmaar de monumentale en site-specifieke installatie ‘Ode aan dagen van wijsheid’. De Frans-Nederlandse kunstenaar ontwikkelde speciaal voor deze locatie een nieuw werk dat de geschiedenis van de kerk verbindt met urgente vragen over kennis en herinnering, maar ook de manieren waarop we vandaag informatie vergaren, interpreteren en betekenis geven. Aëgerter wordt vertegenwoordigd door Bildhalle.
De installatie ‘Ode aan dagen van wijsheid’ is het resultaat van uitgebreid onderzoek naar de historische vroegmoderne Librije van de Grote Kerk, de eerste openbare bibliotheek van Alkmaar. Eeuwenlang vormde deze plek een centrum voor kennisuitwisseling, waar enkele honderden boeken (met toestemming) toegankelijk waren door de geletterde gemeenschap. Tegenwoordig wordt de collectie bewaard in het Regionaal Archief Alkmaar. Maar de focus van Aëgerter verschuift al snel van de geschiedenis van de Librije naar de wereld van vandaag: de geschiedenis vormt voor de kunstenaar vooral het uitgangspunt om na te denken over de waarde van kennis. We leven in een tijd waarin informatie overvloedig aanwezig is en vrijwel iedereen geletterd is, waarin technologische ontwikkelingen ons toegang geven tot ongekende hoeveelheden informatie. In die context stelt Aëgerter de vraag waarom die groeiende kennis dan niet automatisch leidt tot meer wijsheid, begrip, empathie of collectieve verantwoordelijkheid.
Aëgerter staat bekend om de manieren waarop ze haar kijker uitnodigt om na te denken over onderwerpen als waarneming, herinnering en de complexe, vaak ongrijpbare aard van beelden en “de werkelijkheid”. Ze werd opgeleid als kunsthistoricus en beeldend kunstenaar en ontwikkelde een multidisciplinaire praktijk die zich uitstrekt over fotografie, textielkunst, installaties en communityprojecten. Haar gelaagde werk is geworteld in een diepgaand onderzoek naar de transformatieve kracht van beelden en hun vermogen om door tijd en context van betekenis te veranderen. Aëgerter onderzoekt daarbij hoe beelden worden gecreëerd, circuleren en worden geconsumeerd. Door historische beelden te herinterpreteren en nieuwe verbanden te leggen tussen verleden en heden, toont ze hoe beeldcultuur onze perceptie vormt en laat ze ons nadenken over authenticiteit. Zo onderzoekt Aëgerter de structuren ("het archief") die ons collectieve geheugen bepalen, en daarmee ook onze identiteit vormgeven. De kunstenaar heeft daarbij een diepgaande kennis van de kunstgeschiedenis en iconografie, die ze inzet om beelden en referenties uit verschillende culturen en historische periodes met elkaar in dialoog te brengen.
Midden in de tentoonstelling in de vijfhonderd jaar oude Grote Kerk Alkmaar liggen eenentwintig damasten dekbedden en hoofdkussens, verspreid over de eeuwenoude grafzerkenvloer van het hoogkoor. Oorspronkelijk was dit de plek waar het koor van geestelijken of monniken de dagelijkse gebeden en gezangen uitvoerde en waar zich meestal het hoofdaltaar bevond. De subtiele motieven die Aëgerter in deze dekbedden en hoofdkussens verweefde zijn gebaseerd op illustraties uit laatmiddeleeuwse boeken uit de voormalige Librije. Ze tonen onder meer anatomische studies, planten, dieren, wortelstructuren en organische vormen. Tijdens haar onderzoek ontdekte ze opvallende visuele overeenkomsten tussen deze historische illustraties. Dankzij de specifieke materiaaleigenschappen van damast verschijnen en verdwijnen deze beelden continu, afhankelijk van het invallende licht en de positie van de bezoeker, waardoor het werk steeds aan verandering onderhevig is en de waarneming nooit volledig vastligt.
De toe-eigening en transformatie van bestaande beelden is al jaren een belangrijk uitgangspunt binnen de praktijk van Aëgerter. Ze gebruikt regelmatig visueel materiaal uit encyclopedieën, archieven, kunstreproducties en documentaire fotografie en plaatst deze vervolgens in een nieuwe, vaak poëtische context, om zo een nieuwe manier van kijken mogelijk te maken. Historische reproducties worden daarbij gemanipuleerd, gefragmenteerd of opnieuw gefotografeerd. Ze worden vervormd, omgekeerd, bedekt of blootgesteld aan tijd, licht, schaduw of warmte. Soms gaat het om subtiele veranderingen in kleur en compositie, andere keren zijn het meer ingrijpende fysieke ingrepen, gebruikmakend van ambachtelijke technieken. Op die manier creëert ze visuele spanningsvelden waarin de grenzen tussen origineel en interpretatie vervagen en de ene realiteit overgaat in de andere. De kunstenaar speelt op die manier met de subjectieve manieren waarop we kijken en betekenis geven en hier ook specifiek: hoe we kennis tot ons nemen en interpreteren, hoe collectieve geschiedenissen ontstaan en hoe het verleden steeds opnieuw doorwerkt in het heden.
Bij de installatie hoort ook een goudkleurige achttien meter hoge ladder die tegen de achterwand van het koor leunt. Doordat de onderste sporten grotendeels ontbreken, lijkt de ladder onvoltooid en onbereikbaar, als een metafoor voor onze zoektocht naar inzicht.
Laurence Aëgerter werd in 1972 geboren in Marseille in een familie van antiquairs en verdeelt haar tijd tegenwoordig tussen haar geboortestad en Amsterdam. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Université d’Aix-en-Provence en de Vrije Universiteit Amsterdam, waar ze cum laude afstudeerde met een scriptie over het fenomeen trompe-l’œil in de 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Daarna volgde ze een opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie, waar ze haar onderzoek naar beeldtransformatie verder ontwikkelde. Aëgerters werk was onder meer te zien in het Petit Palais in Parijs, MAMAC in Nice, het Guggenheim Museum Bilbao, tijdens Les Rencontres de la Photographie in Arles, het Museum van de Geest, het Fries Museum, Jeu de Paume in Parijs, FoMu Antwerpen, het Frans Hals Museum en het Nederlands Fotomuseum. Haar werk is onder andere opgenomen in de collecties van het Metropolitan Museum of Art in New York, het J. Paul Getty Museum in LA, de New York Public Library, Museum Voorlinden, MAMAC in Nice en het Nederlands Fotomuseum.