Er zit, schreef A.S. Byatt in 2015, altijd een element van toeval in wat er gebeurt in het vuur. Ze schreef het niet als keramiste maar als criticus, in The Spectator, in een recensie van Edmund de Waal's The White Road, zijn lyrische geschiedenis van het porselein. De Waal had jarenlang gereisd langs de plekken waar dat witte goud werd uitgevonden en heruitgevonden, en Byatt vond in zijn boek iets dat verder reikte dan porselein alleen: het besef dat er in dit métier een moment komt waarop de maker de regie afgeeft. Geen esthetische keuze, geen artistieke twijfel, maar een oven die dichtklapt en zijn eigen gang gaat.
Precies dát moment is waar Sculptural III om draait, al zal geen enkel wandbordje in NQ Gallery het zo verwoorden. Elf kunstenaars, van wie een aanzienlijk deel zich normaal in heel ander materiaal beweegt, hebben zich dit jaar vrijwillig overgeleverd aan een medium dat niet onderhandelt.
Vreemdelingschap als methode
Caspar Berger is niet de eerste naam die valt wanneer je aan keramiek denkt. Berger, met zijn achtergrond in brons en zijn geduldige, bijna obsessieve manier van werken, wierp zich maandenlang op klei alsof hij iets moest bewijzen aan zichzelf, niet aan het publiek. Het resultaat is o.a. een hand die hij van binnenuit naar buiten keerde: een gebaar dat in brons een technische krachttoer zou zijn, maar in klei een existentiële gok. Klei vergeeft geen aarzeling en straft geen overmoed, en een kunstenaar die decennialang een ander materiaal heeft leren beheersen, moet in de klei opnieuw beginnen als leerling.
Ook Stephan Balleux en Folkert de Jong, elk met een gevestigde beeldtaal in respectievelijk schilderkunst en sculptuur, moesten hun handschrift herzien in een stof die zich niet laat dicteren. Joep van Lieshout presenteert een serie hoofden waarvan er, veelbetekenend, slechts een selectie een plek kreeg in de opstelling: alsof de reeks zelf een proces van uitzuivering doorstond dat de kunstenaar niet volledig in de hand had. Joke Raes toont nooit eerder getoond werk, en die formulering is op zich al een bekentenis: wat niet eerder werd getoond, is misschien niet eerder gelukt, of misschien te broos gebleken om te delen.
Joep van Lieshout, Scuptural III, NQ Gallery
Dat is de eerste laag van Sculptural III: niet een tentoonstelling over wat kunstenaars kunnen, maar over wat ze bereid zijn te riskeren wanneer het materiaal weigert een verlengstuk van hun wil te zijn.
De oven beslist
Wie met keramiek werkt, aanvaardt een merkwaardige arbeidsverdeling. De kunstenaar vormt, glazuurt, componeert, en dan volgt een fase waarin hij niets meer doet. De oven neemt het over. Temperatuur, zuurstoftoevoer, de manier waarop glazuren elkaar raken bij negenhonderd graden: dat zijn factoren die zich pas na afloop laten aflezen, nooit ervoor. Een scheur die ontstaat, glazuur dat anders uitslaat dan bedoeld, een vorm die inzakt onder zijn eigen gewicht: het hoort bij het vak, niet als ongeluk maar als voorwaarde.
Byatt zag dat scherp toen ze over De Waal schreef. Wat hem interesseerde in de geschiedenis van het porselein was niet de triomf van de uitvinders, maar de reeks mislukkingen die eraan voorafging: eeuwen van kunstenaars en alchemisten die het recept niet vonden, ovens die instortten, ladingen die verloren gingen. Dat toeval is geen bijzaak van het medium. Het is de kern ervan.
In Sculptural III is die logica overal voelbaar, ook al wordt ze nergens hardop uitgesproken. Delphine Courtillots afwisselend matte en geglazuurde oppervlakken zijn het resultaat van talloze beslissingen die pas na afloop van het proces zichtbaar worden. Anne Marie Laureys' compacte, blauw getinte vormen dragen een signatuur die zich over jaren heeft ontwikkeld, maar elke nieuwe stook blijft een herhaling van diezelfde gok. Wat de bezoeker ziet als een consequent oeuvre, is in werkelijkheid een lange reeks onderhandelingen met het vuur waarvan alleen de geslaagde uitkomsten de galerie hebben gehaald.
Anne Marie Laureys, NQ Gallery
Contrast als curatorieel principe
Niqui van Olphen en Nick Ervinck, dit jaar voor het eerst samen aan het roer, bouwden de tentoonstelling bewust op tegenstelling: het organische tegenover het figuratieve, het serene tegenover het verontrustende. Die keuze krijgt, gelezen door de lens van het toeval in het vuur, een extra betekenislaag. Tom Volkaerts zwart-rode vormen met hun dreigende, bijna Gigeriaanse energie zijn niet louter een iconografische keuze. Ze zijn ook een demonstratie van wat er kan gebeuren wanneer een kunstenaar het onvoorspelbare opzoekt in plaats van het te vermijden. Natasja Alers en Johannes Nagel spelen op hun beurt met een voortdurende verschuiving van perspectief, waarbij elk werk de bezoeker opnieuw laat twijfelen aan wat hij precies voor zich heeft.
Dat galeriehouder Niqui Van Olphen en kunstenaar Nick Ervinck samen cureerden, is in dit licht meer dan een organisatorisch detail. Een kunstenaar die zijn vakgenoten selecteert, weet uit ervaring wat een stuk heeft moeten doorstaan om er te komen. Een galerist kijkt met een ander soort afstand. Die twee blikken bij elkaar brengen, betekent een tentoonstelling samenstellen die niet alleen let op wat een werk zegt, maar ook op wat het heeft overleefd.
Een canon in wording
De link met Beelden aan Zee onderstreept dat Sculptural III zich niet in een vacuüm bevindt. Veel van de deelnemende kunstenaars exposeerden er eerder, en het is opnieuw Dick van Broekhuizen, curator en hoofd museumcollecties aldaar, die voor de derde keer op rij het openingswoord voor zijn rekening neemt. Met voorzichtige plannen om in een volgende editie ook de grens met Duitsland over te steken, is wat NQ Gallery hier opbouwt niet zomaar een jaarlijkse tentoonstelling, maar een informele, langzaam groeiende canon van de Nederlands-Belgische beeldhouwtraditie, aangevuld met wie zich waagt aan hetzelfde onvoorspelbare materiaal.
Dat sluit aan bij wat De Waal zelf deed in The White Road: geen encyclopedie van het porselein schrijven, maar een persoonlijke, gefragmenteerde geschiedenis van mensen die zich lieten meeslepen door een materiaal dat hen nooit volledig gehoorzaamde. Sculptural III doet iets vergelijkbaars op kleinere schaal. Het is geen overzichtstentoonstelling van de keramische kunst, maar een verzameling van elf keer hetzelfde risico, elke keer opnieuw genomen.
Wie na Sculptural III de aangrenzende H.F. Room binnenwandelt, ademt overigens even uit. Daar loopt deze zomer The Ordinary Luminous, de tekeningenreeks van Erwin Keustermans: lichtvoetig, bijna sculpturaal van lijn, maar zonder oven, zonder vuur, zonder dat element van toeval waarover Byatt het had. Een tegenwicht dat, precies door zijn afwezigheid van risico, nog eens onderstreept waar de kunstenaars in de hoofdzaal wél voor kozen.
Slot: wat het vuur niet vergeeft
Terug naar Byatt, en terug naar het vuur. Wat zij observeerde bij De Waal geldt evengoed voor de galerie in kwestie: dat een kunstwerk in klei nooit volledig het eigendom is van wie het maakte. Er is altijd een moment waarop de maker loslaat, letterlijk, en waarop iets anders, ouder en onverschilliger dan artistieke intentie, het laatste woord krijgt. Sculptural III toont wat er overblijft wanneer elf kunstenaars dat weten en er toch voor kiezen om door te gaan. Niet ondanks het risico, maar er middenin.
Sculptural III is te zien bij NQ Gallery t/m 31 augustus.
Scuptural III, NQ Gallery