De Finse kunstenaar-designer Jonas Lutz verhuisde een kleine 20 jaar terug naar Nederland om te studeren aan de Design Academy. Hout is Lutz’ basismateriaal. Aanvankelijk maakte hij vooral meubels, maar over de jaren heen ging hij vrijer werken. Dat resulteerde onder meer in House Party, zijn tentoonstelling bij Van Oosterom Gallery.
Jonas Lutz heeft een atelier in Rotterdam-West dat hij op het punt staat te verruilen voor een groter atelier elders in de stad. We spraken hem over House Party, de verschillen tussen Nederlands en Fins design, en het genot van werken met een kettingzaag.
House Party van Jonas Lutz is tot en met 16 augustus te zien bij Van Oosterom Gallery in Rotterdam.
Je maakt naast lampen en vazen vooral houten meubels en sculpturen. Ik kan me voorstellen dat als je bij jou over de vloer komt, je denkt dat je in houtwerkplaats bent.
Ja, dat snap ik. Mijn atelier staat vol met machines en gereedschappen voor houtbewerking: lintzagen, freeszagen, kettingzagen, beitels, handzagen. Stap voor stap heb ik alles verzameld. In mijn werkplaats kan ik alles maken van grote meubelstukken tot ruwe beelden en alles ertussenin. Daarnaast heb ik een werkplek voor werk aan de computer, die ruimte is ook mijn showroom.

Zei je nou kettingzaag? Dat associeer ik voornamelijk met bomen omzagen en iets afbreken. Hoe maak je iets met een kettingzaag?
Klopt, ik heb wel vijf verschillende kettingzagen. Het fijne aan werken met een kettingzaag is dat mobiel bent. Je kan t overal doen, omdat je bent niet afhankelijk van grote houtwerkplaatsen.
Wat is eigenlijk het fijnste hout om mee te werken?
Van grenen- en vurenhout vind ik de geur heel fijn. Als je dat een dag lang hebt gezaagd, dan ruikt je werkplaats heerlijk. De kleur is ook mooi. Iepen staat bekend als moeilijk hout om mee te werken vanwege de vele noesten, en omdat het niet egaal van kleur is. Maar voor een beeldhouwer is het een heel interessante houtsoort. Iepenhout is namelijk goed te bewerken, het is sterk, maar niet te zwaar.
Stel ik loop stage bij je: wat doen we op een maandag?
Ik begin mijn dag altijd met koffie. Mijn studio is nu nog in hetzelfde gebouw als een koffiebrander, dus ik heb altijd goede koffie. Ik ben een beetje een koffienerd. Stagiairs die geen koffie drinken schelen mij weer geld. Ik probeer ze mee te nemen in de verschillende processen van mijn werk. Vaak komen ze om meer te leren over hout en houtbewerking. Ik kijk eerst wat ze kunnen. Kunnen ze bijvoorbeeld een freesmal maken en hoe snel vinden ze oplossingen voor problemen? Ook probeer ik ze altijd een eigen opdracht te geven.
Jonas Lutz, House Party, Van Oosterom Gallery. Foto: Pim TopJe bent in Stockholm opgeleid tot meubelmaker en in Eindhoven studeerde je aan de Design Academy. Wat is het opvallendste verschil tussen de Scandinavische designtraditie en de Nederlandse?
Het Finse design neemt een vlucht na de Tweede Wereldoorlog. Het is vooral functioneel. Alvar Aalto is waarschijnlijk de bekendste exponent ervan. Zelf vind ik mensen als Kai Frank en Tapio Wirkkala inspirerend, omdat zij niet alleen meubels maakten maar ook glas en porselein. Zij maakten in feite alles.
Nederland heeft natuurlijk ook een modernistische stroming gehad, maar als je kijkt naar het Dutch Design dat vanaf de jaren ‘90 veel invloed had, valt op dat het expressief is en richting kunst gaat. Het Finse design is veel intiemer. Design is daar meer iets voor jezelf en je directe omgeving. De Nederlandse traditie is expressiever. Misschien komt het door de grote ramen waardoor mensen je kunnen zien. Je maakt er meer een statement mee.
Hoe zou je je eigen praktijk omschrijven? Vind je jezelf primair kunstenaar of designer – hoe noem je jezelf?
Dat vind ik altijd een moeilijke vraag. Ik noem mezelf designer–sculptor. Dat woord zegt niet wat je maakt, maar geeft aan hoe je werkt. Kort gezegd maak ik vormen die ik interessant vind.
Toen ik net van de academie kwam lag de nadruk op het meubel maken. Tegenwoordig werk ik vrijer. Ik ben autonomer en werk intuïtiever. Toch wil ik een voet in de meubelwereld houden, omdat meubels maken een fijn proces is dat je voor interessante puzzels stelt.
Jonas Lutz, Table, 2026, Van Oosterom Gallery. Foto: Pim TopJe show heet House Party – kan je die titel toelichten?
Toen ik de ruimte van de galerie zag, moest ik door de houten vloer denken aan een woonkamer. De ruimte is ook groot genoeg om een huiskamer te zijn. Ik dacht: wat zou het leuk zijn om hier een huisfeest te geven.
Ik houd ervan om met presentaties een sfeer neer te zetten en een huisfeest is dat natuurlijk. Naast bruikbare meubels zijn er ook sculpturen te zien. Die sculpturen zijn een soort feestgangers. Het is ook een hommage aan de huisfeesten uit mijn studententijd. Ik vond dat altijd geweldig. Nu ben ik op een leeftijd dat iedereen kinderen heeft en er nauwelijks nog huisfeestjes zijn.
Stel ik geef je carte blanche waaraan zou je dan gaan werken/welk project zou je oppakken?
Dat is een moeilijke vraag. Ik wil doorgaan met het maken van het soort dat beelden ik voor de tentoonstelling heb gemaakt. Ook zou wel eens goede manier willen ontwikkelen houten beelden in de buitenruimte te conserveren. Ik was recent bij het Kröller-Müller. Daar hebben ze een prachtige beeldentuin, maar het viel me op dat daar geen houten beelden tussen zaten. Meer hout in de buitenruimte dus.
Waar werk je nu aan?
Ik zit op dit moment middenin de verhuizing van mijn studio. Ik ga naar een andere locatie in Rotterdam-West. Daarna ga ik mijn studio inrichten en vervolgens aan de slag met een aantal opdrachten die ik heb aangenomen. Van de zomer geef ik een workshop beeldhouwen en druktechnieken in Frankrijk.
