Al jarenlang beweegt Fahrettin Örenli zich tussen Amsterdam, Istanbul, Seoul en New York: steden die elk op hun eigen manier macht en kennis produceren. In de tentoonstelling ‘Conspiracy Wall > ANARTIST’ bij Bradwolff & Partners brengt Örenli die observaties samen in een omvangrijk kunstenaarsboek vol tekeningen, gedichten, zeefdrukken en tekstfragmenten, waarbij het publiek wordt uitgenodigd zelf verbanden te leggen. ‘Conspiracy Wall > ANARTIST’ is nog tot en met 11 juli te zien bij Bradwolff & Partners.
Tien jaar lang werkte Örenli aan dit project, waarin hij zich verdiepte in geopolitiek, migratie, technologie en economische machtsstructuren. Zijn kunstenaarsboek fungeert daarbij niet alleen als archief, maar ook als een uitnodiging om leven en kunst samen te laten vallen in één vorm. Pagina’s kunnen uit het boek worden losgemaakt, herschikt en opnieuw samengesteld tot een eigen installatie of verhaal.
Je woont en werkt in verschillende steden over de wereld. Wat is het grootste verschil tussen die werkplekken?
Ik leef en werk niet alleen tussen Amsterdam en Istanbul. Sinds 2004 heb ik ook in Seoul gewoond en daarvoor in New York. Al decennialang vormen deze vier steden de belangrijkste stedelijke omgevingen van waaruit ik het hedendaagse leven onderzoek. Geld is tegenwoordig een van de belangrijkste maatstaven geworden waarmee waarde en kennis worden geproduceerd, en steden zijn de plekken waar dat proces zich het duidelijkst manifesteert. Naarmate steden blijven groeien, lijken ook onze waardesystemen steeds sneller te veranderen.
Elke stad stelt mij in staat een andere maatschappelijke conditie te bestuderen. In Amsterdam richt ik mij op individualisme en de manier waarop economische activiteit invloed heeft op kennisproductie. Istanbul fascineert me vanwege haar hybride karakter. In Seoul onderzoek ik de voortdurende concurrentie en de constante herstructurering van de stad. New York bezit een bijna onvoorwaardelijke psychologische kracht om individuen op te nemen in haar systemen en structuren.
Je werk beweegt zich tussen beeldende kunst en poëzie. Waar begint een werk meestal? Bij een tekst of gedicht, of juist bij een beeld?
Aan het begin van mijn carrière kostte het tijd om ideeën visueel uit te werken. Ik kon het tempo waarin nieuwe ideeën zich aandienden niet bijhouden en begon ze daarom op te schrijven. Die aantekeningen groeiden geleidelijk uit tot gedichten en schrijven werd uiteindelijk net zo belangrijk voor mijn praktijk als beeldende kunst.
Tegenwoordig kan een werk zowel bij een tekst als bij een beeld beginnen. Mijn werkwijze bestaat uit het verzamelen, analyseren en opnieuw combineren van elementen uit verschillende media om zo een eigen artistieke taal te ontwikkelen. Door poëzie, korte verhalen, kunsttheoretische teksten en visuele vormen samen te brengen, beweeg ik voortdurend tussen literaire en beeldende expressie.
Je nieuwe tentoonstelling draagt de titel ‘Anartist’. Wat verwijst die titel naar? Is het een identiteit?
Ik ben geboren in een prachtig berggebied, dicht bij de natuur, terwijl het land onder militair gezag stond. Daardoor werd ik al vroeg geconfronteerd met extreme werkelijkheden. Mensen maakten elkaar af en stierven voor niets. Ik gebruik het woord ‘Anartist’ op een satirische manier. Het verwijst naar een van de centrale vragen in mijn werk: wat is de functie van kunst en welke houdingen bepalen de kunstwereld? Tijdens mijn jeugd zag ik hoe politieke en etnische tegenstellingen buren in vijanden konden veranderen en steeds opnieuw een ‘ander’ creëerden.
ANARTIST komt voort uit die ervaringen, maar ook uit vragen rond identiteit, verbondenheid en de tegenstrijdigheden van het hedendaagse bestaan. Voor mij bestaat er geen onderscheid tussen mijn levensfilosofie en mijn werk. Miljoenen vragen en een handvol bescheiden antwoorden. Misschien wordt dat het best verwoord in het gedicht ANARTIST:
ANARTIST
IN ELKE EEUW
EEN PERSOON DIE
EEN DEUR OP EEN MUUR TEKENT
EN OPNIEUW
VERGEET DIE DOMME PERSOON
DIE DEUR TE SLUITEN?

Je presenteerde dit boek tien jaar geleden al. Waarom vond je het belangrijk om het juist nu opnieuw uit te brengen?
Dit project is het resultaat van een tien jaar durend onderzoeks- en werkproces (2004–2014), waarin ik door verschillende delen van de wereld reisde, van de Verenigde Staten en Zuid-Korea tot China, de Oeigoerse regio's, Turkije en het Midden-Oosten. Op al die plekken kwam ik in aanraking met onderwerpen als pijplijnpolitiek, de macht van grote bedrijven en de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Tegelijkertijd onderzocht ik technologische ontwikkelingen en stelde ik mezelf de vraag of kunst nog wel kon communiceren met een publiek binnen de immense en ongrijpbare wereld van het internet.
Ik wilde het boek opnieuw uitbrengen omdat de vragen die erin worden gesteld vandaag nog altijd uiterst relevant zijn. Veel van de sociale, politieke, technologische en ecologische kwesties die erin aan bod komen, zijn inmiddels zelfs urgenter geworden. Kunst zou wat mij betreft tijdloos moeten zijn en een verbinding moeten leggen tussen verleden, heden en toekomst. Dit kunstenaarsboek weerspiegelt die voortdurende realiteiten en biedt er tegelijkertijd een historisch perspectief op.
Moeten we het dan zien als een historisch document of eerder als een commentaar op het heden?
Eigenlijk allebei. Mijn artistieke methode heeft zich ontwikkeld parallel aan mijn manier van onderzoek doen. Ik breng sociale verbanden en politieke motieven in kaart om beter te begrijpen hoe menselijke ingrepen het dagelijks leven, stedelijke omgevingen en nieuwe werkelijkheden vormgeven. Mijn onderzoek is gebaseerd op reizen, observatie en directe ontmoetingen, niet op één specifieke plek. Hoewel het werk historisch materiaal bevat, moet het ook gelezen worden als een reflectie op het heden, omdat veel van de kwesties die het aansnijdt nog altijd bepalend zijn voor onze kennisproductie en ons begrip van de wereld.
Je combineert in deze tentoonstelling zeefdrukken met tekeningen en tekstfragmenten. De zeefdrukken zitten vast met een perforatierand. Wat hoop je dat mensen hiermee zullen doen?
Om mijn werkelijkheden over te brengen, gebruik ik een eenvoudige structuur die zowel ‘de werkelijkheid van het individu’ in opgevouwen vorm als ‘de werkelijkheid van de massa’ in uitgevouwen vorm vertegenwoordigt. Het kunstenaarsboek kan bestaan als boek, maar ook uitgroeien tot een installatie of tentoonstelling.
‘Conspiracy Wall > ANARTIST’ is ontworpen om voortdurend van vorm te veranderen, zowel in tentoonstellingsruimtes als in huiselijke omgevingen. Met behulp van geperforeerde gedichten, zeefdrukken en prints nodig ik bezoekers uit om actief deel te nemen aan dat proces. Door de verschillende onderdelen te herschikken kunnen zij hun eigen verhalen, installaties en verbanden creëren, zowel in de publieke als in de private ruimte. In die zin heeft het project zowel een artistieke als een educatieve dimensie.
Het werk is daarmee ook makkelijk te vervoeren? Heeft dit iets te maken met je eigen reizende bestaan?
Zeker. Het kunstenaarsboek heeft een sterk autobiografisch component. Omdat ik ben geboren tussen verschillende etnische achtergronden en in meerdere landen heb gewoond, ben ik geleidelijk opgegaan in wat ik een universele ‘ANARTIST’ noem. De verplaatsbaarheid en veranderlijkheid van het werk hangen direct samen met die ervaring van bewegen tussen plaatsen, werkelijkheden en kennissystemen.
Uiteindelijk stelt het project vragen over verbondenheid, transformatie en de mogelijkheid om leven en kunst samen te laten vallen in één vorm. Het gaat over het ontvouwen van de duisternis in je eigen geest, het delen daarvan met anderen en het zoeken naar betekenis via dat proces.

Er zijn verwijzingen naar nieuwsuitzendingen, omringd door kleurrijke borduursels. Waarom wilde je die harde actualiteit verbinden met iets lichts en kleurrijks?
Daarmee verwijs ik naar het videowerk MIDDLE CLASS HOME TV binnen de installatie. De video's worden getoond in getekende televisietoestellen die doen denken aan een doorsnee middenklassewoning. In zo'n vertrouwde omgeving verwacht je niet direct kritische videokunst tegen te komen. De werken gaan over politieke, sociale en historische werkelijkheden, terwijl de huiselijke setting ze juist dicht bij het dagelijks leven brengt.
Shadows of Dust III combineert animatie met geluidsopnamen van een bijeenkomst van een arbeiderspartij waarin hedendaagse economische vraagstukken, waaronder de dominantie van de Amerikaanse dollar, worden besproken. The Emotion of the Land, THE CUT by Post Cosmetic Surgery verbindt de deling van Korea met de druk van schoonheidsoperaties en modernisering. Ik ben geïnteresseerd in de manier waarop ogenschijnlijk losstaande werkelijkheden elkaar kruisen en nieuwe betekenissen voortbrengen.
Ik zie ook een landkaart met routes. Waar verwijzen die routes naar?
De kaart verwijst naar de West-East Oil Pipeline en andere bestaande of geplande energieroutes die Oost en West met elkaar verbinden. Deze routes lopen door Centraal-Azië, het Midden-Oosten, China en Europa. Met dit werk stel ik vragen over de politieke en economische belangen achter pijpleidingen, natuurlijke hulpbronnen, grenzen en geopolitieke macht. In het geval van de West-East Oil Pipeline was ik vooral geïnteresseerd in tegenstrijdigheden, zoals de aanwezige olievoorraden in de Oeigoerse regio en de implicaties van het aanleggen van pijpleidingen door gebieden als Afghanistan.
Wat mij fascineert aan kaarten is hun vermogen om onzichtbare politieke en economische structuren zichtbaar te maken. De routes verbinden thema's als olie, water, migratie, grenzen en macht. Hoewel deze verwijzingen specifiek lijken, wijzen ze gezamenlijk op grotere krachten die het dagelijks leven wereldwijd vormgeven.
Je lijkt ook een soort nieuwe wereld te creëren in het boek, bijvoorbeeld in ‘New Amsterdam’. Wat wil je hiermee laten zien?
Door verschillende media en onderwerpen samen te brengen onderzoek ik de spanning tussen natuur en menselijk eigenbelang. Daarbij stel ik vragen als: kan wat verloren gaat door rijkdom, macht en politieke ambities ooit worden teruggewonnen? En bestaat ware vrijheid misschien alleen wanneer de natuur haar eigen gang mag gaan? In New Amsterdam krijgen die vragen een Nederlandse vorm. Door zowel te verwijzen naar het schipvormige hoofdkantoor van ING als naar het VOC-schip Amsterdam (1748–1749) onderzoek ik het banksysteem en de machtsstructuren die daarmee samenhangen.
In veel landen zijn gewone burgers moderne slaven geworden van het private banksysteem. In Nederland is die tegenstelling misschien nog opvallender: sommige grote banken zijn historisch afhankelijk geweest van overheidssteun of overheidseigendom, terwijl burgers tegelijkertijd steeds zwaardere financiële lasten dragen en 21 procent btw betalen. Met New Amsterdam stel ik de vraag of een systeem dat met publieke middelen wordt ondersteund uiteindelijk de samenleving dient, of vooral de machtsstructuren die erachter schuilgaan.
Werk je momenteel aan nieuwe projecten?
Ja, op dit moment werk ik verder aan mijn langlopende onderzoeksproject ‘Equation: The Evolution of Knowledge Within and Beyond the Human Mind’. Binnen dit project combineer ik beeldende kunst, poëzie, literatuur en theoretisch onderzoek om te verkennen hoe kennis ontstaat, verandert en wordt doorgegeven, zowel binnen als voorbij het menselijk bewustzijn.
Mijn huidige onderzoek richt zich op de relatie tussen natuurlijke en door mensen gemaakte systemen, de invloed van kapitaal en stedelijke structuren op kennisproductie en de vraag of bewustzijn en opgebouwde kennis mogelijk kunnen voortbestaan voorbij het fysieke lichaam. Via nieuwe kunstwerken, kunstenaarsboeken, gedichten en theoretische teksten blijf ik dit onderzoek verder ontwikkelen.
