Twintig jaar na dato reflecteren op je eigen werk, hoeveel kunstenaars krijgen die kans? Toen die mogelijkheid zich voordeed, greep fotograaf Jan Banning die met beide handen aan. Hij gaf zijn bekendste boek Bureaucratics uit 2008 opnieuw uit – ditmaal geheel naar wens – en vulde het aan met beambten uit vier nieuwe landen. Bij de Amsterdamse vestiging van Galerie Fontana is tot en met 27 juni een selectie uit de serie te zien.
In Bureaucratics nemen fotograaf Jan Banning en journalist-schrijver Will Tinnemans (1959-2014) je mee op reis langs de bureaus van ambtenaren in de meest uiteenlopende landen: van Yemen tot de VS en van Frankrijk tot India. Op iedere foto lijkt het alsof je op de drempel van de van een beambte binnenloopt, waardoor je precies kan zien wat er op het bureau ligt. Bannings deadpan benadering doet de rest – bij sommige beelden is het lastig om een glimlach te onderdrukken.
Tegelijk leest of kijkt Bureaucratics als een index van bureaucratie in verschillende landen; het soort fotografie waarvan al lang en breed afscheid was genomen. Maar juist de herhaling van telkens hetzelfde beeld in een andere setting maakt het werk toegankelijk en uiterst vermakelijk. 'Het is een raar theater dat wordt opgevoerd.'
Bureaucratics werd precies twintig jaar geleden uitgegeven door het Amerikaanse Nazraeli Press in een serie die werd samengesteld door Martin Parr. Het boek en de serie werden een daverend succes. Het boek beleefde maar liefst 4 drukgangen en de serie reisde de wereld over. De serie was in 45 musea, kunstinstellingen en overheidsinstellingen te zien – zoals bij de belastingdienst van een zuid-Duitse deelstaat – in 18 landen verspreid over 5 continenten. We spraken Jan Banning over Bureaucratics, waarom het tijd werd voor een heruitgave, en waarom hij juist in Texas, Picardïe en Shandong belandde.
Hoe ontstond het idee om Bureaucratics opnieuw uit te geven?
Eigenlijk ben ik altijd ontevreden geweest over de uitvoering van het boek. Ik vond het niet mooi gedrukt. Daar heb ik mij 4 drukgangen bij neergelegd. Op gegeven moment werd ik erop gewezen dat voor de eerste druk online tussen 350 en 2000 dollar werd betaald. Daarop heb de uitgever gemaild en gevraagd of ik de resterende 150 stuks kon opkopen. Die verkocht ik op mijn website voor een fractie daarvan.
Toen ik ze allemaal had verkocht en aanvragen bleven binnenlopen, dacht ik: dit is dé gelegenheid om het boek op mijn manier uit te geven en terug te blikken op het werk. Hoe vaak heb je nu de kans om te reflecteren op je eigen werk? Er is veel mee gebeurd, het is veel tentoongesteld en heeft veel navolging gekregen.

De eerste serie voor Bureaucratics maakte je in Mozambique, in zwartwit. Dit hoofdstuk heb je, samen met 3 andere series, toegevoegd aan de heruitgave. Wanneer drong tot je door dat je hiermee een groter veel project te pakken had?
Ik had een onmogelijke opdracht aangenomen, namelijk om foto's te maken bij een verhaal over de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in Mozambique, in het bijzonder de decentralisatie van 's lands administratie. Ik besloot de ambtenaren te portretteren in hun kantoren.
Vrijwel meteen na Mozambique zag ik in dat dit bijzonder en maf was. Al mijn projecten hebben een politieke inslag en ik besefte dat een bureaucratie een uitdrukking van een politiek systeem is. Het is de presentatie van de staat aan zijn burgers.
'Laten we nou niet stoppen', dacht ik, dus ik benaderde Will Tinnemans of we niet samen een hoofdstuk konden maken. Dat werd het hoofdstuk over India.
Waarom kozen jullie specifiek voor India?
De keuze viel op India omdat het land formeel gezien de grootste democratie op aarde is. Elk hoofdstuk moest staan voor iets groters.
En dan kom je in de Indiase deelstaat Bihar uit?
Ja, Bihar is een deelstaat die qua inwoneraantal pakweg even groot is als Duitsland, maar geen noemenswaardige economie heeft. Daarom zijn banen in de ambtenarij in trek. Het zijn betrekkingen met status. Zo kwamen we in het kantoor van een ambtenaar waar een computer stond, maar die kon hij niet bedienen. Daar was iemand anders voor.

Je hebt ook in Texas gefotografeerd. Waar staat dat voor?
Als je de VS wilt fotograferen kan je niet kiezen voor de New York of Californië, want dat zijn uitzonderingen. We wilden wel een grotere staat met een noemenswaardige economie, zo viel de keuze op Texas.
Ik neem aan dat je niet meteen op het vliegtuig stapt als je hebt besloten dat je daar wilt fotograferen. Hoe pakte je zoiets aan?
Tegenwoordig is alles online te regelen, maar destijds benaderden we eerst iemand die iets van Texas weet. Daarna weet je ongeveer wat interessant kan zijn. Daarop begin je met het rondstrooien van e-mails, waarop je vaak geen antwoord krijgt. Dan ga je bellen. De mensen die opnemen hebben ondanks de e-mails vaak geen flauw idee waarover je belt. Je vraagt of je het mag uitleggen en dan word je halverwege afgebroken. "Stuur maar een e-mail!"
Veel van het werk zat dus aan de voorkant; dat moet tijdrovend zijn geweest. Terug naar Texas, hoe kwam je uiteindelijk bij deze sheriff terecht?
Op de meeste plekken geldt dat een hogere functionaris ons verzoek goedkeurde en toestond dat er gefotografeerd werd. Maar wat bleek nu: in de VS besluit ieder voor zich, dus die sheriff bepaalt zelf wie hem mag fotograferen.

In het essay bij de heruitgave zeg je dat alleen in Frankrijk men meteen de waarde van jouw project in zag en je vrij snel toestemming kreeg van de prefect. Toch viel het fotograferen er tegen, omdat het land het meest op Nederland leek waardoor het lastiger was de visuele kwaliteit van de ruimtes te onderkennen. Terugkijkend, wat had je liever: een ellenlange voorbereiding of het Franse scenario?
Op de meeste plekken geldt dat een hogere functionaris ons verzoek goedkeurde en toestond dat er gefotografeerd werd. Maar wat bleek nu: in de VS besluit ieder voor zich, dus die sheriff bepaalt zelf wie hem mag fotograferen.
Je wordt inderdaad stapeldol van de voorbereiding en het is heel fijn om op een prefect te stuiten die zijn woordvoerder vertelt dat ie mee moet werken. In Frankrijk was toegang niet het probleem. We fotografeerden onder andere in Picardië, een streek die langzaam ontvolkt. Ieder dorpje heeft daar een gemeentehuis, maar dat is niet de hele tijd open. Sterker nog: de ambtenaar in kwestie reed van dorp naar dorp, waardoor je soms in een volgend dorp op dezelfde gemeentesecretaris stuitte en die ging ik dan niet opnieuw fotograferen.
Als ik het goed zie, heb je vooral street-level bureaucratie vastgelegd en niet de hogere echelons?
Dat is niet helemaal waar. In Yemen hebben we bijvoorbeeld het hoofd van een district gefotografeerd. Die man zit in een kamer met lege kasten – die man ís, hij hoeft niets te doen.
Soms is het niet goed te herkennen wat voor positie iemand heeft. Er zitten lagere posities in het boek, maar ook beambten uit het middenkader en het hogere middenkader.

Welk land en welke locatie waren het lastigste om geregeld te krijgen? Ik kan me voorstellen dat voor een Westers kunstproject in Yemen niet meteen de deuren opengaan, maar ik kan het mis hebben.
Nee, Yemen was lastig in het begin. Toen we de eenmaal toestemming en een gids hadden gekregen en geen Amerikanen bleken te zijn, waren we van harte welkom. Fotograferen in Shandong, een provincie van China, was daarentegen de hel. In vrijheid rondkijken was er in de communistische bureaucratie niet bij. Niets werd aan het toeval overgelaten. De werkkamers waren brandschoon – het leek alsof er niet gewerkt werd. Ambtenaren leken er vooral op uit om ons een positief beeld van China voor te schotelen. Het was dan ook een strijd om daar te fotograferen. Ik moest me ontworstelen aan chaperonnes en bewakers. Soms lukte dat.
Tot slot, in het essay omschrijf je jezelf als iemand met een anarchistische inslag die redelijk wantrouwig stond ten aanzien van overheden. Is dat gaandeweg het project veranderd?
Nee, die houding is niet heel erg veranderd. Mijn beleving erbij is wel verdiept. Ik werd in de regel gezien als ongevaarlijke gek. Dat was heel fijn, want door daar talloze uren door te brengen in gemeentehuizen heb ik meer gevoel ontwikkeld voor het dilemma waarvoor een ambtenarenapparaat zich ziet geplaatst.

Kan je dat dilemma schetsen?
Ambtenaren moeten zonder aanziens des persoons opereren, daarmee zijn ze schijnbaar rechtvaardig. Tegelijk verliezen ze daarmee individuele noden uit het oog. Regels gelden voor iedereen, maar niet iedereen is hetzelfde. Ik heb iets meer gevoel gekregen voor dat dilemma.
Waar werk je op dit moment aan?
Ik ben nu net terug uit Portugal voor een korte verkenning. In 1982 en '86 heb ik daar landbouwcorporaties gefotografeerd. Destijds werkten daar alleen maar vrouwen op het land. Hoe zit het nu? Hoe is de verhouding tussen landbouw, immigratie en politiek in een land waar extreemrechts relatief laat een voet aan de grond kreeg. Kan ik dat verbinden aan de foto van 40 jaar geleden en is dat interessant?