Deze maand moesten we afscheid nemen van de Haagse kunstenaar Ossip. Met zijn overlijden verliest de Nederlandse kunstwereld een unieke en buitengewoon eigenzinnige kunstenaar. Ossip was een autodidact die in vijftig jaar een volledig eigen en geheimzinnig universum wist op te bouwen, dat zich ergens bevindt tussen een anatomisch theater, een vergeten familiealbum, een droomwereld en een rariteitenkabinet. Zijn werk laat zich dan ook niet makkelijk samenvatten of vangen binnen één stroming, en dat was ook precies zijn bedoeling.
Het atelier van Ossip was een wereld die meer leek op het domein van een verzamelaar, psycholoog of ontdekkingsreiziger dan op een klassieke kunstenaarsstudio. Overal stonden, hingen en lagen beelden, draadconstructies, oude foto’s, knipsels, objecten en half afgemaakte assemblages. Zijn studio was zo bepalend voor zijn kunstenaarschap dat Kunstmuseum Den Haag er in 2009 een gedeeltelijke reconstructie van maakte voor een tentoonstelling, compleet met raadselachtige details, gevonden voorwerpen en ogenschijnlijk achteloos achtergelaten objecten. Bijna alsof je letterlijk even zijn hoofd mocht binnenlopen. In 2024 was het werk van Ossip nog te zien in een grote overzichtstentoonstelling in BRUTUS, waarin meer dan vijfhonderd werken uit zijn oeuvre te zien waren. Daarin werd goed duidelijk hoe veelzijdig zijn praktijk eigenlijk was: je zag hier onder meer vroege tekstcollages en bijna popartachtige werken uit de jaren tachtig, maar uiteraard ook de mysterieuze fotowerelden waarmee hij uiteindelijk bekend werd.
Ossip werkte vaak met anonieme portretten uit oude medische boeken en tijdschriften uit het begin van de twintigste eeuw, die hij vond op rommelmarkten en in kringloopwinkels. Hij was daarbij niet zozeer geïnteresseerd in de historische context achter die beelden, maar juist in het gevoel dat een beeld opriep. De geselecteerde foto’s werden uitgeknipt, vergroot, bewerkt, ontleed en vervolgens opnieuw samengesteld tot fragiele en vaak driedimensionale en kinetische assemblages. Daarin doken details op als ijzerdraad, gewichtjes, touwtjes, hout, glas, lampjes, parfumflesjes of zelfs stukjes behang. Sommige figuren leken gevangen of vastgebonden, andere juist gewichtloos, speels of bijna circusachtig.
De personages in zijn werk werden in hun originele context vaak puur functioneel gefotografeerd voor wetenschappelijke documentatie. In het werk van Ossip kregen ze een nieuw leven. Het werden ineens mysterieuze hoofdrolspelers in nieuwe, open verhalen zonder een duidelijke conclusie. Soms bijna ontroerend kwetsbaar en poëtisch, soms absurdistisch of zelfs verontrustend. Hoewel zijn werk ergens raakvlakken heeft met het surrealisme, leek Ossip zelf allergisch voor al te theoretische of hoogdravende verklaringen of categorisaties van zijn werk.
Galeriehouder Catalijn Ramakers, met wie hij bijna drie decennia samenwerkte, omschreef hem op Instagram als iemand die altijd compromisloos trouw bleef aan zijn artistieke visie. Dat voel je ook in het werk dat hij achterlaat: een universum dat nergens anders op lijkt en waarin je als kijker even kunt verdwalen.
Ossip Jan Snoeck werd op 29 augustus 1952 geboren in Den Haag als zoon van beeldhouwer Jan Snoek. Hij werd vernoemd naar de beroemde beeldhouwer Ossip Zadkine. In 2019 bracht AVROTROS de Close Up documentaire 'Ossip - Van Vader op Zoon' uit. Je vindt het werk van Ossip onder meer in de collecties van het Centraal Museum, Museum Voorlinden, Kunstmuseum Den Haag, het LAM Museum, de Verbeke Foundation en de collectie van ABN AMRO en SNS Reaal.