In de kleurrijke schilderingen van Haru K kijken we vanuit vogelperspectief naar een vreedzame wereld zonder haast. Vanuit de traditie van de Oost-Aziatische schilderkunst gebruikt deze Koreaanse kunstenaar een verhoogde standpunt om landschappen, architectuur en alledaagse handelingen samen te brengen. De figuren wandelen, rusten of delen een maaltijd, niet gedreven door een doel, maar door een aandachtige manier van aanwezig zijn. Haru K deelt een atelier met zijn vrouw, kunstenaar Lim Hyun-chae in Gwangju, in Zuid-Korea.
Opvallend in zijn werk is het voedsel dat vrij door de ruimte zweeft, want eten is volgens Haru K meer dan iets alledaags. Het vertelt iets over geografie, cultuur en onze relatie tot de natuur: “Als we het leven zien als een reis, vraag ik me af wat het betekent om die bewuster te beleven, met oog voor de omgeving en plezier in eenvoudige dingen zoals eten.” Het werk van Haru K is tot en met 13 juni te zien in de groepstentoonstelling Suchness: Already Within bij Namuso Gallery in Den Haag.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruitziet?
Mijn atelier bevindt zich in Gwangju, in Zuid-Korea. Gwangju is niet alleen mijn geboortestad, maar ook een stad die diep verankerd is in de moderne Koreaanse geschiedenis als symbool van democratie en collectief geheugen. Tegelijkertijd is het een belangrijk centrum voor hedendaagse kunst, internationaal bekend door de Gwangju Biënnale, een van de belangrijkste biënnales van Azië, waar historisch bewustzijn en artistiek experiment voortdurend samenkomen. Ik ben hier geboren, maar heb in Seoul gestudeerd en ben uiteindelijk teruggekeerd naar Gwangju om mijn praktijk voort te zetten. Die terugkeer was niet alleen geografisch, maar ook een manier om mijn werk opnieuw te verankeren met de plek die mijn manier van kijken heeft gevormd.
Mijn atelier bevindt zich op de derde verdieping van een kantoorgebouw en deze deel ik samen met mijn vrouw, die ook schilder is. We hebben de ruimte gedeeld door middel van een lange boekenkast, waardoor er een duidelijke maar rustige scheiding ontstaat tussen onze werkplekken. Binnen deze ruimte werk ik zowel schilderkundig als sculpturaal. Het is een eenvoudig en functioneel atelier; een plek waar ik geconcentreerd kan werken.

Wat liggen er allemaal voor materialen in je atelier? Heb je een favoriet stuk gereedschap waar je niet zonder kunt?
Ik heb niet echt één specifiek gereedschap dat ik als onmisbaar zou beschouwen. In plaats daarvan kies ik materialen afhankelijk van wat een werk nodig heeft en wat het doel ervan is. Op mijn werktafel vind je een breed scala aan materialen, van traditionele Koreaanse schildermaterialen tot acrylverf voor doek, materialen geschikt voor keramiek en ook een 3D-printer. Elk medium biedt een andere manier van denken en beeld maken, dus ik kies en combineer ze afhankelijk van het concept van een project of de context van een tentoonstelling. In die zin is mijn atelier minder een vaste werkplek met een afgebakend gereedschap, en eerder een experimentele omgeving waarin verschillende mogelijkheden naast elkaar bestaan. Ik beweeg vrij tussen materialen en kies wat op dat moment het beste past bij het idee dat ik wil uitdrukken
Als ik een dag met je zou meelopen in je atelier, welke ontmoetingen of activiteiten zou ik dan zien en meemaken?
Als iemand een dag als stagiair in mijn atelier zou doorbrengen, zou die dag waarschijnlijk een vrij gestructureerd maar rustig en reflectief ritme volgen. Ik kom meestal rond negen uur ’s ochtends aan. Ik begin met het schoonmaken van de paletten en schaaltjes van de vorige dag en spoel de resterende verf weg. Daarna drink ik een kop koffie en neem ik de tijd om na te denken over waar ik me die dag op wil richten. Zodra de richting van het werk duidelijker wordt, begin ik te schilderen terwijl ik op de achtergrond YouTube-video’s luister over politiek, cultuur of de actualiteit. Ik werk liever niet in volledige stilte, maar heb graag een stroom van informatie en verhalen om me heen terwijl ik bezig ben. Rond het middaguur eet ik een eenvoudige lunch, meestal iets dat ik van huis heb meegenomen. Daarna maak ik een korte wandeling of doe ik een dutje om mijn lichaam en geest te resetten voordat ik ’s middags weer verder werk. Meestal stop ik rond zes uur. Daarna ga ik vaak naar openingen of eetafspraken. Ook die momenten maken deel uit van mijn creatieve proces, omdat gesprekken aan tafel vaak nieuwe ideeën opleveren voor toekomstig werk.
Als ik een stagiair zou hebben, zou ik die waarschijnlijk vragen om me te helpen met onderzoek en het ordenen van referentiemateriaal, vooral beelden die te maken hebben met voedsel en natuur. Omdat ik momenteel geen stagiairs heb, is het verzamelen en structureren van referenties een belangrijk onderdeel van mijn eigen werkwijze.
Voedsel speelt een centrale rol in je werk. Waarom heb je ervoor gekozen om voedsel als motief te gebruiken om existentiële thema’s te onderzoeken?
Ik denk dat de balans tussen lichaam en geest essentieel is wanneer we nadenken over hoe we willen leven. Een evenwichtig leven vraagt om zowel mentaal welzijn als lichamelijke voldoening. Mentaal welzijn ontstaat voor mij door contemplatie van de natuur of door kunst, door een vorm van denken die het bewustzijn verruimt. Lichamelijke vervulling hangt samen met alledaagse behoeften zoals slaap, relaties en goed eten. De mate waarin deze basisbehoeften in balans zijn, is van groot belang. In mijn werk breng ik deze twee dimensies, het mentale en het fysieke, samen in één beeld, waardoor zowel harmonie als een zekere spanning ontstaat. Binnen dat kader fungeren natuur en voedsel als symbolische elementen die deze ideeën zichtbaar maken. Natuur vertegenwoordigt de basis van het bestaan, de manier waarop we de wereld waarnemen en begrijpen en ons denken verdiepen. Voedsel is een fundamenteel element dat het lichaam in stand houdt, maar het kan ook schadelijk zijn bij overdaad of disbalans. Juist daarom is voedsel voor mij zo’n betekenisvol onderwerp. Door natuur en voedsel samen te brengen in één beeld probeer ik een beeld te schetsen van een ideaal leven waarin lichaam en geest in harmonie zijn.

Door het vogelperspectief lijken jouw werken bijna cartografisch, alsof je een landschap in kaart brengt. Waarom kies je voor dit standpunt?
Dit perspectief heb ik als vanzelf meegekregen uit mijn opleiding in de traditionele Oost-Aziatische schilderkunst. Daar wordt deze benadering bukanbeop (俯瞰法) genoemd, een manier om een scène weer te geven vanuit een verhoogd standpunt, alsof je van bovenaf kijkt. Deze methode maakt het mogelijk om een onderwerp vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk te benaderen. In een lineair perspectief, waarbij de kijker zich op de grond bevindt, zie je meestal alleen de voorkant van een object, terwijl zijkanten en achterzijde grotendeels verborgen blijven. Vanuit vogelperspectief kun je juist verschillende aspecten tegelijk samenbrengen in één beeld. Kaarten of satellietbeelden zoals Google Maps gebruik ik soms als referentie, maar voor de meeste kunstenaars die in deze traditie zijn opgeleid ontstaat een compositie vooral uit langdurige observatie van de natuur in combinatie met verbeelding. Daardoor bevatten mijn werken vaak scènes die in fotografische of wetenschappelijke zin niet mogelijk zijn. Juist die verbeelding verruimt de beeldtaal en zorgt voor een levendige en dynamische compositie.
Veel van je figuren lijken niet gericht op een specifiek doel. Ze zijn aan het rusten, wandelen en dwalen. Wat wil je daarmee overbrengen?
Sommige figuren zijn wel degelijk bezig met activiteiten zoals bergbeklimmen, vissen, zwemmen of spelen met een bal. Maar meestal bevinden ze zich in een toestand waarin ze gewoon van het dagelijks leven genieten, zonder een specifiek doel na te streven. Hun houding weerspiegelt het soort leven waar ik zelf naar streef en is tegelijk een boodschap die ik wil delen. Toen ik mijn eerste dochter een naam gaf, koos ik voor ‘Soyo’ (逍遙), wat zoiets betekent als vrij rondzwerven of zonder haast wandelen. Voor mij betekent wandelen niet simpelweg snel vooruitgaan, maar juist met aandacht door het leven bewegen, je omgeving waarnemen, de natuur in je opnemen en aanwezig blijven in het moment. Als we het leven zien als een reis, vraag ik me af wat het betekent om die bewuster te beleven, met oog voor de omgeving en plezier in eenvoudige dingen zoals eten. Dat is wat ik via de figuren in mijn werk probeer over te brengen.

In jouw schilderijen vloeien bergen, architectuur en voedsel gemakkelijk in elkaar over. Zijn die elementen volgens jou even belangrijk?
De scènes in mijn schilderijen verbeelden een ideale wereld die ik me voorstel. In die zin bestaat er geen hiërarchie tussen bergen, voedsel en andere elementen, maar vormen ze samen één visueel ecosysteem. Voor mij is het bereiken van harmonie en balans binnen de compositie essentieel. In de laatste fase van het schilderen voeg ik soms onverwachte of zelfs ogenschijnlijk onlogische elementen toe, zoals bijzondere gerechten of objecten die in eerste instantie niet op hun plaats lijken. Die keuzes zijn echter niet willekeurig, maar zorgvuldig afgewogen om kleur, vorm en ritme in het geheel te versterken. Wat ik het meest uitdagend en tegelijkertijd het meest interessant vind, is het creëren van samenhang tussen uiteenlopende elementen binnen één beeld. De laatste tijd ben ik minder gericht op specifieke soorten voedsel en meer op de manier waarop gerechten uit verschillende culturele contexten samenkomen en nieuwe visuele relaties vormen binnen één compositie.
Waar werk je momenteel aan?
Op dit moment bereid ik een tentoonstelling voor die in september plaatsvindt in het Hello Museum in Seoul. Deze tentoonstelling richt zich op culturele diversiteit en de laatste tijd doe ik onderzoek naar voedsel uit verschillende landen als uitgangspunt voor mijn werk. Vanuit dat onderzoek ontwikkel ik werken die de culturen en natuurlijke omgevingen van verschillende regio’s weerspiegelen. Terwijl ik voedsel teken en bestudeer, realiseer ik me steeds meer hoeveel informatie het in zich draagt. Zo kan het soort vlees verwijzen naar religieuze contexten, terwijl de keuze voor bepaalde groenten vaak samenhangt met geografische omstandigheden. Ook bereidingswijzen, kruiden en pittigheid kunnen iets zeggen over klimaatverschillen. Hoewel het om één onderwerp gaat, bevat voedsel talloze lagen die iets vertellen over geografie, cultuur en onze omgeving. Daarom probeer ik mezelf niet te beperken en zoveel mogelijk verschillende gerechten te ervaren. Veel van die ervaringen vormen een belangrijke inspiratiebron voor mijn werk. Mijn huidige praktijk richt zich op het zichtbaar maken van die veelzijdigheid en het onderzoeken van die betekenissen en culturele lading van voedsel.
