Op 5 mei overleed de Zwitserse fotograaf René Groebli in Zürich, de stad waar hij in 1927 ook werd geboren. Met zijn overlijden verliest de kunstwereld een fotograaf die het fotografisch medium voortdurend in beweging wist te brengen en op een intuïtieve manier openbrak. Waar veel naoorlogse fotografen streefden naar scherpte, controle en objectiviteit, zocht Groebli juist naar rook, beweging, korrel, snelheid en emotie. Meer dan zeventig jaar bleef hij experimenteren met wat fotografie kon zijn: niet alleen een registrerend medium, maar ook een manier om het intuïtieve en het ongrijpbare tastbaar te maken, om zo ook dat wat gevoeld, herinnerd en verlangd wordt zichtbaar te maken. Het werk van Groebli wordt vertegenwoordigd door Bildhalle.
René Groebli werd geboren op 9 oktober 1927. In 1944 begon hij aan een fotografische opleiding aan de Zurich Kunstgewerbeschule, waar hij studeerde onder Hans Finsler. De kunstwereld van het naoorlogse Zwitserland werd echter getekend door de koel-objectieve en strak geordende beeldtaal van de Neue Sachlichkeit, De Nieuwe Zakelijkheid, een nuchtere reactie op het expressionisme van de periode ervoor. Voor Groebli bood die benadering te weinig ruimte voor zijn eigen, meer intuïtieve en bewegingsgerichte manier van kijken. Hij brak zijn studie af en behaalde in plaats daarvan een diploma tot documentaire cameraman bij Central Film en Gloria Film in Zürich, waar hij het oog van een filmmaker ontwikkelde. Maar ook daar miste hij ruimte voor persoonlijke expressie en merkte hij dat zijn interesse veel meer lag bij het vangen van het ongrijpbare: snelheid, toeval en een subjectieve beleving van de wereld om hem heen.
Met het geld dat hij verdiende met zijn eerste freelanceopdracht maakte Groebli in 1948 zijn eerste reis naar Parijs, de inspiratie voor zijn eerste fotoboek Magie der Schiene (Magie van het Spoor) in 1949. Daarin legde hij industriële kracht vast in korrelige en filmische beelden die getekend worden door rook, ritme en motion blur. Tegelijkertijd had hij ook oog voor menselijke details: een slapende reiziger, een hoofd dat uit een treinraam steekt. De serie weerspiegelt een nieuwe, persoonlijke en meer expressieve benadering van het medium die pas later op waarde geschat zou worden. Groebli was op dat moment pas 22 jaar oud.
Begin jaren vijftig werkte hij als fotojournalist voor internationale tijdschriften en agentschappen, een periode waarin hij veel reisde. In dezelfde periode ontstond één van zijn meest persoonlijke series: ‘Das Auge der Liebe’ (‘The Eye of Love’), een teder, zacht en zorgvuldig geregisseerd beeldessay van zijn huwelijksreis met zijn vrouw Rita. De reeks speelt zich voor een groot deel af in hun hotelkamer in Parijs, dat daardoor verandert in een intieme, gedeelde ruimte. We zien een naakt silhouet, de lijn van een schouder of een kraag, een overgang van licht naar schaduw, zonder dat Rita gereduceerd wordt tot een seksueel object. Het boek riep destijds wat controverse op vanwege de expliciete beelden, voor die tijd, maar inmiddels wordt het gezien als een mijlpaal binnen het genre.
In 1954 werd Groebli toegelaten tot de Council of Swiss Photographers en een jaar later was zijn werk voor het eerst te zien in het MoMA in New York. Hij opende zijn eigen studio voor reclame- en industriële fotografie en specialiseerde zich in complexe kleurenfotografieprocessen, waarover hij ook enkele publicaties uitbracht. Groebli gebruikte kleur overigens niet enkel als registrerend middel, maar ook als autonoom beeldend materiaal. Toen kleurprocessen in de jaren 70 steeds sneller, eenvoudiger en goedkoper werden hervond hij juist zijn fascinatie voor zwart-witfotografie. Eind jaren zeventig besloot Groebli zich exclusief op zijn autonome werk te gaan richten. In 2015 ontving hij een Lifetime Award van de Zwitserse fotoacademie.
Wat Groebli’s praktijk zo bijzonder maakt is de veelzijdigheid van zijn werk en de nieuwe manieren die hij telkens vond om zichzelf uit te drukken. Gedreven door intuïtie, nieuwsgierigheid, experiment reageerde hij op de energie van het subject dat hij vastlegt. Zijn werk is daarom ook niet vangen is in een enkel genre, periode of techniek.
Het werk van René Groebli was onder meer te zien in het MoMA, Fotomuseum Winterthur, Tate Britain, Centre de la Photographie in Genève, Kunsthaus Zürich en tijdens Rencontres Internationales de la Photographie in Arles. Zijn werk is opgenomen in de collecties van het MoMA, Maison Européenne de la Photographie, The Museum of Fine Arts Houston, het Folkwang Museum en de FMAC Collection d'Art Contemporain Ville de Genève.