Vanuit haar kleurenlaboratorium in Arnhem-Zuid werkte Esmee Seebregts de afgelopen maanden toe naar haar solotentoonstelling Colour doesn't Hurt bij Studio Seine. Seebregts onderzoekt de betekenis van kleur, een zoektocht die niet alleen materieel is, maar ook theoretisch. Geïnspireerd door onder meer David Batchelor en Aristoteles, bevraagt zij de hardnekkige westerse opvatting waarin kleur wordt gezien als ondergeschikt, namelijk als iets vluchtigs, emotioneels en daardoor minder waarachtig. In haar werk gebruikt Seebregts kleur als een kritische lens om culturele vooroordelen zichtbaar te maken.
Dit is onder meer te zien in haar series Embarrassments en Joseph's Dreamcoat. In die laatste serie verwijst Seebregts naar het Bijbelse verhaal van Jozef, waarin zijn veelkleurige mantel jaloezie en geweld oproept. Het is een krachtige metafoor waaruit blijkt dat uitbundigheid nog altijd met wantrouwen wordt bekeken: "Misschien is het grootste inzicht toch wel het besef dat we via kleur iets over onszelf te weten kunnen komen."
Komende week is haar werk te zien op de KunstRAI in Amsterdam, waar zij samen met Lise Sore haar werk presenteert in booth 97 van 22 t/m 26 april. De tentoonstelling Colour doesn't Hurt is nog t/m 30 mei te bezoeken bij Studio Seine.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruitziet?
Mijn atelier is in Arnhem-Zuid in een pand waar ook veel andere Arnhemse kunstenaars werken. Mijn atelier is één grote open ruimte met verschillende hoeken die elk een eigen functie hebben, zoals een plek voor het bereiden van mijn verf. Hier staat ook mijn uitgebreide verzameling van pigmenten en bindmiddelen, een muur voor mijn verschillende kwasten, penselen, een kastenwand met alle materialen en gereedschappen en ook een stuk opslag van mijn werk. In het midden staan lange werktafels waar ik op schilder. Aan het plafond hangen sculpturen waar ik nu mee bezig ben.

Is het atelier dat je nu hebt je droomatelier, of koester je de wens van een andere ruimte?
Mijn droomatelier is een stuk ruimer en heeft meer daglicht dan de ruimte waar ik nu werk. Daarnaast droom ik van een atelier dat uit twee afzonderlijke delen bestaat: een goed ingerichte houtwerkplaats waar ik kan zagen en schuren – ik maak al mijn panelen zelf – en een aparte ruimte om te schilderen. Op dit moment zaag ik buiten, zodat er geen zaagsel en schuurstof in mijn schilderijen komt. Dat is logistiek onhandig, omdat ik telkens mijn machines naar buiten moet slepen.
Hoe ziet een doordeweekse dag eruit op je atelier, heb je bepaalde routines? Waar heb je deze week aan gewerkt?
Ik wissel graag de voorbereidende werkzaamheden zoals panelen preparen en verf wrijven af met het echte creëren zoals schilderen. De laatste maanden maak ik ook ruimtelijk werk van keramiek. Die 'tussentijd' met voorbereidingen is fijn, omdat ik dan dingen kan blijven doen met mijn handen, het zijn meditatieve handelingen die vaak weer zorgen voor nieuwe inspiratie.
Je werk draait volledig om kleur, hiervoor deed je onderzoek naar de betekenis van kleur. Hoe pakte je dat aan en welke inzichten hebben je het meest verrast?
Kleur heeft mij leren kijken naar de manier waarop we onze zintuigelijke ervaringen beoordelen en ordenen, naar onze vaak onuitgesproken denkgewoonten, voorkeuren en culturele vooroordelen. Dat laatste was een verrassend inzicht voor mij en is van grote invloed geweest op mijn praktijk. Dit werd mij duidelijk na het lezen van het boek Chromophobia van David Batchelor. Hij beschrijft hoe kleur sinds de oudheid in het Westen wordt gemarginaliseerd en als minderwaardig wordt weggezet. Dat begon met Aristoteles, die in zijn boek Poëtica de tegenstelling tussen lijn en kleur in de schilderkunst introduceerde. De lijn werd geassocieerd met het heldere, rationele, waarachtige en mannelijke, terwijl kleur werd geassocieerd met het veranderlijke, – en daardoor minder waarachtige – het emotionele, oppervlakkige en het vrouwelijke. In deze ogenschijnlijk ongevaarlijke tegenstelling tussen lijn en kleur, gaan vele andere tegenstellingen verscholen die verre van onschuldig zijn. Dat hoor je bijvoorbeeld in dit stukje tekst van de Franse kunsttheoreticus Charles Blanc, uit 1860: "De vereniging van lijn en kleur is nodig in de schilderkunst, net zoals de hereniging van man en vrouw nodig is om de mensheid voort te brengen, maar de lijn moet zijn overwicht behouden over kleur. Anders snelt de schilderkunst zijn ondergang tegemoet: het zal door kleur vallen net zoals de mensheid viel door Eva." Misschien is het grootste inzicht toch wel het besef dat we via kleur iets over onszelf te weten kunnen komen.

Je maakt je eigen ei-tempera verf, wat heb je daar allemaal voor nodig? Waar staat je atelier mee vol?
De verf maak ik van pigmenten en eieren. Het bindmiddel bestaat uit eidooiers, water en een beetje azijn, dat ik vervolgens met de pigmenten wrijf tot verf met behulp van een glazen loper op een marmeren plaat. Omdat deze verf slechts beperkt houdbaar is – ongeveer een maand – bewaar ik het in een klein koelkastje in mijn atelier.
Je zegt dat je kleur via materie een vorm wilt geven. Wat bedoel je daar precies mee: een vorm geven aan kleur?
Kleuren bestaan bij de gratie van licht en zijn daarmee net zo ontastbaar en immaterieel, ook al zien we ze op alledaagse objecten die we vast kunnen pakken. Als ik nadenk over het wezen van een kleur en die probeer te schilderen dan is het eerste waar ik tegenaan loop: maar in welke vorm? Soms voelt het echt alsof ik een 'lichaam' aan kleur geef. Ik probeer een vorm te vinden waarin een kleur zich optimaal manifesteert. Want zoals Rudolf Steiner het ooit zei: "Kleur is in geen geval ooit echt, maar altijd een beeld van iets." Maar heeft elke kleur zo'n vorm, een lichaam waarin dat het duidelijkst naar voren komt? En hoe beïnvloedt die vorm onze perceptie van kleur? Met deze vragen hield ik me vooral bezig tijdens het maken van mijn Origins serie - Origin of Orange (2021) in het Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch.

Zijn er kleuren die zich moeilijker laten maken of beheersen dan andere?
Elke kleur heeft zijn eigen karaktereigenschappen. De een is niet moeilijker dan de ander. Soms weet ik wel beter hoe ik op een specifiek moment met een bepaalde kleur om moet gaan, maar dat zegt meer over mij op dat moment dan de kleur.
Jouw panelen vragen een lange voorbereiding, onder meer door de opbouw van de ondergrond. Hoe lang werk je gemiddeld aan een werk?
Inderdaad, mijn werkproces is behoorlijk arbeidsintensief. Ik zaag mijn panelen zelf en breng daarna acht lagen zelfgemaakte gesso aan die geschikt is voor ei-tempera. Ik werk zelden alleen aan één enkel schilderij; eerder beweeg ik me als een soort vlinder tussen verschillende werken, die ik telkens even aanraak en daarna weer loslaat. Mijn schilderijen zijn opgebouwd uit vele transparante lagen, wat tijd en aandacht vraagt. Wanneer ik gebruikmaak van de vloeitechniek zijn de droogtijden ook lang. Ik ben vaak weken, soms zelfs maanden, met een werk bezig – al betekent dat niet dat ik voortdurend onafgebroken aan één paneel werk. Soms ligt een werk ook even te rusten totdat ik weet hoe ik ermee verder moet gaan.
Waar verwijzen jouw werken met de titels Vjosa, Croc en Joseph's Dreamcoat naar?
Vjosa verwijst naar de laatste grote wilde rivier in Europa, vrij stromend en kronkelend door zuid-Albanië, zonder dammen of kanalisatie. Croc verwijst naar de krokodilachtige verfhuid van dit papierwerk. De serie ronde schilderijen genaamd Joseph's Dreamcoat is geïnspireerd op het Bijbelse verhaal van Jozef die een veelkleurige mantel krijgt van zijn vader. Die bontgekleurde mantel staat symbool voor zijn voorkeurspositie binnen het gezin. Zijn broers zijn jaloers en haten hem. Uiteindelijk verkopen ze Jozef als slaaf en gebruiken zijn mantel om hun vader te misleiden: ze besmeuren hem met bloed en doen alsof Jozef door een wild dier is gedood. Het is een Bijbelse vertelling over jaloezie en afgunst. Voor mij is het fascinerende aan dit verhaal dat de kleurrijke mantel blijkbaar te veel is. Het is de druppel die de emmer doet overlopen. Ik zie hierin een parallel met de westerse kijk op kleur vandaag de dag: uitbundigheid en felheid roepen nog steeds negatieve associaties op, beïnvloed door een christelijke moraal van nederigheid en terughoudendheid.

In je serie Embarrassments keren steeds opnieuw de kleuren lila, roze en oranje terug. Waarom gebruik je juist deze kleuren?
In deze serie zitten verwijzingen naar lichamelijkheid en sensualiteit, vandaar dat ik steeds bij dat kleurenpalet uit ben gekomen. Deze kleuren worden ook eerder als 'vrouwelijk' ervaren, wat past bij de thematiek van die werken.
Heb je een favoriete kleur om mee te werken, of juist een kleur die je blijft uitdagen en die je nog steeds niet hebt kunnen doorgronden?
Kobaltviolet-licht is op dit moment mijn favoriete kleur, het is zo'n ongelooflijke kleur, tussen magenta en paars in, enorm stralend. Voor dat pigment ben ik zelfs een keer naar Florence gereisd om daar 3 kilo van te halen, omdat het toen uit het assortiment van Kremer (Duitsland) was gehaald, waar ik altijd mijn pigmenten inkoop. Ik blijf een moeilijke verhouding hebben met zwart, die kleur gebruik ik zelden. Als ik donkere kleuren wil gebruiken kies ik voor Indigo, Purper, Pruisisch blauw of Russische groen.
Is je onderzoek naar kleur ooit af? Waar werk je op dit moment aan?
Mijn kleuronderzoek begon ooit vanuit een zintuiglijke en bovenzinnelijke benadering, maar is gaandeweg verschoven naar een focus op de culturele betekenis van kleur. Die verschuiving opent telkens nieuwe onderzoeksvelden. Kleur fungeert voor mij nu steeds meer als een spiegel om naar onszelf, naar de mens, te kijken. Momenteel verdiep ik me in complexe sociale emoties zoals schaamte en schuldgevoel, en de kleurassociaties die daarmee samenhangen. In dat onderzoek raak ik onvermijdelijk aan thema's als religie, symboliek en culturele vooroordelen.