Komend weekend opent Nynke Koster (Rademakers Gallery) de deuren van haar atelier tijdens Bermuda Open Studio. Bezoekers krijgen hier een kijkje in haar lichte atelier, gevuld met grote mallen, afgietsels en rubberen sculpturen. Koster vertaalt ornamenten uit bestaande architectuur naar nieuwe zachte en tastbare sculpturen. Deze tonen niet alleen hun vormen, maar ook de verhalen en gebruikssporen van deze plekken. In haar sculpturen documenteert Koster momenten in de tijd, vastgelegd als tijdelijke afdrukken van wat ooit was: "Soms denk ik: had ik maar een plek kunnen afgieten wat ik mensen nu kan teruggeven, bijvoorbeeld in Gaza of Syrië."
Koster gelooft dat ornamentiek nooit echt is verdwenen, maar vooral van vorm is veranderd. Waar ornament vroeger zichtbaar op gevels zat, verschuilt het zich nu in materialen en digitale patronen. In haar visie ligt de toekomst in nieuwe, hybride vormen waarin technologie, ambacht en geschiedenis samenkomen: "Niet als nostalgie, maar als een herwaardering van detail en betekenis in de gebouwde omgeving." Haar atelier is op 18 en 19 april van 11:00 tot 16:00 te bezoeken als onderdeel van Bermuda Open Studio in Den Haag.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruit ziet?
Mijn atelier bevindt zich in De Besturing in Den Haag, een voormalig industrieel gebouw waar meerdere kunstenaars en ontwerpers werken. Het pand draagt sporen van eerdere vormen van arbeid. De ruimte is hoog en licht, met grote ramen en een ruwe, bijna utilitaire uitstraling. De wanden zijn niet strak afgewerkt en laten gebruikssporen zien, waardoor het atelier meer aanvoelt als een werkplaats dan als een witte tentoonstellingsruimte.
In mijn atelier staan zware werktafels, mallen in verschillende stadia en rubberobjecten vullen de ruimte. Architectonische fragmenten zoals afgietsels, proefstukken en restmateriaal hangen aan de wanden en liggen verspreid door het atelier. Er is een voortdurende spanning tussen orde en chaos: overzicht is nodig voor het technische proces, terwijl het maken zelf onvermijdelijk rommel en improvisatie met zich meebrengt.

Ga je iedere dag naar je atelier? Hoe ziet je werkweek eruit?
Ik probeer zo veel mogelijk in mijn atelier te zijn, maar mijn werkweek is zelden vastomlijnd. Sommige periodes werk ik vrijwel dagelijks in de studio, andere weken ben ik vooral onderweg. Reizen is een belangrijk onderdeel van mijn praktijk, bijvoorbeeld voor onderzoek, het maken van afgietsels op locatie of voor het opbouwen van tentoonstellingen en beurzen.
Die afwisseling is essentieel. Het werken op locatie is intens en vraagt een andere focus, terwijl het atelier juist de plek is waar alles samenkomt en vertraagt. Hier neem ik de tijd om te testen, te reflecteren en te beslissen welke richting een werk uiteindelijk opgaat. Vroeger produceerde ik veel werken in mijn atelier, nu wat minder; het is ook fijn als je projecten kunt uitbesteden zodat je zelf ruimte hebt voor nieuwe dingen.
Welke gereedschappen en materialen in je atelier zijn voor jou onmisbaar? Heb je een favoriet item?
Rubber is vanzelfsprekend onmisbaar, in verschillende hardheden en kleuren. Ik werk met rubbers, pigmenten en verschillende soorten mallen, aangevuld met spatels, mengbekers en weegschalen. Het proces is ambachtelijk en vraagt om precisie en aandacht.
Mijn favoriete gereedschap is een Japanse zaag gekregen van mijn voormalige Japanse assistent toen ik een opdracht had bij het Tokyo Metropolitan Teien Art Museum. Door de controle en nauwkeurigheid die dit gereedschap biedt, kan ik mallen en objecten heel precies bewerken. De zaag werkt op trekkracht. Het is een eenvoudig maar verfijnd instrument, dat goed past bij mijn manier van werken.
Wat is er zo prettig aan werken met rubber?
Rubber is flexibel, huidachtig en kwetsbaar. Het staat in scherp contrast met de hardheid en monumentaliteit van steen, beton of marmer, materialen die traditioneel met ornament worden geassocieerd. Door een ornament te vertalen naar rubber verliest het zijn zwaarte en autoriteit.

In je werk maak je een herinterpretatie van ornamenten, waar vind je die?
Ik vind ornamenten in bestaande architectuur: op gevels, in trappenhuizen, kerken, historische woningen en publieke gebouwen. Vaak zijn het plekken waar ornamenten onderdeel zijn geworden van het dagelijks gebruik en daardoor slijtage hebben opgelopen. Ik neem ze niet fysiek mee, maar maak ter plekke een afdruk in rubber.
Dat proces gebeurt in situ en is vaak fysiek en technisch uitdagend. Het maken van een afdruk is een directe, tactiele ontmoeting met de plek. In de studio vormt die afdruk het vertrekpunt voor een nieuw werk, waarbij de oorspronkelijke context altijd voelbaar blijft.
Die zachtheid maakt geschiedenis lichamelijk en toegankelijk. Het materiaal nodigt uit tot aanraken en doorbreekt het idee van erfgoed als iets dat alleen op afstand bekeken mag worden. Tegelijkertijd blijft rubber een industrieel materiaal, wat een directe link legt met het heden.
Hoe bepaal je of een ornament geschikt is om in te gieten? Zijn er vormen die je bewust wel of niet kiest?
Niet de vorm, maar het verhaal is voor mij doorslaggevend. Een ornament moet meer zijn dan decoratie; het moet een diepere laag of context hebben. Dat kan zichtbaar zijn in slijtage, reparaties of in de sociale en historische betekenis van de plek.
Ornamenten die iets vertellen over machtsverhoudingen, veranderend gebruik van gebouwen of sociale structuren spreken me het meest aan. Te perfecte of recent gerestaureerde vormen laat ik vaak liggen, omdat daarin die gelaagdheid ontbreekt. Praktische zaken als toegankelijkheid en kwetsbaarheid spelen mee, maar het narratief is altijd leidend.

Jij reist veel voor je werk. Zijn er plekken waar je voelde dat het erfgoed extra kwetsbaar is?
Ja, vooral op plekken waar politieke instabiliteit, massatoerisme of klimaatverandering zichtbaar impact hebben. Daar wordt duidelijk hoe snel architectuur kan verdwijnen of transformeren. Soms maak ik een afdruk met het besef dat het oorspronkelijke ornament binnen afzienbare tijd niet meer zal bestaan.
Dat gevoel van vergankelijkheid geeft mijn werk extra urgentie, maar maakt me ook voorzichtig. Ik beschouw mijn handeling niet als toe-eigening, maar als een tijdelijke registratie van een moment in de tijd. Soms denk ik: had ik maar een plek kunnen afgieten wat ik mensen nu kan teruggeven, bijvoorbeeld in Gaza of Syrië.
Zie je jouw werk als een vorm van conserveren, of voeg je ook nieuwe verhalen toe?
Ik zie mijn werk niet als conservering in de traditionele zin. Het is eerder een vertaling. Door ornamenten te verplaatsen naar een ander materiaal, een andere schaal en context, ontstaan nieuwe betekenislagen. Ook verander ik de vormen soms.
Het verleden wordt niet vastgezet, maar opnieuw geactiveerd. De werken bestaan naast hun oorsprong en functioneren als dragers van herinnering én als zelfstandige objecten in het heden. De originele mallen geef ik soms ook terug, zoals bij Paleis Soestdijk.
Je werk balanceert tussen sculptuur en meubel. Ben je jouw werk ooit op een onverwachte of ongebruikelijke plek tegengekomen?
Nee, eigenlijk niet. Mijn werken in de openbare ruimte, zoals in Delft achter de Oude Kerk, zijn zorgvuldig uitgekozen plekken. Kleiner werk van rubber bevindt zich veel in musea of bij mensen thuis.

Denk je dat architectuur in de toekomst weer meer ornamentiek zal omarmen?
Ik denk dat ornamentiek nooit echt is verdwenen, maar vooral van vorm is veranderd. Waar ornament vroeger expliciet zichtbaar was, zit het nu vaak verborgen in structuren, materialen of digitale patronen.
In de toekomst zie ik ruimte voor nieuwe, hybride vormen van ornament, waarin technologie, ambacht en geschiedenis samenkomen. Niet als nostalgie, maar als een herwaardering van detail en betekenis in de gebouwde omgeving. Het zou mooi zijn als het ornament iets zou zeggen over het verleden van een plek. Ik zie dat nu gebeuren op de Binckhorst in Den Haag, waar mijn atelier zich vestigt. Hele stukken gebied met prachtige oude panden worden met de grond gelijk gemaakt. Nieuwe torens verrijzen, maar ze zeggen niets over de plek of de geschiedenis van de plek. Gemiste kans wat mij betreft.
Waar werk je op dit moment aan?
De komende tijd werk ik aan nieuw werk voor het Zuiderzeemuseum, waarin mijn onderzoek naar ornament, water en materialiteit verder wordt verdiept. Daarnaast ontwikkel ik een kunstwerk voor het nieuwe gemeentehuis van Amersfoort. Recent vond ook de lancering plaats van mijn eerste meubelcollectie in samenwerking met Kelly Wearstler, een belangrijke nieuwe stap in mijn praktijk.
Verder neem ik met Rademakers Gallery deel aan diverse kunstbeurzen. Deze presentaties bieden de mogelijkheid om mijn werk in een bredere, internationale context te tonen en de dialoog tussen kunst, design en architectuur verder te verdiepen.