De kleur rood maakt alert, waarschuwt en verleidt. In de tentoonstelling De Boei van Cindy Bakker krijgt die kleur een fysieke aanwezigheid: een monumentaal object dat balanceert tussen dreiging en aantrekking. Blijf je op afstand, of word je er juist naartoe getrokken? Het werk werd oorspronkelijk gepresenteerd in de tentoonstelling Een Muur van Blauw in het ICOON Museum in Hoek van Holland, waar het in dialoog stond met zee, duinen en een bunkerlandschap. Vanaf vrijdag 10 april is De Boei te zien bij Galerie Bart, waar het in een nieuwe context wordt gepresenteerd. De opening start om 15:00.
Onlangs verruilde Bakker haar atelier met mini-boerderij voor een studio aan huis in Rotterdam. Die overgang vroeg om praktische oplossingen: haar werk bestaat uit grote, glossy pvc-doeken die veel ruimte innemen en zorgvuldig moeten worden opgeslagen. Ze ontwikkelde een nieuwe manier om haar sculpturen te produceren, zonder concessies te doen aan de visuele impact van haar werk. Het resultaat is van 10 april t/m 2 mei te zien bij Galerie Bart.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruit ziet?
Mijn vorige atelier lag aan de rand van Rotterdam. Het was een oude school, waarin iedere kunstenaar een eigen klaslokaal had. Een grote, rauwe ruimte met hoge plafonds en veel daglicht. Het schoolplein buiten hebben we omgetoverd tot tuin met een paar kippen, een soort mini-boerderij. Dat klinkt misschien idyllisch, dit was het ook. Het was een manier om te aarden, met de ateliergenoten in gesprek te gaan onder het genot van koffie in de tuin. Het ritme van zorgen voor iets levends werkt verrassend goed naast het maken van grote, vaak vrij abstracte werken.

Waar is je nieuwe atelier? Is dit je droomatelier, of droom je nog weleens van een andere ruimte?
Het komt in de buurt, maar ik denk dat een droomatelier altijd een beetje verschuift. We hebben dat atelier helaas moeten verlaten, er worden appartementen van gemaakt. Op dit moment heb ik een atelier aan huis samen met mijn partner Ektor Ntourakos, die ook kunstenaar is. We hebben een klein voorkamertje met een tafel, stoelen en een bank waar we kunnen wonen. De achterkamer, het grootste gedeelte van ons huis is 60m², is voor de kunst. We leven letterlijk tussen ons werk; ons zoontje van 1,5 loopt dagelijks rond met verfkwasten en speelgoed. Het is eigenlijk een heel bijzondere tijd die door omstandigheden voor ons nu goed is. Ons werk is opgeslagen in garageboxen of bij vrienden. Soms verlang ik naar nog meer buitenruimte, of een plek waar ik permanent op grotere schaal kan bouwen zonder rekening te hoeven houden met transport of opslag. Tegelijkertijd zit er ook schoonheid in het hebben van een atelier aan huis en is dit misschien precies de juiste plek voor waar ik nu ben.
Je werkt vaak vanuit fotografisch vooronderzoek. Hoe vertaal je zo'n beeld naar een ruimtelijk werk, en hoe bepaal je vervolgens de schaal?
Fotografie is voor mij een manier om te observeren wat er in mijn omgeving gebeurt. Ik leg deze herinneringen fotografisch vast. Vaak zijn dit objecten in een vreemde omgeving — denk aan vuilnisbakken of afzetpalen waarbij vorm en kleur een rol spelen. Wanneer een bepaald thema vaker terugkeert, ontdek ik verbanden waar ik in mijn studio driedimensionaal op voortborduurt. Dit kan resulteren in sculpturaal werk.

In je werk gebruik je herkenbare vormen en kleuren die iets speels hebben. Was die manier van kijken er altijd al?
Ja, en nee. Ik denk dat die manier van kijken — het zien van mogelijkheden in alledaagse vormen — heel vroeg ontstaat, maar dat we dit ook een beetje verliezen. Alledaagse schoonheid in de dingen gaat ook vaak aan ons voorbij. Als kind speelde ik met objecten die niet bedoeld waren als speelgoed, en ik denk dat velen van ons dat deden. Ik herinner mij uren plezier met een sla-droger en knijpers, potten en pannen. Die liefde voor het banale probeer ik vast te houden, ook nu het werk serieuzer wordt genomen.
Je zegt dat kleur een grote invloed heeft op de manier waarop mensen interpreteren en consumeren. Kan je dat uitleggen?
Kleur is nooit neutraal. Het stuurt ons, vaak zonder dat we het doorhebben. In de openbare ruimte werkt dat nog sterker. Een felle kleur als geel kan je uitnodigen en alert maken, denk aan de salesborden in winkelcentra. Rood waarschuwt, denk aan verkeersborden: 'Pas op! Niet inrijden'. Het beïnvloedt hoe lang iemand blijft kijken, of ze dichterbij komen, of ze zich aangesproken voelen. Ik zie kleur als een soort eerste taal van het werk — het is heel universeel in de betekenis, door hoe we het gebruiken.

Je nieuwe werk De Boei maakte je oorspronkelijk voor de tentoonstelling Een Muur van Blauw in het ICOON Museum in Hoek van Holland, waar het in een setting met de zee en duinen werd gepresenteerd. Verandert de betekenis van het werk nu het in een galerieruimte te zien is?
Ja, onvermijdelijk. In de setting van Hoek van Holland met de bunker in de duinen aan het strand had het werk een directe relatie met water, veiligheid, gevaar en met vakantieherinneringen. In de galerieruimte wordt het abstracter. Het object komt meer op zichzelf te staan en daardoor verschuift de aandacht naar vorm, kleur en associatie. Dat vind ik interessant, dat een werk niet vastligt, maar meebeweegt met zijn context.
Je wilt met dit werk persoonlijke herinneringen oproepen bij de bezoeker. Kun je een specifieke herinnering delen die voor jou verbonden is aan de boei?
Voor mij roept een boei een dubbel gevoel op. Enerzijds veiligheid, iets om je aan vast te houden, anderzijds ook een persoonlijke angst. Het werk is voor mij een herinnering aan de zomers aan zee, waarbij ik een specifieke zomer met mijn broertje te diep in zee ben beland. We zijn in een stroming terechtgekomen waar we niet uit konden komen. De kustwacht heeft ons toen moeten redden.
Met welke materialen heb je De Boei gemaakt?
Het werk is gemaakt uit pvc-doek en is 350 cm hoog. Het werk is opblaasbaar, wat ik doe met een luchtpomp. Door de smalle entree van de galerieruimte en het gebrek aan opslagruimte heb ik anders na moeten denken over de productie van dit specifieke werk. Ondanks dat het werk opblaasbaar is, heeft het door de afwerking — het is heel glossy — iets massiefs en is hopelijk verleidelijk om aan te willen raken.

De kleur rood is dominant in dit werk. Welke associaties wil je daarmee oproepen?
Rood is een kleur die moeilijk te negeren is. Het zit ergens tussen waarschuwing en aantrekkingskracht in. Bij een boei ligt die associatie natuurlijk voor de hand: redding of gevaar. Maar ik hoop ook dat het iets lichamelijks oproept, iets directs.
Waar kijk je op dit moment het meest naar uit? Welke projecten lopen er?
Ik heb de afgelopen tijd aan enorm veel projecten gewerkt, waaronder een residentie in het Watersnoodmuseum. Hieruit is een videowerk en een geluidsstuk voortgekomen. Ik kijk er erg naar uit om te reflecteren op wat dit werk in mijn praktijk betekent. Nooit eerder werkte ik met video, niet met figuranten en geluid. Daarnaast heb ik afgelopen weekend voor het eerst werk getoond op Art Rotterdam en zal ik deze zomer deelnemen aan Enter Art Fair in Kopenhagen, in samenwerking met Galerie Bart. Het tonen van mijn werk binnen de context van een kunstbeurs is voor mij een nieuwe ervaring en ik ben benieuwd hoe het werk zich verhoudt tot deze omgeving en hoe het door een breder publiek wordt ontvangen.