Met minimale ingrepen, heldere hoeken en strakke bogen palmen de kunstwerken van de Duitse kunstenaar Horst Linn (1936–2025) de galerieruimte van Hilde Vandaele Gallery in Watou in. Net zoals Linn nauwgezet met liniaal, passer en winkelhaak aan de slag ging om zijn eenvoudig-complexe ruimtelijke configuraties te vormen, zo ook is de nieuwe tentoonstelling Notwendige Formen een secure curatoriële uiteenzetting van het oeuvre van Horst Linn.
In de allereerste plaats is Linn een beeldhouwer. Hij denkt en werkt in drie dimensies, al het andere is hieraan ondergeschikt. Om deze fundamentele driedimensionaliteit in de lezing van de tentoonstelling te bewaren, vertrekt de tekst vanuit drie hoekstenen in zijn praktijk.

Vorm als notwendige handeling
In het woord notwendige ligt meer besloten dan in haar Nederlandse vertaling 'noodzakelijk'. De Duitse variant draagt beweging in zich, een wenden, een keren, dat verrassend dicht aansluit bij Linns geconcentreerde materiële handelingen. Linn snijdt, vouwt, plooit, knikt en buigt vlakke platen van aluminium, staal of koper tot ruimtelijke configuraties.
Een rechthoek wordt geknikt, een vlak wordt gevouwen en krijgt diepte, een profiel wordt gedraaid en opent zich naar de ruimte. Hij benadert daarbij industriële metalen, in de jaren '60 nog heel experimenteel, als materialen met eigen wetten en weerstand. Met minimale ingrepen bouwt hij vormen die ontstaan uit noodzaak omdat ze zich aandienen als de enige juiste oplossing binnen de logica van hun eigen constructie.
Belangrijk daarbij is dat Linn bijna altijd in reeksen werkt die verder bouwen op elkaar. Hoeken verschuiven met enkele graden, waarbij verhoudingen bewust minimaal veranderen. Kleuren worden met de hand aangebracht. Met acrylverf brengt hij een duidelijke gevoeligheid in een industriële vormtaal.
In tegenstelling tot Zero kunstenaars, waar Linn zich ook bij aansloot en voor wie reflectie en lichtwerking centraal stonden, interesseerde Linn zich niet in het optische theatrale effect van licht tegenover de meer abstracte notie van de onvermijdelijkheid van de materiële ingreep. Zo ontstaat een sculpturale taal waarin enkel vanuit de noodzaak van het materiaal wordt gedacht en gehandeld.


Ruimte als actieve partner
Ruimte is bij Linn een heel bepalend element. Wanden, hoeken, lichtinval en afstand bepalen de leesbaarheid van zijn kunstwerken. Schaduw verlengt de fysieke vorm van de kunstwerken en versterkt hun ruimtelijkheid. In sommige gevallen wordt deze afstemming met ruimte zo ver doorgevoerd dat ze voor Linn zelfs een actieve rol opneemt en ervoor zorgt dat zijn sculpturale objecten hun genre verlaten: noch klassieke reliëfs, noch vrijstaande sculpturen. Het worden constructies die hun eigen vormen in situ ensceneren.
In zijn reliëfs uit chroomstaal uit de jaren zeventig wordt ruimtelijkheid geconstrueerd met een lineaire basisvouw waarbinnen kleinere plooien de spanning tussen de binnenstructuur en de wand articuleren. In de werken uit gevouwen ijzerplaat, de profielobjecten en wandreliëfs, laat hij vlakken naar voren springen en terug deinzen. Op die manier is de derde dimensie van het sculpturaal object vaak enkel met de schaduw in de ruimte waarneembaar als je er fysiek omheen loopt. Met openingen vindt hij een beeldtaal die volledig desoriënteert. De kijkhoek in de ruimte bepaalt of de objecten worden geïnterpreteerd als vierkanten of als rechthoeken.


Radicale eenvoud als hoogste complexiteit
De titel Notwendige Formen positioneert Linns werk formeel, en geeft het ook een filosofische onderlaag. In de Duitse filosofie (Kant, Hegel, …) verwijst het concept Notwendigkeit naar datgene dat niet toevallig tot stand komt. Het vloeit voort uit een onontkoombare ontwikkeling.
Dat idee ligt ook aan de basis van het modernisme waarvan Adolf Loos (1870–1933), Oostenrijkse architect en architectuurtheoreticus, grondlegger van was. Loos is vooral bekend vanwege zijn essay Ornament und Verbrechen (1908) met een radicale afwijzing van ornament omdat hij het overbodig vond.
In Linns oeuvre zien we ook een reductie tot de essentie met een formele strengheid, met systematisch rationeel opgebouwde composities, met afwezigheid van narratief, met focus op structuur boven expressie. Zijn radicale eenvoud is het eindpunt.
Maar die eenvoud is niet sluitend. Linns visie loopt in die zin in lijn met wat het essay van Loos 'een dubbele eigenzinnigheid' noemt, namelijk een soort van onafhankelijke positie op twee fronten tegelijkertijd. Bij Linn betekent dat: de blik van de kunstenaar, die de vorm tot haar noodzakelijke minimum terugbrengt, is essentieel, maar eens zo belangrijk is de eigenzinnigheid van de toeschouwer, die in de confrontatie met deze reductie een eigen waarneming activeert en haar vorm opent in de ruimte.

Notwendige Formen is nog tot en met 12 april te zien bij Hilde Vandaele Gallery in Watou. De tentoonstelling kwam tot stand via een samenwerking met galeristen Anne Voss en Frank Hendrickx.