Bodem is een vruchtbare verstrengeling, de voorwaarde voor leven zelf. In die gedeelde grond ontmoeten Müge Ylmaz (°1985, Turkije) en Sophie Steengracht (°1991, Nederland) elkaar in de duotentoonstelling The Importance of Soil bij Working Title Gallery in Amsterdam.
Ecofeminisme loopt als een onderstroom door de tentoonstelling, geworteld in het besef dat de onderdrukking van vrouwen en de exploitatie van de natuur voortkomen uit dezelfde patriarchale, kapitalistische structuur. De tentoonstelling is een gelaagd narratief, zoals aardlagen die zich boven en onder elkaar afzetten, met onder meer Ylmaz’ indringende nieuwe video-installatie A Brief History of Naturalisation (2026). Met één zin “the wild tulip was never native” verankert het werk zijn intentie en trekt het een parallel tussen de weg van de kunstenaar naar het Nederlands staatsburgerschap en de historische migratie van de tulp naar Nederland.
Om de praktijken van zowel Ylmaz als Steengracht te introduceren, volgt hier een selectie van drie werken die gebruik maken van organische pigmenten en op subtiele wijze het belang van bodem naar voren schuiven.

Müge Ylmaz, Inanna (2024)
Delen van het huidige Zuidoost-Turkije maakten historisch deel uit van Opper-Mesopotamië, vaak omschreven als de “wieg van de beschaving”. Vele mythologieën schoten hier wortel, vaak rond krachtige vrouwelijke figuren. In haar praktijk heractiveert Müge Ylmaz oude Anatolische godinnen en articuleert ze opnieuw binnen een hedendaagse beeldtaal, zoals in Inanna.
Het werk kan gelezen worden als een hedendaagse vertaling van het Burney-reliëf, ook bekend als het Queen of the Night-reliëf, gedateerd tussen 1800 en 1750 v.Chr. Het reliëf is afkomstig uit Zuid-Mesopotamië en draagt nog sporen van rood pigment op het lichaam van de figuur, een overblijfsel dat aantoont dat het oppervlak ooit volledig ingekleurd was.
De meest betekenisvolle verschuiving situeert zich in de hedendaagse materialiteit. Ylmaz combineert computergestuurde CNC-snedes met handmatig houtsnijwerk. Ook haar materiaalkeuze is interessant. Berkenhout is organisch, ooit levend materiaal. Multiplex daarentegen is gelamineerd, industrieel geconstrueerd. De sculptuur draagt een gelaagde spanning in zich tussen het natuurlijke en het geconstrueerde. Ylmaz behoudt bovendien het gebruik van een organisch rood pigment, een subtiele verwijzing naar de kleur van het oorspronkelijke reliëf.

Het werk verbeeldt Inanna, de godin van tegengestelde krachten: liefde, seksualiteit en vruchtbaarheid, maar ook oorlog, macht en politieke autoriteit. In een van de meest bekende mythen daalt Inanna af naar de onderwereld. Aan elke poort moet zij iets achterlaten, tot zij naakt en ontdaan van status achterblijft. Zij sterft symbolisch, om vervolgens opnieuw tot leven te komen.
De mythe wordt vaak gelezen als een cyclus van dood en wedergeboorte. Precies dat cyclische, niet-lineaire denken wordt door ecofeminisme aangehaald als tegenmodel voor het kapitalistische, fallocentrische idee van verticale groei. In dit werk grijpt Ylmaz terug naar een pre-monotheïstische godin als voorbeeld van een alternatieve symbolische orde, een wereldbeeld dat voorafgaat aan sterk hiërarchische, patriarchale monotheïstische systemen.
Sophie Steengracht, Mycchoriza(2026) & Microcosm (2026)
Steengracht vangt het aardse met botanische en minerale pigmenten die zij zelf oogst en aanbrengt op linnen. Voor deze reeks laat zij zich inspireren door Entangled Life van Merlin Sheldrake, dat de interactie onderzoekt tussen complexe netwerken van schimmels en plantenwortels.
Mycorrhiza betekent letterlijk “schimmel-wortel”. Het beschrijft een symbiotisch partnerschap tussen schimmels en plantenwortels. Via deze ondergrondse, onderling afhankelijke netwerken vergroten planten hun veerkracht doordat voedingsstoffen herverdeeld worden. Bosecologieën blijven zo in stand als collectieve systemen in plaats van geïsoleerde organismen. Niet toevallig worden deze schimmelnetwerken geregeld de “wood wide web” genoemd.

Binnen een ecofeministisch kader kan Mycorrhiza symbolisch gelezen worden als een voorkeur voor een horizontaal, onderling afhankelijk, aards netwerk dat niet-menselijke intelligentie erkent, in plaats van een verticaal systeem dat individuele vooruitgang stimuleert.
In diezelfde context wordt Microcosm een even resonante titel als beeld. De term verwijst naar een miniatuursysteem dat de structuur van een groter geheel weerspiegelt. In het werk wordt dat visueel gemaakt: elke druppel lijkt een volledig landschap te dragen, terwijl het web zichzelf herhaalt in patronen op verschillende schaalniveaus.