‘Je komt precies op het juiste moment’, zegt Marian Bijlenga. ‘De zon is verdwenen achter het gebouw aan de overkant, waardoor er hier een heel mooi strijklicht binnenvalt.’ Het is een opmerking van iemand die de omgeving door en door kent. Bijlenga heeft al 42 jaar een atelier in de voormalige oogheelkundige kliniek van het Wilhelminagasthuis.
De voormalige bestemming herken je nog aan de typische ziekenhuisleuningen langs de muren en de deuren met een rond raampje. De atelierruimte is niet bijzonder groot, maar wel hoog. Zo hoog dat Bijlenga er een entresol in heeft geplaatst. Bij de ingang is een deel van de lange wand gevuld met ansichtkaarten, foto’s en afbeeldingen van patronen. Dat stuk noemt ze ‘haar hersenen’. “Soms zie je een kaart jaren niet, en dan ineens valt ie op.” Verderop op hangen kleine werkjes gegroepeerd, daarvan nam ze begin afgelopen maand mee naar China.
Marian Bijlenga maakt sinds begin jaren ‘80 werk dat ze zelf ruimtelijke tekeningen noemt. Paardenhaar is een belangrijk onderdeel van de composities. Het haar verstevigt de stippen, lijnen en vormen van textiel, waaruit haar composities bestaan. Onderling worden ze verbonden en op hun plek gehouden door doorzichtige draden.
We spraken Marian Bijlenga over haar werk, haar werkwijze en de duo-tentoonstelling met Cecile Kemperink bij Galerie Franzis Engels.
Wat een opgeruimd atelier heb je…
‘Vind je? Ik ben altijd aan het ordenen.’ Ze wijst naar de vensterbank, naar de verzameling losgeknipte sloten. ‘Dat wandje met dingen die ik op straat vond, heb ik laten hangen – zoiets groeit dan. De dingen die ik op straat opraap, treffen me vaak door hun vorm. Die heeft vaak te maken met kalligrafie, op mijn atelier orden ik dat dan als een vorm van onleesbaar schrift ‘.
Zit je hier de hele dag alleen?
Een atelier is bij uitstek geschikt om in je eigen omgeving te zijn en te werken. Ik werk daar niet samen met anderen. Voor mij heeft het altijd goed gewerkt om een atelier buitenshuis te hebben. Het is wel fijn om in een verzamelgebouw te zitten waar meerdere kunstenaars werkzaam zijn en te weten waar anderen mee bezig zijn. Een keer per week doe ik mijn mails. Ik heb hier geen internet. Sinds heel kort heb ik pas een smartphone. Zestien jaar lang had ik een kleine Nokia en dat was meer dan genoeg.

Hoe ziet je dag eruit?
Ik start altijd traag op. Ik woon in Landsmeer en dan begin ik gewoon met de papieren krant. Tegen 10 uur maak ik mijn lunch klaar en afhankelijk van het weer stap ik op de fiets en ga ik naar mijn atelier. Daar begin ik met koffie en daarna ga ik aan het werk. Soms lees ik een boek als onderdeel van mijn werk of bekijk ik wat ik eerder heb gedaan.
Ontvang je ook bezoek of heb je dat liever niet?
Zelden. Kopers houd ik vaak af, omdat het veel tijd kost en ik ook niet alles wil laten zien. Bij open ateliers nodig ik vaak een andere kunstenaar uit om samen mee te exposeren, omdat het werk elkaar kan versterken.
Bij Franzis Engels is je werk nu te zien in een duotentoonstelling met Cecile Kemperink. Zij maakt sculpturen, voornamelijk van keramieken ringen. Heeft een duo- of groepstentoonstelling ook je voorkeur boven een solotentoonstelling?
Klopt, Ik heb een voorkeur om met anderen te exposeren, omdat het werk elkaar kan versterken. Als je bijvoorbeeld exposeert met beeldhouwers of schilders, dan gaat de aandacht meer uit naar de naar de vorm en wat het licht doet met een werk en niet zozeer naar hoe het gemaakt is.
We moeten het toch even over je materialen hebben, ben ik bang. Je staat bekend om het gebruik van paardenhaar in je werk. Wanneer begon je met dat materiaal te werken?
In 1990 ben ik begonnen met paardenhaar te werken. Het haar verstevigt de stippen, lijnen en vormen. Bovendien geven de uitsteeksels een zachtere contour dan wanneer ik een harde rand maak.

En de stoffen die je gebruikt, zijn die bijzonder? Heb je bijvoorbeeld een voorkeur voor een bepaalde soort stof?
Ik werk met materialen die ik in de loop der jaren heb verzameld. Vaak heb ik die gevonden of gekregen. Daarvan bewaar ik wat ik denk te kunnen gebruiken. Op dit moment werk ik met garens uit de nalatenschap van Desiree Scholten (ontwerper van wandkleden. Bijlenga werkte in het begin van haar carrière enige tijd voor haar, red.), die heb ik 35 jaar bewaard en nu verwerkt tot transparante kleurige werken. Het is een mooie herinnering aan haar en aan de jaren, begin jaren ‘80, dat ik haar assisteerde.

Je bent bekend vanwege je werken met stippen, maar de drager hoeft geen textiel te zijn. Je hebt ook composities met vissenschubben gemaakt en pennen van stekelvarkens. Hoe kwam je op het idee om met vissenschubben te gaan werken?
In 2007, dat is de tijd dat ik veel bezig was met stippen van textiel en paardenhaar, deed ik een residency in het noorden van IJsland. Daar bezocht ik een visleerfabriek waar schubben als restmateriaal op de grond lagen. Als je ze ziet liggen zijn het natuurlijk ook stippen. Ik heb er niet direct veel meegedaan, maar ik had wel een tasje vol meegenomen naar huis.
De tentoonstelling in Nagele (in 2009, red.), de inpoldering en voormalige zeebodem, waren aanleiding om te experimenteren met de visschubben. Hier is een grote serie nieuwe werken ontstaan. In eerste instantie met de grijsgroene schubben van de nijlbaars die ik in IJsland had besteld. Later kleurde ik de schubben met henna of zijdeverf.

Je noemt net de residency in het noorden van IJsland, je bent ook in Zuid-Korea en Hawaii geweest. In januari ga je naar China. Is reizen iets dat je nodig hebt voor je werk?
Ik wil mezelf vooral niet herhalen. Het is fijn om zo nu en dan afstand te nemen van je dagelijkse routine en je te laten verrassen door wat je elders tegenkomt. Voor mij is een werk pas goed wanneer ik denk: hè, wat gebeurt er nou? In die zin zoek ik niet bewust naar andere materialen, maar ik ben wel echt iemand van de patronen. Sporen fascineren mij: een aangevreten blad, gescheurd wegdek, spijkergaten in een wand, plekken van slijtage, kauwgom op de muur, het patroon van stoelpoten in een zachte vloer.
Van de zomer was ik in het noorden van Duitsland op vakantie in een gebied met zoutwanden van takkenbossen die worden verneveld met zout water. Daar kan ik wel dagen lopen. Zoiets kom je min of meer per ongeluk tegen. Een residency heeft weer als voordeel dat je andere kunstenaars tegenkomt.
Hoe ga je te werk: bedenk je een patroon van tevoren of ontstaat een compositie al doende?
Als ik bezig ben, maak ik eerst allemaal losse elementen op de muur. Tot ik vind dat ik het op die manier moet verbinden en dan ga ik het op een wateroplosbaar vlies natekenen en daarna verbinden. Patronen zie ik ontstaan. Ik begin met een stip en dan nog een en nog een. Het is niet dat ik het van tevoren bedenk, een patroon groeit.
Hoe noem je je werken eigenlijk?
Mijn werk bestaat uit stippen en lijnen, paardenhaar en stof, onzichtbaar verbonden tot transparante structuren, zwevend voor de wand. Ik noem het dan ook tekeningen in de ruimte. Ik ben heel grafisch bezig met lijnen en patronen.
Het is nu half december, begin januari vertrek je naar Hunan in zuiden van China. Wat ga je daar doen?
Via Instagram werd ik benaderd door een klein bedrijfje dat UmUm heet. Ze hadden 5 jaar terug een visschubwerk gezien bij mijn Londense galerie, Flow Gallery, die mijn werk iedere 2 jaar meeneemt naar Collect, de beurs in Londen.
Het bedrijfje was benaderd door het Zephyrus Art Resort Hotel in Chenzhou, Hunan. De reis wordt een eerste verkenning van diverse traditionele ambachten. Het is doel is om samen met de uitgenodigde kunstenaars een (reizende) expositie te maken die begint in het Zephyrus Art Resort Hotel. Dat zal in mei plaatsvinden. Dan zal ik opnieuw naar China gaan om de tentoonstelling te maken.
Het wordt een intensieve reis met een druk schema. Er zijn dagen bij dat ik uren onderweg ben. We bezoeken onder meer bamboewevers – die met smalle stroken bamboemanden maken - , papiermakers, een museum met een kantcollectie, en kantmakers.
Op de muur hangen kleine werkjes die je wilt combineren met werk van de lokale ambachtslieden. Weet je al welke werkjes je mee wilt nemen?
Nee, maar het fijne aan textiel is dat je het kan je oprollen en kan meenemen in je koffer.
