Tot en met 11 januari 2026 toont Kunstmuseum Den Haag de tentoonstelling ‘Simpele dingen’ van Klaus Baumgärtner, die wordt vertegenwoordigd door Galerie Ramakers. De expositie biedt een geconcentreerde blik op een poëtisch oeuvre dat zich consequent richt op het alledaagse, zonder al teveel opsmuk of uitleg. Een frisse blik wordt daarbij meer beloond dan de ‘juiste’ interpretatie.
Baumgärtner werd in 1948 geboren in Heidelberg en volgde een opleiding aan de Kunstgewerbeschule in Basel. In 1984 verhuisde hij naar Den Haag, waar hij zich niet alleen als kunstenaar verder ontwikkelde, maar ook jarenlang verbonden was aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Daar stond hij bekend als een inspirerende docent, die studenten leerde om met andere ogen naar de wereld te kijken. Op Jegens & Tevens vertelt een kunstenaar hoe hij ooit de opdracht kreeg om een A4 vol te schrijven over een lenzendoosje, als een middel om effectiever te kijken. Hij vervolgt: “Verder maakte Baumgärtner zich heel erg populair met zijn voorliefde voor dingetjes die geen naam hebben, de half plastic/half metalen dingetjes die zakjes van bijvoorbeeld stroopwafels dichtknijpen. Hier konden wij onze docent zo vrolijk mee maken dat wij ze gedurende de week verzamelden om ze aan hem te geven.”
Die specifieke en eigenwijze manier van kijken vormt de kern van Baumgärtners artistieke praktijk, die onder meer schilderkunst, fotografie, sculptuur en grafisch ontwerp omvatte. Zijn werkwijze is ook te linken aan de assemblagekunst, die aan het begin van de twintigste eeuw ontstond als reactie op decoratieve en monumentale tendensen. Maar waar die traditie vaak gepaard ging met maatschappijkritiek of ironie, koos Baumgärtner juist voor het kleine en intieme. Hij verzette zich bovendien tegen het labelen van zijn werk binnen één stroming, omdat dat zijn praktijk eerder zou versmallen dan verdiepen.
Baumgärtner werkte veelvuldig met gevonden materialen en alledaagse objecten die hij vond tijdens wandelingen en bezoekjes aan rommelmarkten: alles van takjes en ijzerdraad tot gummen en krantenknipsels. Hij greep vervolgens zo minimaal mogelijk in. Door te monteren, schuren, zagen of verbinden ontstonden assemblages met aandacht voor vorm, lijn, ritme en onderlinge verhouding.
Opvallend is dat het grootste deel van zijn werk ongetiteld is: een logische consequentie van zijn houding. Titels zouden richting geven waar hij die juist open wilde laten. Ook in zijn fotografie, waarin hij objecten en situaties vastlegde zoals hij ze aantrof, vermeed hij duiding. Trappen, vloeren, lichtinvallen of gebruikssporen worden daarin niet scene gezet, maar vooral zorgvuldig waargenomen. Het alledaagse wordt zo even losgemaakt van zijn functie en krijgt tijdelijk een andere, meer beschouwende lading.
In ‘Simpele dingen’ in Kunstmuseum Den Haag komen verschillende disciplines samen zonder vaststaande hiërarchie. Wat deze werken verbindt, is een zekere aandacht voor materiaal en detail, en de overtuiging dat betekenis niet hoeft te worden toegevoegd omdat die inherent al aanwezig is. De tentoonstelling maakt goed zichtbaar hoe consistent en tijdloos Baumgärtners oeuvre is, ondanks de verscheidenheid aan media die hij gebruikte. Sculpturen, collages en foto’s functioneren niet als chronologische hoofdstukken of losse statements, maar zijn onderdeel van een groter geheel. Samen vormen ze een visuele taal met terugkerende motieven en resonerende materialen.
Baumgärtner overleed in 2013 in Roche-et-Raucourt in Frankrijk, waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Zijn werk was eerder onder meer te zien in Fotomuseum Den Haag, Kunsthalle Basel, het CODA Museum, Stedelijke Musea Kortrijk en De Brakke Grond en is onder andere opgenomen in de collectie van Museum Voorlinden. Eerder dit jaar programmeerde Galerie Ramakers de groepstentoonstelling ‘Een ode aan Klaus Baumgärtner’, waarin vijf kunstenaars een eerbetoon brachten aan de unieke kijkwijze van de overleden kunstenaar.