Er is iets ongemakkelijks aan taxidermie. En dan zeker binnen de context van een galerie. Ik voel het telkens opnieuw wanneer ik oog in oog sta met een opgezet dier: niet zozeer afkeer, maar een lichte morele wrijving. Niet het dode lichaam stoort mij, wel de ambitie die eraan voorafgaat. De poging om leven vast te houden op het moment dat het zich definitief heeft teruggetrokken. De glazen ogen, het strak gespannen vel, de houding die suggereert dat een beweging elk moment kan hervatten, alsof de dood slechts een tijdelijke onderbreking is. Taxidermie is geen herinnering, denk ik, maar een bevroren fictie. Ze liegt niet, maar vertelt ook niet de waarheid.
Misschien is dat precies waarom ik de verwantschap met de kunstgeschiedenis zo scherp voel. Ook zij bewaart. Classificeert. Zet stil wat ooit beweeglijk was. Ook zij ordent het verleden in (ver)houdingen die overtuigend lijken, maar altijd iets geforceerds behouden. Elk museum is, in die zin, een elegante vorm van taxidermie: het leven van ideeën zorgvuldig opgezet, ontdaan van risico, vastgezet in vitrines van betekenis.
Wanneer ik de expo Argent binnenstap bij Coppejans Gallery, lijkt die gedachte zich vanzelf op te dringen. De tentoonstelling is het geesteskind van Atelier Les Deux Garçons, de artistieke joint venture tussen Michel Vanderheijden van Tinteren en Roel Moonen die recent hun 25-jarig kunstenaarschap vierden met een indrukwekkende publicatie bij Uitgeverij Lannoo.
De knipoog naar de kunstgeschiedenis is eveneens prominent aanwezig, hetzij met een knipoog. Ik hoor geen citaten schreeuwen. Referenties dringen zicht niet op. Ze zijn er als echo’s. Een wiel herinnert zich Duchamp. De kruk waarop het wiel zich bevindt draagt de echo’s van Ai Weiwei in zich.

De dromer
Vrij snel blijf ik staan bij De dromer. Hoe klein ook, het werk laat zich niet passeren. Een klein metalen kinderbedje op wieltjes, uitgeleefd, alsof het uit een vergeten kamer is weggereden. Op het bed ligt een muis. Dood. Zorgvuldig neergelegd op een gestreept doekje, als op een geïmproviseerd matras. Het dier lijkt inderdaad te slapen. De houding is in rust, niet dramatisch. En precies daarin schuilt de ontregeling. De dood wordt hier niet gepresenteerd als breuk, maar als stilte. Ik voel tegelijk zorg en lichte huiver. Zoals bij taxidermie wordt het leven niet getoond, maar zorgvuldig gesuggereerd. Wat wordt hier eigenlijk bewaard? Niet het lichaam, besef ik achteraf, maar de illusie van rust.
Ik merk dat ik niet onmiddellijk verder kan. De dromer dwingt tot nabijheid. Ik kan niet achteloos voorbijlopen. Doet me zelf even wegdromen naar het muisje van Ryan Gander in de Bourse de Commerce. Het werk vraagt geen verontwaardiging, geen shock, maar aandacht. Wat gebeurt er wanneer zelfs het geringste leven niet onmiddellijk wordt gereduceerd tot afval? Wanneer iets wat nauwelijks wordt gezien, plots het centrum van mijn blik inneemt?
Zilver en restwaarde
Argent (‘zilver’), de titel van de expo, blijft ondertussen als stille metafoor door de hele tentoonstelling sluimeren. Het is een materiaal dat schittert en oxideert, dat belooft en afbrokkelt. Zilver is nooit onschuldig geweest. Ik denk aan muntstukken die door duizenden handen zijn gegaan, aan bestek dat feestelijkheden en rouw heeft gekend, aan spiegels die gezichten vasthielden die allang verdwenen zijn. Zilver bewaart tijd in zijn patina.
Argent (‘geld’) gaat voor mij niet over financiële waarde, al is geld nooit ver weg. De expo gaat wel over waarde in het algemeen en vooral over wat er van waarde overblijft wanneer ruilwaarde wegvalt en gebruikswaarde verdampt. Wat overblijft, is een moreel residu. Objecten die niets meer doen, maar nog steeds iets betekenen. Zoals het dode dier in het bedje: functieloos, maar geladen.
Ik zie hoe de werken zich niet presenteren als statements, maar als resten. Niet als illustraties, maar als overblijfselen. Wat ooit functioneerde, circuleerde of werd begeerd, staat hier stil. Niet dood, maar opgehouden. Zoals een lichaam dat niet meer ademt, maar nog wel ruimte inneemt.

Een wiel dat niet draait
Binnen deze reflectie wil ik ook zeker Ai Weiwei rencontre Duchamp naar voren schuiven. Een (antieke) Chinese kruk, met daarop een fietswiel. De verwijzing naar Duchamps Bicycle Wheel is onmiskenbaar. Ook hier wordt een object uit zijn context gehaald en tot idee verklaard. Maar ik voel meteen: dit is geen louter citaat. Dit werk verschuift.
De kruk draagt een geschiedenis van ambacht, van dagelijks gebruik, van collectieve arbeid. Het wiel - symbool van beweging, vooruitgang, circulatie - rust hier op iets wat niet bedoeld is om te bewegen. De dynamiek is opgeheven. Wat overblijft is spanning: tussen mobiliteit en stilstand, tussen gebruik en contemplatie.
De titel opent een extra laag. Ai Weiwei is de kunstenaar die Duchamps erfenis heeft herlezen in het licht van macht, censuur en collectief geheugen. Waar Duchamp het object gebruikte om de kunst te ontregelen, gebruikt Ai Weiwei het om systemen bloot te leggen. Atelier Les Deux Garçons bewegen zich in die traditie, maar hun toon is anders. Hun iconoclasme is zacht. Speels. Ze ontregelen niet door schok, maar door loutere nabijheid.
Net als De dromer weigert dit werk een definitieve lezing. Ik blijf twijfelen: hommage, ironie, filosofische voetnoot? Misschien is het vooral een artistiek gebaar. Een idee dat ooit revolutionair was, wordt opnieuw opgesteld, niet om het te laten herleven, maar om zijn blijvende vreemdheid zichtbaar te maken.
Traagheid als houding
Langzaam wordt me duidelijk dat Argent geen verzameling losse werken is, maar een samenhang van stiltes. Het kinderbedje, de kruk, het wiel, de opgezette dieren, ze behoren tot verschillende registers, maar delen eenzelfde houding. Ze zijn stilgezet. Niet om te verdwijnen, maar om te blijven. Niet om te verklaren, maar om vragen te stellen.
Coppejans Gallery wordt voor mij geen neutrale white cube, maar een ruimte van concentratie. Deze tentoonstelling vraagt om traagheid. Om een manier van kijken die niet onmiddellijk wil begrijpen, maar bereid is te blijven. Zoals taxidermie geen leven terugbrengt, maar ook geen leegte achterlaat, zo laat Argent mij achter met objecten die weigeren te verdwijnen.
Wanneer ik de galerie verlaat, neem ik geen conclusie mee, maar een gewaarwording. Een lichte zwaarte. Het besef dat waarde niet vastligt, maar ontstaat in de relatie tussen object, geschiedenis en blik. Zoals zilver zijn glans verliest om patina te winnen, zo verliest Argent elke vorm van onmiddellijke leesbaarheid om iets duurzamer mogelijk te maken.
