Het ruime atelier van Dieuwke Spaans in Amsterdam-Zuid biedt haar de vrijheid om te werken met uiteenlopende technieken. Moeiteloos beweegt ze tussen grafiek, keramiek, film en fotografie. In de groepstentoonstelling ‘Interrupted Whispers’ bij tegenboschvanvreden is een installatie van haar te zien: een collagewerk, geflankeerd door twee porseleinen sculpturen met de titel terra. Vorm en materiaal zijn voor Spaans onderdeel van een gedeeld verhaal. Deze perfecte cirkels verwijzen naar het ideaal, maar zijn vervaardigd uit het ‘arrogante’ porselein: verfijnd, maar tegelijkertijd breekbaar en moeilijk te sturen. Spaans nodigt ons uit houvast te zoeken in het onvoorspelbare.
Hoewel ze met veel materialen werkt, keert Spaans steeds terug naar papier. Niet alleen het materiaal fascineert haar, maar ook de manier waarop papier betekenis krijgt, zoals een schutblad in een boek, in de transparantie van een naaipatroon of in de helderheid van een blauwdruk. Haar collages zijn routekaarten met uitgevlakte sporen waarbij ze de toeschouwer uitnodigt zelf de weg te ontrafelen.
Haar werk is tot en met 10 januari 2026 te zien in de groepstentoonstelling ‘Interrupted Whispers’ bij tegenboschvanvreden in Amsterdam.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruitziet?
Na een aantal jaren te hebben gewoond en gewerkt in Berlijn ben ik in 2008 teruggekeerd naar Amsterdam. Daar kreeg ik vrij snel de mogelijkheid een studio te huren op het kunstenaars- en bedrijventerrein Nieuw en Meer, een onafhankelijk kunstenaarscollectief, gelegen tussen de Zuidas en Schiphol. Het complex telt ruim honderd studio’s. Hier werkt een zeer diverse groep kunstenaars in verschillende disciplines en media. Vanwege het 35-jarig jubileum van ons terrein heeft filmmaker Agnes de Ruijter, die zelf ook een studio op het terrein heeft, onlangs een documentaire met de titel de regels van de rafelrand gemaakt over het ontstaan en de mensen op het terrein.
Mijn studio is gelegen op de begane grond in één van de hoofdgebouwen op het terrein. Ik kijk uit op de ringvaart en mijn studio van ongeveer honderd vierkante meter is op een vrij natuurlijke manier ingedeeld in drie verschillende werkruimtes. Een deel, waar ik met ‘vieze’ materialen als keramiek, grafische druktechnieken, inkten en glazuur kan experimenteren en onderzoek kan doen. Dan is er een middendeel waar ik ‘schoon’ kan werken en nog een achterruimte die ik af kan sluiten en goed kan verwarmen, waar ik schrijf en mijn opslag heb.

Wat is het eerste dat je doet als je je atelier binnenstapt? Waar begin je het liefste mee?
Als ik mijn studio binnenkom trek ik mijn werkkleding aan, en daarna zet ik koffie. Omdat ik graag wil beginnen met werken loop ik door mijn studio en verplaats ik de stapels papier die overal in mijn studio verspreid liggen. Dan ga ik ook door mijn verzamelingen van verschillend beeldmateriaal heen. Ondertussen kijk ik naar de werken en studies waar ik op dat moment mee bezig ben. Tijdens dit ‘ritueel’ komen verschillende ideeën samen, borrelen mogelijke vervolgstappen op en dienen nieuwe vragen zich aan. Daarmee is mijn werkdag eigenlijk al in volle gang. Mijn werkproces verloopt altijd organisch, maar is tegelijk ook chaotisch. Het komt vaak voor dat ik ergens in de loop van de ochtend een koud kopje koffie zie staan, het eerste kopje dat ik die dag gezet had en na het inschenken meteen ook weer was vergeten. Dan weet ik dat het tijd is om (opnieuw) koffie te zetten en even te gaan zitten. Dat is het moment van reflectie en aandachtig kijken naar het werk, voordat ik verder ga. Voor het eigenlijke maakproces, het tekenen, schilderen en bijvoorbeeld het schuiven van het (beeld) materiaal heb ik een andere focus nodig.
Je begon je artistieke praktijk met film en tekenen, maar tegenwoordig werk je met een mix van media. Hoe verliep die weg en wanneer merkte je dat andere materialen en technieken beter aansloten bij wat je wilde uitdrukken?
Op de kunstacademie werkte ik graag met film en lag mijn aandacht bij het maken van installaties waarin film en sculptuur de hoofdrol speelden. In beide media liep ik vast omdat ik tegen de planning en de technische stappen in het maakproces aanliep. In het derde jaar van de academie werd ik begeleid door de Amerikaanse videokunstenaar en pionier Nan Hoover (1931-2008). Op haar advies ben ik mijn ideeën eerst gaan vastleggen op papier. De werkwijze waarbij ik verschillende film stills en verschillende scenes bij elkaar ging brengen in één schets op een stuk papier, gaf mij eindelijk inzicht in welke verhalen ik wilde vertellen en hoe ik dat kon doen. De vrijheid die ik tijdens het tekenen ontdekte, zorgde ervoor dat mijn aandacht steeds meer verschoof naar 2D-werk. Dat resulteerde uiteindelijk in een eindexamenserie van grote tekeningen, bijna als één film die in één enkel moment is vastgelegd. In deze periode maakte ik ook kennis met stromingen zoals de Nouvelle Vague en de Neue Welle. Regisseurs en kunstenaars uit deze bewegingen hebben nog altijd invloed op mijn beeldtaal.
Alleen het potlood bleek voor mij niet voldoende. In mijn vroege tekenseries werkte ik daarom al met materialen als menselijk haar, dierlijk haar en zand. Het vinden van de juiste ‘toon’ voor een werk gaat voor mij altijd samen met het zoeken naar het materiaal dat daarbij past. Tijdens mijn academietijd groeide mijn nieuwsgierigheid naar materialen en naar de vraag hoe ik bestaande grenzen kon oprekken of zelfs helemaal kon loslaten. Gaandeweg ontstond zo de ruimte om ongewone materialen, met hun eigen betekenis en lading, onderdeel van mijn werk te maken.
In je collages gebruik je allerlei verschillende soorten papier. Waar komt die fascinatie voor papier vandaan?
De uitkomsten van mijn experimenten met materiaal geven mij de ruimte om vanuit verschillende perspectieven naar mijn werk te kijken. Mijn werk heeft altijd een sterke verwantschap met film gehad en gehouden. Materiaal is inhoud. Het papier waarop ik eerder mijn monumentale tekeningen maakte, begon ‘leeg’ te voelen. En het papier werd enkel de drager van mijn ideeën. Door me te verdiepen in de vraag hoe papier verschillende functies kan hebben, bijvoorbeeld als schutblad in een boek, in de transparantie van een naaipatroon of in de helderheid van een blauwdruk, kan ik in mijn 2D werk spelen met een extra, visuele en inhoudelijke laag. Het materiaal dat ik gebruik kan overal vandaan komen. Belangrijk is dat er altijd een divers aanbod in mijn studio voorhanden is. Ik weet tijdens het maakproces vooraf niet wat ik nodig heb.
In de tentoonstelling ‘Interrupted Whispers’ bij tegenboschvanvreden zijn twee keramische werken uit de serie Terra en een collagewerk van jou te zien. Kunnen we deze beschouwen als één installatie?
Voor de tentoonstelling bij tegenboschvanvreden heb ik een tweede versie gemaakt van een bestaande installatie. Die tweede versie is het resultaat van de constante beweging en verandering die mijn werk doormaakt. Door altijd ruimte te geven aan nieuwe materialen en tijdens het maken telkens van perspectief te veranderen, kan ik uitdrukken hoe ik houvast probeer te vinden in de wereld om mij heen. Voor een beschouwer is het misschien niet altijd direct zichtbaar, maar al mijn werk is organisch met elkaar verbonden. Of het nu mijn eerste grote tekeningen zijn, de reliëfs van keramiek of de collages die ik dagelijks maak, wat ik met mijn werk wil onderzoeken ontstaat eigenlijk altijd uit dezelfde basis.

De twee keramische werken heten Terra. Waarom koos je voor die titel?
Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding gehad met titels en jaartallen. Ik heb mijn werken in groepen onderverdeeld om zo verschillende periodes waarin de werken ontstaan samen te kunnen brengen. De werken hebben de titel van de groep en vaak ook een subtitel. Voor de twee keramische werken in de huidige tentoonstelling zocht ik naar een subtitel die een heldere betekenis in zich draagt. Terra, Latijn voor (de) aarde. Bij deze keramische werken zit de betekenis verpakt in de vorm en het materiaal van het werk. Daar staat de perfecte cirkel tegenover de complexiteit en de arrogantie van een materiaal als porselein. Tegelijkertijd roept het werk het idee op van het maakbare tegenover het onvoorspelbare, zoals bij het werken met oxides op steengoed. Ook de manier waarop de sculpturen worden gepresenteerd speelt mee: op de grond, losjes tegen de muur geleund, zowel nonchalant als kwetsbaar. Samen laten al deze elementen zien waar wij ons bevinden, hoe wij ons tot de ruimte verhouden, en hoe we in het hier en nu aanwezig zijn.
Je spreekt over het ‘niet weten’ als noodzakelijke houding. Wat bedoel je daar precies mee?
De collage aan de muur is een stapeling van meerdere vormen en figuraties. De door Typex uitgewiste informatie laat een spoor van lijnen achter die je kunt lezen als uitgestippelde routes op een fictieve kaart. Dit werk behoort tot de groep Portals. Een verbeelding van een mogelijke doorgang naar een andere dimensie. Ze verbeelden een doorgang naar een plaats waar we nooit met zekerheid iets over kunnen zeggen of echt iets over weten. Dit werk vraagt aan de beschouwer de tijd om vrij te associëren, en daarnaast om te vertrouwen op alles wat we nooit met zekerheid zullen weten. Vragen als welke vorm het universum heeft of waar onze gedachten blijven als ons leven in het hier en nu eindigt, of hoe we elkaar dan nog terug kunnen vinden?
Waar werk je op dit moment aan?
Ik voel de urgentie om mijn werk van de afgelopen jaren in een boek bij elkaar te brengen. Naast het opstarten van dat project ben ik op dit moment bezig met een nieuwe serie tekeningen waarin ik een aantal beelden centraal plaats, zoals de bloem, de Kniphofia, uit het videowerk: Ever is Over All, van kunstenaar Pipilotti Rist, en de organisch abstracte vormen van kunstenaar Eva Hesse. Het werk en de visie van diverse kunstenaars en filmmakers hebben de wijze waarop ik denk, kijk en maak mede gevormd. In die zin breng ik voor mij belangrijke visuele talen bij elkaar om er een nieuwe taal mee te ontwikkelen. Zo voel ik me verbonden met mijn eigen werk en de tijd waarin ik leef. Dit is mijn canon en de canon van mijn tijd.
