Hoe zwaar we ergens aan tillen, komt volgens Tim Breukers voort uit ingesleten denkbeelden. Die overtuigingen probeert hij met humor en lichtheid open te breken in zijn kijkvazen, waarin hij het dagelijkse leven in zijn atelier en gezin op speelse wijze tot leven brengt. Die lichtheid komt niet uit de lucht vallen: vanuit zijn atelier aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam kijkt Breukers dagelijks uit op het standbeeld van André Hazes. wiens gevleugelde teksten doordringen tot in zijn atelier. Hij vormt ze om naar zijn eigen ervaring: “De scheuren in de klei doen je beseffen dat je leeft.”
Voor zijn nieuwe tentoonstelling ‘Timmerik Dubbelklik’ bij Galerie Fleur & Wouter werkte Breukers samen met keramiekexpert Norman Trapman. Hij raakte gefascineerd door hoe Trapman de potten draaide en stookte. Breukers droeg zijn eerste vaas ‘Normantis’ aan hem op.
De tentoonstelling ‘Timmerik Dubbelklik’ is tot 7 december te zien bij Galerie Fleur & Wouter in Amsterdam, samen met het werk op papier van Erik Mattijssen.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruitziet?
Mijn atelier is in Amsterdam in de Albert Cuypstraat, met uitzicht op het standbeeld van André Hazes. Op dit moment werk ik als resident drie maanden bij het Europees Keramisch Werk Centrum en ben ik veel in Oisterwijk. Aardewerk is paardenwerk heb ik daar geleerd. Hazes zong: “De glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft”. Een keer na een lange intensieve dag met klei te hebben gewerkt, veranderde ik de tekst in: “De scheuren in de klei doen je beseffen dat je leeft”.

Je noemt jezelf een ‘clayminator’. Kan je uitleggen wat je daarmee bedoelt?
Clayminator verwijst naar klei en naar de Terminator gespeeld door bodybuilder Arnold Schwarzenegger. Mijn eindpresentatie bij de Rijksakademie ging over kracht en kwetsbaarheid. De bezoeker liep op de vloer die ik had beplakt met fel oranje tape waar BREEKBAAR op staat dat gebruikt wordt op transportkisten voor fragiel werk. In de ruimte stond ook een gebroken palletwagen van klei gemaakt. Als performance liet ik mezelf optillen, met de brandweergreep, door Maria Wattel, Nederlands kampioen vrouwelijk bodybuilden. Voor mij komt in het woord Clayminator, dat een mederesident tijdens een eerdere werkperiode bij het EKWC voor me bedacht, deze kracht en kwetsbaarheid mooi samen.
Voor je nieuwe tentoonstelling bij Galerie Fleur en Wouter werkte je samen met keramiekexpert Norman Trapman. Hoe verloopt zo’n samenwerking precies? Werken jullie samen in hetzelfde atelier, of werken jullie afzonderlijk in fases?
Norman draait voor mij de potten en ik ben op dat moment zijn assistent. Ik mix de klei, pers anaconda formaat klei worsten en droog tussentijds met een gasbrander.

Wat gebeurt er allemaal in de vaas met de titel ‘Normantis’? Waar verwijst het naar?
Toen ik Norman bij de eerste pot zag draaien, met zijn ellebogen in zijn zij voor optimale controle en zijn hoofd insectachtig bewegend in hyperconcentratie, wist ik het; de invulling van mijn eerste pot baseer ik op Norman, als bidsprinkhaan. Wat mij steunde bij het ontwikkelen van deze fantasie is dat het Engelse woord voor bidsprinkhaan ‘mantis’ is. Ik kon het kofferwoord ‘Normantis’ maken en mijn gefantaseer onderbouwen met logica. Norman draait voor mij de potten en heeft deze ook gestookt, nadat ik de werelden aan de binnenzijde erin geboetseerd hebt.
Je nieuwe serie werken zijn een soort kijkdozen. Wat trok je aan in dat idee van naar binnen kijken?
De kijkdozen zijn met de handgedraaide potten van klei waar ik aan de voorkant een opening in snijd. Het sluitstuk van de serie keramische kijkdozen wordt een monumentaal wandreliëf. De figuratie in het reliëf suggereert een gat in de muur waardoor je naar buiten kijkt. Zodat het perspectief wordt omgedraaid en de architectuur de pot wordt waar jij je als kijker in bevindt.
Sinds de geboorte van je dochter speelt vaderschap ook een zichtbare rol in je werk. Wat heeft dat voor nieuw perspectief toegevoegd aan je werk?
Dank voor deze vraag. Om deze vraag te beantwoorden kan ik beginnen met de vraag om te keren; ‘wat heeft je kunstenaarschap toegevoegd aan je ouderschap?’. Mijn kunstenaarschap is voor mij een manier om in contact te komen met de wereld om mij heen, ook met ons kindje. Haar tweede naam is Celadon. Dat is een jadegroen glazuur met speciaal stookprocedé. Als kunstenaar voel ik mij schatplichtig aan de klei, ik vond het mooi om ons kindje een zachte kleur als naam te geven en ik vond het stoer om een meisje een naam te geven waar Don in zit, zoals in Don Quichot. Inmiddels is ze vier en doen we spelletjes als ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet en de kleur is… Celadon’.

In je werk wisselen humor en ernst elkaar af. Wat maakt humor voor jou een geschikte manier om zware thema’s te behandelen?
Een van de dingen die ik interessant vind aan het werken met klei is dat ik de beelden die ik maak letterlijk gewicht kan geven. Hoe zwaar we ergens aan tillen hangt samen met gesocialiseerde beelden die ik tegen het licht wil houden.
Met welke projecten ben je op dit moment bezig?
In de schaduw van de keramiek ben ik ook altijd collages op papier aan het maken, na mijn werkperiode bij het EKWC, wil ik deze graag de volle aandacht gaan geven.
