Sommige kunstenaars kiezen de stilte als hun trouwste metgezel. Mia (‘Mieke’) Goovaerts, die pas op haar 88ste voor het eerst naar buiten treedt met haar oeuvre, heeft decennialang binnenskamers gewerkt, alsof ze schilderde voor de tijd zelf en niet voor een publiek. Haar debuut is er daardoor een van zeldzame intensiteit: niet de jonge branie, maar de rijpe blik van iemand die de jaren, de verliezen en de stiltes heeft doorleefd.
Een van haar meest indringende werken, Lijkwade, staat in het hart van deze tentoonstelling bij Gallery Ysebaert. Het doek toont een gletsjer, bedekt met witte doeken die moeten verhinderen dat het ijs verder smelt. Het is een beeld dat zich diep in het geheugen brandt, omdat het tegelijk bescherming en afscheid uitdrukt. De titel versterkt dat gevoel: dit is geen reddingsdeken, maar een laatste omhelzing, een afscheidsritueel.
Het doek over de gletsjer
Op het eerste gezicht lijkt Lijkwade een abstracte compositie van vloeiende lijnen, plooien en schaduwen. Maar wie langer kijkt, ontdekt het landschap erachter, de gletsjer, aangetast en fragiel, toegedekt alsof hij in een ziekenhuisbed ligt.
Deze handeling, het inpakken van gletsjers met textiel om het smelten te vertragen, is een reëel fenomeen in de Alpen. Maar Goovaerts tilt het uit boven het wetenschappelijke en maakt er een beeld van dat zich nestelt in ons collectieve onderbewuste. Het wit van de doeken roept tegelijk zuiverheid en dood op. Een zwarte vlek in de compositie, scherp contrasterend met de rest, verschijnt als een kist, een graf, een poort.
De paradox is onontkoombaar. We willen beschermen wat verdwijnt, maar onze bescherming lijkt verdacht veel op een ritueel van begraven.

Poëtisch realisme, schoonheid en verlies
Gallery Ysebaert noemt dit oeuvre poëtisch realisme. Het is een term die wonderwel past. Want Goovaerts’ werk balanceert steeds op de grens tussen concrete werkelijkheid en poëtische verbeelding. Ze toont niet zomaar een gletsjer, ze toont een gletsjer die al een metafoor is geworden.
Het realisme is hard en onverbiddelijk, dit is de klimaatcrisis, dit is de verdwijning van eeuwenoud ijs. Het poëtische ligt in de manier waarop de plooien, de schaduwen, de texturen een eigen muzikaliteit krijgen. De schilderijen van Goovaerts ademen een ritme dat je eerder voelt dan begrijpt.
Poëtisch realisme is hier geen stijl, maar een houding. Het is de weigering om de werkelijkheid enkel in cijfers en feiten te vatten en de keuze om haar te benaderen met de tederheid van taal en verbeelding.
Een debuut als een openbaring
Dat Lijkwade niet het werk is van een jonge rebel, maar van een vrouw die pas op 88-jarige leeftijd naar buiten komt, maakt het des te aangrijpender. Het debuut van Mia Goovaerts is geen toeval, geen modeverschijnsel, maar het resultaat van decennia van stille arbeid. Alsof de schilderijen zelf moesten rijpen, beschermd door de tijd, tot het moment daar was om getoond te worden.
Haar oeuvre heeft daardoor niets vluchtigs. Het draagt de sporen van geduld, van traagheid, van een blik die zich niet laat opjagen door trends. Goovaerts toont dat kunst pas echt volwassen wordt wanneer ze zich losmaakt van de drang naar zichtbaarheid. Haar debuut is in die zin tegelijk een intiem gebaar en een culturele gebeurtenis.
Christo en Friedrich – de echo’s van kunstgeschiedenis
Het werk roept onvermijdelijk kunsthistorische echo’s op. De witte doeken doen denken aan Christo’s inpakprojecten, waarin gebouwen en landschappen tijdelijk werden verhuld. Maar waar Christo speelde met esthetische verrassing en monumentaliteit, legt Goovaerts de nadruk op kwetsbaarheid en rouw. Haar inpakken is geen spektakel, maar een laatste zorg.
Ook Caspar David Friedrich spookt rond in dit werk. Zijn romantische landschappen, waarin de natuur groots en overweldigend verscheen, keren hier terug in een ontluisterde vorm. Niet langer is de gletsjer subliem en onaantastbaar, nu is hij een lichaam dat sterft, dat door mensenhanden wordt toegedekt. Het sublieme is getransformeerd tot het tragische. Goovaerts toont ons dat kunstgeschiedenis geen afgesloten boek is, maar een reeks stemmen die telkens opnieuw opduiken in nieuwe contexten.

Het lichaam van de aarde
In de plooien van Lijkwade herkennen we niet alleen textiel, maar ook huid. Het landschap lijkt een lichaam te zijn, getekend door rimpels en littekens. Het doek wordt zo een metafoor voor vergankelijkheid, niet enkel van de natuur, maar van het leven zelf.
Goovaerts maakt van de gletsjer een spiegel waarin we onze eigen sterfelijkheid herkennen. De zwarte vlek in het schilderij is niet enkel het graf van een gletsjer, maar ook een herinnering aan ons eigen einde. Zo overstijgt het werk de ecologische thematiek en wordt het een universele meditatie over tijd en sterfelijkheid.
Kunst als getuigenis
Wat Lijkwade en Goovaerts’ oeuvre zo bijzonder maakt, is dat het geen luidruchtige aanklacht is. Het is geen pamflet, geen manifest. Het is eerder een vorm van getuigenis. Kunst die weigert te schreeuwen, maar die des te dieper snijdt door haar stilte.
In een tijdperk van slogans en snelle beelden nodigt dit werk uit tot traag kijken. Tot een vorm van aandacht die we bijna verleerd zijn. En precies daarin ligt de kracht van poëtisch realisme: het herinnert ons eraan dat schoonheid en verlies niet los van elkaar bestaan, maar elkaar verhelderen.
Epiloog: de waarde van traagheid
Het debuut van Mia Goovaerts en in het bijzonder het werk Lijkwade toont ons dat kunst geen race is. Dat schoonheid kan wachten, dat betekenis kan rijpen. In de stilte van een leven lang schilderen ontstaat een oeuvre dat precies nu, in onze tijd van crisis en verlies, zijn volle kracht krijgt.
Lijkwade is meer dan een schilderij van een gletsjer. Het is een metafoor voor onze omgang met het verdwijnen, een beeld dat tegelijk troostend en huiveringwekkend is. Het is het bewijs dat poëtisch realisme niet zomaar een label is, maar een houding tegenover de wereld, aandachtig, teder, maar ook onverbiddelijk eerlijk.
Je zou haast vergeten dat er nog andere werken te bewonderen zijn tijdens de expo.
