Met Copilot, Voice and Vision begint Berend Strik aan een nieuw hoofdstuk. Aan de nieuwe werken liggen persoonlijke foto’s ten grondslag. Strik bewerkte ze uiteraard met naald en draad. Ook is er een viertal werken te zien uit de serie Deciphering the artist’s mind.
Menig kunstenaar zou ervoor hebben teruggedeinsd om werk uit twee series tegelijk te tonen, uit de lopende en de nieuwe. Een enkel, vastomlijnd concept of afgebakende periode tonen valt immers makkelijker uit te leggen, maar Berend Strik (NL, 1960) vindt dat juist interessant. “Ik heb de neiging om niet te fixeren op één punt. Ik wil juist de overgang laten zien naar meer persoonlijke werken. Die overgang tussen de series is minstens zo interessant.”
Van de lopende serie Deciphering the artist’s mind zijn nieuwe werken te zien. Voor deze serie reist Strik naar een atelier van een vakgenoot om het te onderzoeken en te fotograferen. Copilot, Voice and Vision toont onder andere het Zwitserse verblijf waar Michelangelo ooit een jaar in ballingschap werkte en de plek waar Van Goghs atelier in Arles stond.
In het nieuwe werk is het vertrekpunt telkens een foto of een tekening uit zijn privé-archief. Daarbij gaat het Strik niet om zichzelf, maar om de universaliteit van een ‘gecreëerde herinnering’. ‘Iedereen heeft een foto van zichzelf als baby of van grootouders die je niet hebt gekend. Ik vind het interessant wanneer je iets ziet dat een herinnering creëert. Door zo’n beeld te bewerken maak je het tastbaar.’
‘Het kunstenaarschap is ook een verwerkingsproces. Het is een fijne lijn tussen kinderlijkheid en volwassen worden, tussen laten en niet laten, tussen denken en doen.’
Een mosterdgele rubberboot
Op een van die beelden waarmee dat gebeurde, zien we een jongen die ligt te zonnebaden op de rand van een mosterdgele rubberboot. ‘Ik ben ervan overtuigd dat je werk op je eigen ervaring moet aansluiten. Als je naar iets kijkt dat met jezelf te maken heeft, zou het om iets wezenlijks kunnen gaan.’ De jongen op de foto is Strik zelf. Hij is een jaar of vijf en op vakantie met zijn ouders in Italië.
‘Het is een jeugdherinnering, de beschermde omgeving van de kindertijd. Je voelde zon en de bescherming van het rubber tegen het water. Er zijn allerlei connotaties aan verbonden die je vrij direct van een beeld kunt afleiden. Iedereen heeft wel zo’n herinnering dat alles nog heel leuk en gezellig is.’
Er mag toch wel iets meer gebeuren?Gedurende zijn carrière Strik in tal van media gewerkt. Naast fotografie maakte hij tekeningen, glas in loodramen, keramiek, sculpturen en een aantal muziektheatervoorstellingen. Toch ervaart hij de meeste vrijheid hij wanneer hij met naald en draad werkt.
In zijn tijd op de Rijksakademie, waar hij tussen 1985 en 1988 resident was, ging Strik op zoek naar mogelijkheden om op andere manier een verhaal te vertellen. ‘Nederlandse kunst uit die tijd had vooral aandacht voor formele kanten. Er mag toch wel iets meer gebeuren?’
Het bracht hem naar Hongarije, het land waar zijn opa vandaan kwam. Daar zag hij mannen borduren in winkels, ze werkten aan vesten, blouses en tafelkleden. ‘Ik vond het een mooi gegeven dat zij kleur en vorm aangebracht door middel van borduren, maar wat ze maakten had niets met kunst te maken.’ Sindsdien werkt hij met naald en draad. Strik ziet zichzelf dan ook niet als textielkunstenaar, maar als iemand die stikwerk gebruikt.
Geen sluitende logica
Het eerste werk dat je in de grote achterruimte van Fons Welters tegenkomt, heet Mama Monster (2024). De basis is een schilderij van een gele eend dat Striks moeder ooit maakte voor zijn pasgeboren zoon. ‘Het was een angstaanjagend schilderij van een gele eend met harde ogen’.
Hij fotografeerde het schilderij, drukte het af op doek en bestikte het deels met de hand en deels met een naaimachine. Angstaanjagend is de voorstelling zeker niet meer, eerder dynamisch door de vele vloeiende lijnen en dichtgestikte cirkels.
Een getraind oog ziet waar Stik keuzes maakte, waar hij het doek tegen de beweging van de machine in hield, waar hij de steken langer of juist korter maakte. Het effect is dat Striks stikwerk meer gemeen heeft met een tekening of een schilderij dan met het stikwerk voor een kledingstuk of een gordijn. Er zit een handschrift in. ‘Ik krijg vaak te horen dat het geen bestikte foto’s zijn, maar dat ik meer op het vlak van schilderkunst zit’.
Ernaast hangt een door Strik bewerkte infraroodopname van een werk van Karel Appel. Appels handtekening is nog herkenbaar. Er zit geen sluitende logica achter, maar je voelt dat die twee werken perfect naast elkaar hangen.
Copilot, Voice and Vision van Berend Strik is nog tot en met 21 december te zien bij Galerie Fons Welters.