Ballroom Gallery in Brussel presenteert tot en met 5 augustus de groepstentoonstelling ‘Pot Luck’, waarin de galerie maar liefst 19 kunstenaars samenbrengt die werken in uiteenlopende media. De naam van de tentoonstelling verwijst naar de traditie van de pot luck, waarbij iedere gast een zelfgemaakt gerecht meebrengt om te delen met anderen, waardoor er uiteindelijk een gevarieerde en overvloedige maaltijd ontstaat. Het biedt gasten een kans om verschillende smaken en kookstijlen te ontdekken, en het opent tegelijkertijd deuren voor culturele uitwisseling. Het vormt bovendien een niet onbelangrijke conversation starter.
In die zin zijn er absoluut parallellen te vinden met de groepstentoonstelling, waarin kunstenaars ieder een persoonlijke bijdrage leveren om samen tot een dynamisch geheel te komen. Er ontstaat in die situatie bovendien vaak een verwachte en onverwachte synergie tussen de getoonde werken. ‘Pot Luck’ vormt daarmee een viering van de diversiteit binnen de kunstenaars van de galerie en in het verlengde daarvan: hedendaagse kunst in bredere zin.
Je ziet in deze tentoonstelling werk van Bert Huyghe, Bram De Jonghe, Fia Cielen, Geoffrey de Beer, Hilde Overbergh, Ignace Cami, Kaspar Dejong, Katleen Vinck, Lieven Segers, Lola Daels, Lucie Lanzini, Marius Ritiu, Michiel Ceulers, Nadia Naveau, Ruben Raven, Soetkin Verslype, Tramaine de Senna, Xavier Duffaut en Yorgos Maraziotis.
Lieven Segers laat zich voor zijn werk inspireren door de alledaagsheid van ons bestaan. Deze beelden worden niet zelden voorzien van een komische laag, maar dat is slechts de eerste en meest zichtbare laag. In een interview met Vice zei de kunstenaar: “Het nooit de bedoeling om uitsluitend een grap te vertellen. Er zal altijd een tweede laag zijn waarin de toeschouwer geleid wordt naar een meer donkere of tragische wereld. De grap dient dus meer als glijmiddel.”
De praktijk van Hilde Overbergh begeeft zich op het snijvlak tussen figuratie en abstractie. Haar materiaalgebruik varieert van textiel, kunststof en porselein tot schuim, papier en cement en ze maakt onder andere schilderijen, collages, sculpturen, zeefdrukken, installaties en assemblages. De kunstenaar bewerkt deze materialen door ze te assembleren, vouwen, stikken of delen uit te snijden. Ook het experiment speelt een grote rol en ze maakt voor haar werken regelmatig gebruik van alledaagse gevonden (afgedankte) materialen. In haar atelier krijgen deze materialen verrassende nieuwe contexten en betekenissen, in een proces waarbij Overbergh onze chaotische werkelijkheid probeert te doorgronden, deconstrueren en abstraheren. Ze is daarbij geïnteresseerd in vorm, compositie, textuur en kleur, maar ook in de lichamelijkheid van haar materialen en objecten.
Michiel Ceulers heeft een veelzijdige praktijk waarin taal niet zelden een belangrijke rol speelt. Hij maakt daarvoor gebruik van een veelheid aan materialen — waaronder gevonden textiel, wrakhout en piepschuim — en gaat zijn doeken regelmatig fysiek te lijf. Volgend jaar zal zijn werk te zien zijn in Kunstmuseum Den Haag. In een interview met Manuela Klerkx voor GalleryViewer stelde hij: ”De grote wendingen in de schilderkunst zijn al verkend door generaties vóór mij. Ik weet dat ik niet iets compleet nieuws kan toevoegen. Maar ik kan wel écht zijn. Ik kan schilderijen maken die onverbloemd zijn, soms beschamend, maar altijd authentiek. Ik wil werken maken die spelen met bepaalde conventies of genres, die humor hebben en bestaande regels perverteren.”
De gestileerde doch intuïtieve weergaven van Soetkin Verslype hebben veelal een basis in de realiteit en zijn gebaseerd op alledaagse objecten, verzamelingen, foto’s, elementen uit haar reizen, maar ook specifieke opstellingen in winkeletalages. Ze werkt daarbij meestal in een vooraf bepaald kleurschema, ongerelateerd aan de kleur van het verbeelde object. Haar werken zijn niet narratief van aard en de resulterende schilderijen hebben iets analytisch en gefragmenteerds, alsof je naar een abstracte puzzel kijkt vol ritmisch geordende vlakken. De beelden zijn speels en herkenbaar, maar hebben tegelijkertijd iets fragiels. Voor- en achtergrond lopen moeiteloos in elkaar over, in een soort verwrongen perspectief.