In Duende Art Projects in Antwerpen is tot en met 14 mei een solotentoonstelling te zien van de jonge Zimbabwaanse kunstenaar Raymond Fuyana, zijn Europese debuut. Zijn visueel prachtige droomlandschappen zijn doordrenkt met symboliek en worden getekend door een unieke combinatie van realisme en surrealisme. Ze verbeelden bovendien zijn wereldbeeld als dove kunstenaar. Fuyana werd opgeleid als graficus maar heeft zijn praktijk sindsdien uitgebreid met kleurrijke olieverfschilderijen.
Toen het surrealisme zo’n honderd jaar geleden opkwam vormde het een belangrijke manier om om te gaan met een wereld die in korte tijd snel was veranderd door technologische ontwikkelingen en een vernietigende oorlog die een generatie jonge mensen gedecimeerd en getraumatiseerd had. Het was een vorm van verzet tegen een repressieve, rationele samenleving die wanhopig vasthield aan stugge, maatschappelijke regels die na zo'n oorlog nauwelijks nog logisch leken. De surrealisten binnen de kunst en literatuur zochten in plaats daarvan naar de mogelijkheden van het onderbewuste, voortbouwend op het werk van Sigmund Freud. De wortels van de stroming liggen in de jaren 10 van de vorige eeuw, maar onder leiding van dichter André Breton kreeg het officieel vorm in 1924. De verbeeldingskracht van deze persoonlijke wereld van de geest bleek ongekend en leverde verrassende en absurdistische nieuwe beelden en teksten op. Dat we honderd jaar later een beperkt beeld hebben van de variëteit binnen de stroming bleek wel tijdens de laatste Biënnale van Venetië, die eveneens plaatsvond na een historische periode. De Italiaanse curator Cecilia Alemani doopte de hoofdtentoonstelling van de 59e editie ‘The Milk of Dreams’, naar het gelijknamige surrealistische kinderboek van schilder en auteur Leonora Carrington (1917-2011). Het surrealisme vormde een belangrijke rode draad door de tentoonstelling, met een bijzondere nadruk op kunstenaars die een marginale rol toebedeeld hebben gekregen in het kunsthistorisch canon, bijvoorbeeld vanwege hun gender of geografische locatie. Het toonde alleen maar aan hoe belangrijk het is om een breder scala aan kunstenaars en perspectieven te laten zien.
Raymond Fuyana bouwt voort op deze kunsthistorische traditie en creëert alternatieve en gefragmenteerde werelden waarin tijd een abstractie wordt en het verleden, het heden en de toekomst samenkomen. De herinneringen, ervaringen en dromen van de kunstenaar spelen een centrale rol in zijn schilderijen. We zien symbolische elementen als stoelen die elk gevoel voor functionaliteit ontberen, een schoen waar een plant uit groeit en onderdelen van spellen, zoals een voetbalveld en schaakstukken. Fuyana voegt ook elementen toe uit de Europese architectuur, waaronder oude ruïnes en modernistische of kubusachtige gebouwen — die op zichzelf al de zwaartekracht lijken te tarten — maar ook de bogen van de fascistische architectuur van bijvoorbeeld het Palazzo della Civiltà Italiana in Rome. Die combineert Fuyana vervolgens met Afrikaanse landschappen en acaciabomen, waarvan het groen soms onafhankelijk lijkt te zweven in de ruimte. Hij contrasteert hiermee telkens twee verschillende continenten, maar ook sferen: binnen versus buiten en de stad versus het dorp. De kunstenaar hoopt daarbij ook nadruk te leggen op de fragiele staat van ons ecosysteem en de zorg die we als mensen moeten dragen om de aarde gezond te houden.
Centraal in de werken staat een jong, zwart figuur, die gedeeltelijk van de kijker weggedraaid is. Soms onthoofd, soms met één been in een schilderij. Vaak zit hij op een stoel of bank, slechts als waarnemer van de wereld om hem heen. Het reflecteert de manieren waarop de kunstenaar zich soms geïsoleerd voelt van zijn omgeving, die voornamelijk is ingesteld op horende mensen.