Yawn Holding Fields is de tweede solotentoonstelling van Indrikis Gelzis bij Tatjana Pieters. Met zijn composities van hout, staal en stof stelt de Letse kunstenaar vragen over het effect van onophoudelijke processen op het menselijk lichaam. In deze show legt hij een verband tussen geeuwen en de onophoudelijke stroom informatie die elke dag op ons afkomt. We vroegen hem hoe hij op die vergelijking kwam en hoe hij zijn kenmerkende stijl ontwikkelde.
Indrikis Gelzis (1988) woont en werkt in Riga en New York. In 2016 studeerde hij af aan het HISK in Gent. Sindsdien was zijn werk te zien in een groot aantal groepstentoonstellingen en had hij solotentoonstellingen bij Suprainfinit in Boekarest, ASHES/ASHES in New York, Cinnamon in Rotterdam en in het Lets Nationaal Museum in Riga.
De tentoonstelling heet YAWN HOLDING FIELDS. Waar verwijst de titel naar?
Ik zal je vraag beantwoorden door een fragment uit de inleidende tekst van de show te citeren: Vergeleken met de borstkas van een lichaam of, preciezer, de parameters van het ademhalingssysteem, is er geen capaciteit voor de informatiewereld en de cyberspace. De geeuw van de informatiestroom is oneindig en onophoudelijk, met een onvermogen om de gewenste dopaminemarkering te bereiken”.
Als reflexief proces brengt geeuwen een korte bevrediging en kalmte aan het menselijk lichaam, en als een onvrijwillige handeling is het voor degenen die er getuige van zijn erg besmettelijk. Telkens wanneer ik gaap of ik een verlangen voel om te schreeuwen, stel ik me voor dat ik lichamelijke processen op een transcendente manier ervaar. Een diepe, magnetische, constante en oneindige inademing hebben of aanhoudend schreeuwen zonder adem te hoeven halen. Met de titel van de show wilde ik een staat van continuïteit en transcendentie beschrijven, in tegenstelling tot de beperkte mogelijkheden van het menselijk lichaam en zijn parameters.
Normaal gesproken staat geeuwen voor verveling, maar in dit geval niet. Kan je vertellen waarnaar je verwijst?
Geeuwen is een heel natuurlijke reactie op vermoeidheid en wordt meestal veroorzaakt door slaperigheid of vermoeidheid. Ik denk veel na over onuitputtelijke fenomenen zoals zonlicht, water, getijdenenergie. Deze processen vergelijk ik graag met de stroom van informatie - het helpt me om een ritme van lijnen en vormen in mijn werk voor te stellen en te creëren. De technologische revolutie heeft van informatie zowel een bron als een machtsmiddel gemaakt. Met deze titel verwijs ik niet per se naar verveling, maar bevraag ik eerder eindige en onuitputtelijke processen in relatie tot het menselijk lichaam, technologie, data, arbeid, de bedrijfswereld enzovoort.
Je vergelijkt computernetwerken met het menselijk ademhalingssysteem. Hoe ben je tot die vergelijking gekomen?
Ik denk veel na over de digitale en technologische processen die gebaseerd zijn op anatomische mogelijkheden van het menselijk lichaam en hoe deze steeds beter presteert dan wij. Ik vergelijk computernetwerken niet alleen met anatomische systemen, mijn werk is gebaseerd op bepaalde aspecten en de visuele methoden van infographics, in het bijzonder hoe de informatie wordt verwerkt, geanalyseerd, vergeleken en hoe samenlevingen of andere fenomenen als geheel beschreven worden. Denk bijvoorbeeld aan de aandelenmarkten, of de nieuwe en opwindende manieren die Facebook verzint om te profiteren van de gegevens van zijn gebruikers. Net als het menselijke ademhalingssysteem voelen deze processen voor mij heel vloeiend en levensecht aan.
In het persbericht citeer je de populaire Sloveense filosoof Slavoj Zizek die de aanwezigheid van de mens een ontologische catastrofe noemt. Waarom sprak deze specifieke passage je aan?
Het citaat ging over het menselijk subject als een unieke scheur in het weefsel van het universum, een geval waarin er iets vreselijk is misgegaan. Volgens hem is de verschijning van het menselijk subject een ontologische catastrofe. Door dit citaat te gebruiken, deel ik niet noodzakelijk hetzelfde geloofssysteem, het heeft me eerder geholpen om een context te geven en de huidige geestestoestand te benadrukken.
Welke plek neemt de mens in dit wereldbeeld?
Voor mij is het belangrijk om de inhoud van mijn werk zo open mogelijk te houden en de waarden van gelijkheid, democratie en vrijheid vast te houden. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom ik nog nooit een menselijk hoofd of gezicht in mijn werk heb afgebeeld. De hoofdeloze figuren die in mijn werk voorkomen, communiceren met lichaamstaal, gebaren, houding of via anatomische systemen vertaald in de lijnen, vormen en vormen. Mijn doel en artistieke strategie is gericht op het creëren van een universele beeldtaal die zijn doel en betekenis vervult in verschillende contexten.
De serie die nu bij Tatjana Pieters te zien is, raakt aan nogal wat actuele thema's. De pandemie, de toenemende afhankelijkheid van de mens van technologie en transparantie van informatie of het gebrek daaraan. Kun je uitleggen hoe deze thema's met elkaar samenhangen?
Ik uit mijn mening niet via mijn werk, en beschouw mezelf meer als een waarnemer van de huidige tijd, van de wereld om me heen en in het bijzonder mijn ervaring als een emotionele en bewuste deelnemer eraan. Naar mijn mening wordt met elke nieuwe technologische uitvinding het begrip en de sensatie van het levende en anatomische lichaam steeds gevoeliger en kwetsbaarder.
Ik stel me graag de infrastructuur voor van de informatiewereld, de manier waarop deze zich door de aardkorst en de stedelijke en landelijke gebouwen vlecht, zich uitstrekt langs snelwegen, door de lucht stroomt en niet alleen de lucht met de aarde verbindt, maar ook de geest van mensen via verschillende technische apparaten. Om de laatste zin van de inleidende tekst van de show te citeren: “Informatiedraden worden bloedvaten. Bloedvaten veranderen in informatiedraden.”
Zoals ik al aangaf wordt informatie gebruikt als een machtsmiddel (nationaal, politiek, zakelijk, cultureel, enz.). Nu samenlevingen worden geïntegreerd in cyberspace op een permanentere manier en daarmee steeds afhankelijker worden van digitale apparaten en zijn diensten, het voelt voor mij, dat de gevoeligheid van informatie een hoogtepunt heeft bereikt. Onze geest wordt blootgesteld aan nieuwe methoden van beïnvloeding en controle. In de eerste plaats heeft dit invloed op hoe we ons dagelijks leven leiden en de wereld om ons heen ervaren. In tweede plaats, en belangrijker nog, beïnvloedt het ons geloofssysteem en wat we voor waar aannemen.
Als je eenmaal een werk van je hebt gezien, is het moeilijk om het te verwarren met het werk van een andere kunstenaar. Je hebt een sterk eigen handschrift. Hoe heb je dat handschrift ontwikkeld en zijn er kunstenaar met wie je je verwant voelt?
Het eerste werk dat ik in deze stijl maakte heette "Portrait of parallelism" in 2016. Destijds studeerde ik aan het HISK in Gent. Twee vormende jaren die mijn kijk op en begrip van de kunstpraktijk en de kunstwereld volledig hebben veranderd. Belangrijker nog, het stond in nogal sterk ideologisch contrast met de opleiding die ik aan de kunstacademie van Letland kreeg.
Door de tijd die ik aan het HISK heb gestudeerd, heb ik mezelf en het culturele erfgoed dat mij als persoon gevormd heeft, beter leren begrijpen. Als resultaat van een jaar lang onderzoek en zoektocht naar referenties en nieuwe inspiratie, merkte ik dat ik nieuwsgierig werd naar de visuele en ideologische kwaliteiten van grafieken en diagrammen en de informatiewereld. Tijdens het onderzoek naar deze onderwerpen stuitte ik op het essay "Computational Infrastructure and Aesthetics" van Nick Srnicek. Een ander belangrijk essay voor mij is "Non-Correlational Thought" van Steven Shaviro. Daarin las ik over het speculatief realisme en objectgeoriënteerde ontologie, een filosofie van Graham Herman. Om maar een paar van de inspiratiebronnen te noemen, dit waren de triggerpoints die mijn denkproces vormden, een logica vormden en mij hielpen bij het ontwikkelen van de beeldtaal die ik nu nog steeds perfectioneer.
Ik ben erg geïnteresseerd in figuratieve schilderkunst en eerlijk gezegd heb ik al jaren een sterk verlangen gehad om te schilderen, maar ik blijf trouw en toegewijd aan de beeldtaal die ik in de loop der jaren heb gecreëerd. Ik herinner me levendig dat ik als kind enkele schilderijen van Mark Rothko zag in het Nationaal Museum van Letland. Dat heeft een grote indruk op mij gemaakt.
Je hebt deze serie gemaakt tijdens de pandemie en mogelijk tijdens een lockdown. Heeft de pandemie invloed gehad op deze serie en zo ja, hoe?
De werken in deze show zijn gemaakt in de laatste 16 maanden, dus ja, deze tentoonstelling is gemaakt tijdens de lockdown. Persoonlijk bleek de hele ervaring van zowel sociaal als fysiek geïsoleerd zijn een zeer informatieve en zeer productieve periode te zijn. Sinds het begin van de pandemie heeft Covid wereldwijd meer dan 6 miljoen levens geëist. Dat is een ondraaglijke hoeveelheid pijn en verdriet, ik voelde en voel nog steeds empathie voor de mensen die hun dierbaren hebben verloren en voor degenen die nog steeds vechten voor hun welzijn. Deze ervaring gaf me een dieper begrip van hoe waardevol, kwetsbaar en onvoorspelbaar het leven is.
Kan je uitleggen hoe je deze thema's verwerkt hebt in een van de werken in de tentoonstelling?
Er zijn stadia in mijn werk waarop meer of minder belangrijke kantelpunten kom, en in dit geval voel ik dat Screaming throat” er een van is. Bij het maken van dit werk gebruikte ik een iets andere logica en organisatie. In plaats van een volledige hoofdeloze figuur of een gebaar van een hand of een been op te nemen of af te beelden, gebruikte ik deze lijnen om een beweging van een schreeuw vast te leggen, en de structuur van dit werk is gebaseerd op de anatomie van een keel. Mijn goede vriendin Jacquelyn Davis schreef ooit over mijn werk en ik citeer: "Dromen worden ontwerpen, worden modellen, worden voorstellen, worden werkelijkheid", ik wil er graag aan toevoegen - lijnen worden informatie, worden gebaren, worden een keel, worden een schreeuw.
Waar ben je momenteel mee bezig? Is het thematisch gerelateerd?
Op dit moment ben ik weer in Riga en concentreer ik me op het ontwikkelen van nieuwe digitale modellen en ondertussen werk ik een vrij complex, groter werk. Samen met Tatjana Pieters en Suprainfinit gallery werken we aan mijn eerste monografie, in samenwerking met de grafisch ontwerpers Vincent Vrints en Naomi Kolsteren. We streven ernaar om de boekpresentatie begin juni 2022 te laten plaatsvinden. Midden augustus verhuis ik voor onbepaalde tijd terug naar New York.