Het Rijksmuseum in Amsterdam presenteert tot en met 13 september de tentoonstelling ‘Ed van der Elsken. Up Close’, waarin je niet alleen de bekende beelden van de fotograaf ziet, maar ook een kijkje achter de schermen krijgt. Contactvellen vol markeringen, handgeschreven notities, experimenten uit de donkere kamer en niet eerder getoonde boekdummies schetsen hier samen een beeld van een opvallend kritische maker die voortdurend selecteerde, scènes soms vooraf uittekende of in scène zette en zijn beelden in de doka met verschillende technieken bewerkte. Deze elementen uit zijn omvangrijke privé-archief, dat in 2019 door zijn weduwe Anneke Hilhorst werd overgedragen aan het Rijksmuseum en het Nederlands Fotomuseum, zijn zeven jaar uitvoerig onderzocht en bieden nu een interessant kijkje in zijn werkwijze. Ed van der Elsken wordt vertegenwoordigd door Annet Gelink Gallery.
Het archiefmateriaal nuanceert het bekende beeld van Van der Elsken als intuïtieve straatfotograaf die op precies het juiste moment afdrukte. Natuurlijk ontstonden veel foto’s spontaan, mede dankzij zijn vermogen om snel contact te leggen en situaties naar zijn hand te zetten. Andere beelden werden zorgvuldig voorbereid in notitieboekjes, ter plekke geënsceneerd of kregen achteraf in de doka een iets andere context of betekenis door middel van belichting en uitsneden, zeker zijn zwart-wit beelden. Fotografie was voor Van der Elsken geen neutrale registratie van een werkelijkheid die zich toevallig voor zijn lens voltrok. Deze expositie niet alleen zien wáár Van der Elsken naar keek, maar ook hóe hij keek en wat er daarna met die blik gebeurde. Zijn privéarchief maakt zichtbaar hoeveel werk er schuilgaat achter beelden die zo ongekunsteld en onmiddellijk aanvoelen.
De expositie levert op die manier een heel ander beeld op van een fotograaf die we bij bij uitstek associëren met spontaniteit. Van der Elsken trok de straat op in steden als Amsterdam, Parijs, Tokio en Hongkong en richtte zijn camera op mensen die zijn aandacht trokken. Geliefden, nozems en andere opvallende figuren kijken terug, steken brutaal hun tong uit of middelvinger op, poseren of reageren zichtbaar op de man achter de camera. Want Van der Elsken hield zichzelf niet afzijdig. Hij was geen onzichtbare, objectieve spectator en de directe wisselwerking tussen fotograaf en onderwerp werd een van de meest herkenbare eigenschappen van zijn oeuvre. Hij sprak mensen aan, volgde ze, lokte reacties uit en regisseerde een situatie wanneer hem dat beter uitkwam. Dat is ook zichtbaar in zijn videowerk ‘Een fotograaf filmt Amsterdam’ (1982), dat eveneens te zien is in de tentoonstelling. De beelden van Van der Elsken vertellen minstens zoveel over zijn eigen nieuwsgierigheid, voorkeuren en fascinaties als over de mensen en plaatsen die hij vastlegde. Verspreid over negen zalen volg je als bezoeker zijn ontwikkeling: vanaf de eerste reportages uit de jaren vijftig tot zijn laatste fotoboek aan het einde van de jaren tachtig.
Het archief van Van der Elsken maakt het mogelijk om een deel van dat proces te volgen, inclusief de versies en ideeën die het uiteindelijk niet haalden. De zelfverzekerde en ongepolijste rauwheid die zijn beelden zo vanzelfsprekend lijkt te kenmerken, blijkt regelmatig het resultaat van een behoorlijk precies maak- en selectieproces, waar ook twijfel een rol in had. Misschien zit daar precies de kracht van de fotograaf: zijn foto’s ogen alsof ze in een fractie van een seconde zijn ontstaan, terwijl daar soms jaren van selecteren, framen en opnieuw kijken achter schuilgingen.
Van der Elsken groeide uit tot een van de invloedrijkste en meest geliefde Nederlandse fotografen van de twintigste eeuw. Hij werd in 1925 geboren in Amsterdam en overleed in 1990 op vijfenzestigjarige leeftijd in Edam. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van het Rijksmuseum, het Nederlands Fotomuseum, Stedelijk Museum Amsterdam, het MoMA, Centre Pompidou, The Metropolitan Museum of Photography Tokyo, het Louisiana Museum of Modern Art, Museum Voorlinden, ABN AMRO en De Nederlandsche Bank.