Vanuit haar atelierraam in Amsterdam-West kijkt Atousa Bandeh Ghiasabadi uit op een opvangcentrum voor jonge asielzoekers. Iedere dag ziet ze wachtende jongeren op picknickbanken, blikken gericht op telefoons of de lucht. Dat uitzicht werd het vertrekpunt voor haar nieuwe schilderijen en installaties. In de tentoonstelling ‘The Boy with Blue T-shirt’ bij Lumen Travo Gallery onderzoekt de Iraanse kunstenaar hoe waarneming gekleurd wordt door onze eigen blik en projectie: “Niet wie ze zijn, maar wat ik in hen zie — en wat zij laten zien zonder het zelf te beseffen.” Haar schilderijen zijn gewikkeld in textiel, een poëtische metafoor voor de lens waarmee ze de wereld observeert. Ze geven uiting aan de gebogen identiteit waar je als immigrant mee leert leven: enerzijds levend in vreedzaamheid, anderzijds verbonden met een land waar spanning en onrust nooit ver weg zijn.
Aandacht voor verbinding en ontmoeting is niet alleen leidend in haar werk, maar ook in de studio. “Een atelier moet leven,” vertelt Bandeh Ghiasabadi. Regelmatig nodigt ze andere kunstenaars uit voor gezamenlijke diners, gesprekken en filmvertoningen. Naast stilte en concentratie moet haar atelier vooral een plek zijn waar ideeën zich kunnen ontwikkelen in contact met anderen.De tentoonstelling ‘The Boy with Blue T-shirt’ is nog tot en met 30 mei te zien bij Lumen Travo Gallery in Amsterdam.
Wat maakt het werken op deze plek in Amsterdam-West zo prettig?
Mijn atelier bevindt zich in broedplaats Bouw, een voormalige HTS-school waar de ruimte nog altijd de sfeer van een andere tijd uitademt. Er zijn hoge plafonds met grote ramen die uitkijken op een gedeelde binnentuin. Ik zit hier al een aantal jaren en ben ook lid van het bestuur. Het is een plek waar dingen ontstaan die niet van tevoren vastliggen.

Hoe vaak in de week ga je naar je atelier? Heb je bepaalde routines, ontvang je hier bezoek?
Elke dag ben ik hier, maar het ritueel verschilt. In de beginfase van een project domineert het denken: onderzoek, schetsen, papier, stilte. Zodra het idee begint te lopen en de uitvoering start, verandert de dag. Dan wordt het atelier een machine van maken met eigen wetten, maar het is ook een plek voor ontmoeting. Atelierruimte is schaars in Amsterdam, dus ik haal het maximale uit mijn studio. Ik nodig kunstenaars uit, organiseer eetavonden, filmvertoningen, en bespreek werk. Naast mijn solitudemomenten moet het een ruimte zijn voor collectiviteit, uitwisseling en ontwikkeling. Een atelier moet leven.
Toen je vanuit Iran naar Nederland kwam, vervolgde je jouw studie natuur- en sterrenkunde. Werkt dat denken in schaal, tijd en afstand nog altijd door in je werk? Of heb je je daar juist van losgemaakt?
Toen ik vanuit Iran naar Nederland kwam, studeerde ik eerst natuur- en sterrenkunde. Het is verleidelijk om daarin de verklaring te zoeken voor mijn fascinatie met schaal, tijd en afstand, maar zelf zou ik het anders formuleren. Die wetenschappelijke manier van denken is niet verdwenen. Ik ontdekte juist wat daarin tekortschoot: intuïtie, emotie, spiritualiteit. Dat zijn de tegenhangers die mij in de kunst interesseerden. Geen afgedwaalde natuurkundige, maar iemand die bewust een ander soort nauwkeurigheid is gaan verkennen.
Je leeft als immigrant tussen twee verschillende werkelijkheden. Wat betekent het om tussen verschillende werelden en identiteiten te bewegen?
Ondanks de vele jaren hier heb ik mijn relatie met Iran nooit verbroken. Ik reis minstens een keer per jaar terug, maar in mijn werk staat een andere identiteit centraal: die van immigrant. Niet per se Iraans, niet per se Nederlands. Het is een gebogen identiteit: iemand die met een dubbele blik door de werkelijkheid beweegt. Een deel van mij leeft in een vreedzame samenleving, maar van binnen ben ik verbonden met een land waar spanning en onrust nooit ver weg zijn. Je ziet het niet van buiten. De vraag is: hoeveel van mij zie je werkelijk?

Vind je het lastig dat je die werkelijkheid soms op afstand ervaart?
Natuurlijk ervaar ik de werkelijkheid in Iran vaak op afstand en gefilterd, maar is dat niet altijd zo? De oorlog en de propaganda-oorlog hebben mij geleerd hoe ieder van ons gevangen zit in zijn eigen letterlijke én figuurlijke algoritme van vooroordelen, cultuur, gewoontes en nieuwsbronnen. De vraag is niet of we filteren, maar of we ons bewust zijn van onze filters. Juist de anonimiteit van iets of iemand prikkelt de verbeelding. Het geeft ruimte om je erin te herkennen, zonder te snel te oordelen.
Je werkt met verschillende materialen en technieken. Hoe bepaal je welk medium een beeld het best kan dragen?
De vraag naar mijn medium is voor mij geen technische, maar een conceptuele. Vaak is het idee dat vraagt om een bepaald materiaal. Mijn onderzoek gaat over de lagen van observatie: vanuit welk standpunt zien we iets fysiek, emotioneel en mentaal? Wat we zien is volgens mij altijd een collage van lagen. Dat kan de ontmoeting tussen twee materialen zijn of tussen beeld en materiaal. Afhankelijk van het idee kies ik of het bewegend beeld wordt, een schilderij of een object. De vorm volgt niet uit gewoonte, maar uit noodzaak van betekenis.

Voor je nieuwe tentoonstelling ‘The boy with blue T-shirt’ vertrok je vanuit observaties vanuit je atelier in Amsterdam. Wat zag je vanuit je raam?
Die fascinatie voor het kijken heeft de afgelopen jaren een bijzondere wending gekregen. Vanuit mijn atelierraam kijk ik uit op een gebouw dat vijf jaar geleden werd omgevormd tot opvangcentrum voor nieuwkomers. Een atelierraam is een kader dat het uitzicht isoleert en je de optie geeft om te observeren, bijna wat een schilderij probeert te doen. Vanuit dat raam observeer ik hen zonder hun namen, verhalen of trauma's te kennen. Het gaat mij niet om wie ze zijn. Het gaat om wat ik zie. De anonimiteit stelt mij in staat om personages te maken die misschien niets te maken hebben met de realiteit van de geobserveerde, maar alles met mijn achtergrond, mijn projecties en mijn eigen geschiedenis van migratie.
Welke ideeën of verhalen projecteer je op hen?
Op de picknickbanken in de tuin zitten jonge asielzoekers, vaak onder de achttien, wachtend op hun zitting. Ze scrollen op hun telefoons, hangen wat, wachten. Ik wil geen universeel verhaal over migratie en ontheemding vertellen, al is dat onvermijdelijk aanwezig. Wat mij drijft is preciezer: de houding van een lichaam. Je kunt door de houding veel te weten komen over de gemoedstoestand van die persoon. Niet wie ze zijn, maar wat ik in hen zie — en wat zij laten zien zonder het zelf te beseffen.
Die benadering is geen voyeurisme, maar een bewuste oefening in perceptie. Er is geen zuiver of onbemiddeld zien. Zien is altijd geconditioneerd door staat – hāl – en staat wordt gevormd door ervaring. Elke ervaring voegt een nieuwe laag toe. Deze lagen zijn geen obstakels om te verwijderen, ze zijn onvermijdelijk. Maar bewust worden van die lagen, dat is pas helderder zien. De werkelijke sluier is niet de laag zelf, maar het verwarren van de laag met wat eronder ligt.
Om perceptie te heroverwegen zijn een aantal stappen nuttig: erken extreme subjectiviteit, erken tunnelvisie, benoem de sluiers, vooroordelen, gewoontes, automatismen. Herdefinieer perceptie niet als passieve registratie, maar als een actieve, interpreterende daad. Praktische methoden volgen hieruit. Het vertragen van waarnemingssnelheid doorbreekt automatisch filteren. Een moment bevriezen schept ruimte voor bewustzijn. Staren naar de lucht biedt een niet-utilitair fundament. Het observeren van een zonsondergang onthult het repetitieve als altijd nieuw.
Wie is de vrouw in het rode shirt? Waarom heb je haar bijna onzichtbaar gemaakt?
In de compositie lijkt ze bijna onzichtbaar. Dat is met opzet. Het is geen directe verwijzing naar de vrouwenrechtenprotesten in Iran, al ligt die associatie voor de hand. Ik wil liever iets anders benadrukken: anonimiteit is geen leegte, maar ruimte.

Waarom koos je ervoor jouw werken in textiel te wikkelen?
Mijn schilderijen zijn gewikkeld in textiel, alsof ze zelf een huid nodig hebben om zich te beschermen. Het gaat specifiek over deze spanning. Terwijl ik door mijn atelierraam naar de binnentuin kijk, de lucht observeer en de jonge asielzoekers zie wachten, kom ik steeds terug op één ding. Als ik naar hen kijk, weet ik niet zeker wat ik zou moeten zien. Zie ik hun wachten? Hun verveling? Hun angst? Of zie ik gewoon wat ik wil zien – iets zachters, eenvoudigers, minder gebroken? Al jaren fotografeer ik de lucht tijdens zonsondergang, de gradatie van de kleur is iedere dag anders. De grote installatie Thousand Sunsets ontstaat uit modules, elke module is een van de zonsondergangskleuren, vastgelegd achter een gordijn, bevroren in tijd voor altijd.
Waar werk je op dit moment aan?
Dit project kan nog een hele tijd kan doorgaan, het materiaal heeft nog veel te ontdekken. Daarnaast zijn er een aantal video- en filmprojecten die ik graag wil uitwerken en me bezig zullen houden komende tijd.
