In andriesse~eyck galerie in Amsterdam is tot en met 11 april de solotentoonstelling ‘HELL HOLLE’ van Emmeline de Mooij te zien. De Mooij werkt met installatie, performance, sculptuur, textiel en video en onderzoekt in haar praktijk onderwerpen als zorg, reparatie, emotionele arbeid, het vrouwelijke lichaam, vrouwelijke kracht en het moederschap. Haar werk vertrekt vanuit het idee dat een mens nooit op zichzelf staat, maar altijd verbonden is met andere mensen, materialen en de maatschappij in bredere zin. Vanuit dat perspectief stelt ze ook vragen over waardering: waarom wordt zorg (traditioneel ‘vrouwelijk’ gecodeerde arbeid) bijvoorbeeld structureel lager gewaardeerd dan arbeid die wél als 'economische productie' wordt gezien? In haar nieuwste werk komen daar andere thema's nadrukkelijker bij: seksualiteit, begeerte en lichamelijke zelfbeschikking.
In ‘HELL HOLLE’ brengt De Mooij deze onderwerpen samen met vrouwelijke mythologische figuren en historische voorstellingen van het vrouwenlichaam. En dan vooral het vrouwenlichaam dat niet langer binnen het klassieke ideaal van jeugd, schoonheid en vruchtbaarheid valt. De tentoonstelling zegt daarmee iets over thema’s als vruchtbaarheid, schaamte, ouder worden en de menopauze, maar ook over een dieper liggende culturele angst voor het vrouwenlichaam dat niet (meer) gericht is op reproductie. De Mooij benadert dat lichaam niet als iets dat zijn waarde heeft verloren, maar juist als een bron van kennis, ervaring en kracht. Zo kantelt ze het perspectief: in plaats van schaamte en verlies belicht ze kracht en autonomie.
In 2023 reisde De Mooij naar Ierland voor onderzoek naar de zogenaamde Sheela na Gig: stenen figuren uit de middeleeuwen, die dunne, oude vrouwen tonen die met beide handen hun vulva openen. Deze figuren, aangebracht op kerken en kastelen, zijn vaak half verborgen door mos en verwaarlozing, een opvallende metafoor. Wat ze betekenden is nooit definitief vastgesteld (vruchtbaarheid, een waarschuwing, regeneratie?) maar juist die onbepaaldheid lijkt De Mooij te interesseren. Het onderzoek mondde uit in de tentoonstelling 'Hell Holle'. In het hart van de presentatie staat het videowerk 'GoPro HERO' (2026), een verwijzing naar de actiecamera die veelvuldig gebruikt wordt in male-coded content online: de wereld van extreme sporten en adventure TikTokkers. De Mooij keert die connotatie bewust om: zij is degene die de camera draagt, die over hekken klimt en door het Ierse landschap trekt, en uiteindelijk ook haar eigen vulva toont. De film laat in feite zien wat er gebeurt als een vrouw zichzelf serieus neemt als ontdekkingsreiziger in haar eigen geschiedenis.
Naast video toont De Mooij in de tentoonstelling ook textielwerken, sculpturen en etsen op papier met verbeeldingen van de Sheela na Gig. Aan de wand hangt ook de trui 'HELL HOLLE' (2026). De Mooij spon de wol zelf, draad voor draad, van Franse lamsschapenwol die ze selecteerde op zachtheid. Ze breide tijdens het proces zwarte letters in het oppervlak: Hell en Holle, twee namen uit eeuwenoude tradities waarin oude vrouwen een centrale rol speelden. De keuze voor het materiaal en het proces is bij De Mooij nooit decoratief. De tijd die het maken in beslag neemt en haar lichamelijke inzet worden hier onderdeel van de betekenis. Het spinnen van draad, het herstellen van kleding, het eindeloos herhalen van steken en handelingen zijn voor De Mooij manieren om na te denken. Het zijn trage processen die haaks staan op een cultuur die gericht is op snelheid, efficiëntie en voortdurende productie. Het past goed bij haar blijvende aandacht voor arbeid die veelal onzichtbaar blijft, juist omdat die zo nauw verbonden is met zorg en dagelijks onderhoud.
In 2019 was De Mooij medeoprichter van de Feministische Handwerk Partij, een kunstenaarsbeweging die ze samen met theatermaker Margreet Sweerts oprichtte. Via workshops, lezingen en zogeheten naaikransen onderzoeken ze de politieke en historische dimensies van textielproductie. Textiel was namelijk lang een domein dat buiten de kunstgeschiedenis werd geplaatst, juist omdat het werd geassocieerd met vrouwen en het het huishouden. Binnen de beweging wordt deze ambacht en (intergenerationele) kennis onderzocht als een gecodeerde geschiedenis van vrouwenlevens, als een vorm van herstel. Voor De Mooij is materiaal nooit neutraal omdat de stoffen sporen dragen van tijd, gebruik en de personen die er mee te maken hebben gehad.
In de tentoonstelling zie je ook het werk 'Apron of the Giantess’ (‘Schort van de Reuzin’) (2026), een groot textielwerk opgebouwd uit materialen als katoen, leer, aluminium, rubber en plastic. De kunstenaar maakt voor haar werken regelmatig gebruik van gevonden materialen en oude kleding van haar kinderen. Ze presenteert hier een rafelig schort van bovenmenselijke afmetingen die het object niet alleen onbruikbaar maken, maar ook een mythisch lichaam suggereren. Verderop zie je een ogenschijnlijk alledaags boodschappenkarretje dat oudere vrouwen vaak gebruiken, maar van dichterbij zie je de spikes en het materiaal: leer van gevonden motorbroeken. Ook hier speelt De Mooij met verwachtingen rondom vrouwelijkheid, leeftijd en kracht. Sommige van de stoffen werken, strak samengebonden tot opengewerkte, bolvormige objecten, doen denken aan de vulva’s van de Sheela na Gig.
Emmeline de Mooij werd in 1978 geboren in Delft. Ze studeerde beeldende kunst aan Kunstacademie Maastricht, modeontwerp aan de Gerrit Rietveld Academie, volgde een minor in filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en behaalde een master aan Bard College in New York. Haar werk was eerder te zien in het Centraal Museum in Utrecht, dat werk van haar opnam in de collectie, Museum Kranenburgh, Stedelijk Museum Schiedam en het Amsterdam Museum. Ze werd onder andere genomineerd voor de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs en de Prix de Rome.
Tip: Op 4 april (16.00) gaat prof. dr. Hanneke Grootenboer, hoogleraar vroegmoderne kunst en visuele cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, in gesprek met Emmeline de Mooij over de thema's die naar voren komen in de tentoonstelling. Aanmelden kan via de website van de galerie.