Warre Mulder, KERSGALLERY

Warre Mulder (1984)

Woont in Zeeland. Werkt in Zeeland.

guest
Wat de rups het einde noemt In keramiek, een ambachtelijke, aardse techniek die de menselijke schaal van het maken zichtbaar houdt, boetseert Warre een bestiarium van imaginaire wezens. Zoals een alchemist in zijn werkkamer de wereld creëert door materialen te combineren en elementen met elkaar te versmelten schept Warre een wereld van hybride figuren die herinneringen oproepen aan middeleeuwse fabeldieren waar kop en lijf niet bij elkaar horen, harlekijnen uit de commedia dell’arte, of archaïsche godenfiguren die de doorgang naar een andere wereld bewaken. De beelden zijn tegelijk vreemd en vertrouwd: we herkennen de motieven die zijn samengebracht, maar de combinaties zijn nieuw en ongewoon, en vaak ook een beetje schalks. Speels en verontrustend tegelijk. Die resonanties maken van Warres werk een stafkaart van het collectief geheugen. Zijn beelden bevat talloze verwijzingen naar traditionele symboliek uit verschillende wereldtradities. Dat is eigenlijk de manier waarop elke cultuur in het reine probeert te komen met het onbekende, het transcendente, of het mysterieuze: door aansluiting te zoeken bij verhalen en symbolen uit het verleden die actueel worden gemaakt door ze in een nieuwe context in te voegen. Dat is het principe dat de iconoloog Aby Warburg een Wanderstrasse noemde: bepaalde motieven kunnen doorheen de kunstgeschiedenis van context naar context worden gevolgd. In elke periode worden ze overgenomen uit het verleden, krijgen een nieuwe betekenis, of een betekenis die de voorgaande enigszins verschuift, en worden zo samengesmeed tot nieuwe gehelen. Warres sculpturen kunnen op dezelfde manier worden ontcijferd. Ze dragen een verleden mee (soms letterlijk: verschillende figuren torsen symbolisch een object op hun rug) en brengen het binnen in het heden. Warres universum is een wereld van eindeloze transformatie, een wereld die altijd in beweging en verandering is. De assemblage van fragmenten die hij hanteert, is intuïtief maar niet vrijblijvend: de beeldtaal heeft haar eigen logica (een ondeugende Pinocchio versmelt met een Hitler-kapsel: waar ligt de grens tussen schalkse ondeugd en diepgeworteld kwaad?). Bovendien is die collage-techniek ook een vorm van recyclage, een creatieve levenscyclus waarin het (oer)oude steeds weer wordt omgesmeed in het nieuwe: creatie als eindeloos proces. Het is dan ook geen toeval dat één van zijn figuren, die er bovendien als een vaderlijke messias-figuur uitziet, met uitgestrekte hand een rups aanbiedt. De dood van een rups is namelijk niet echt een dood, maar het begin van een verpoppingsproces dat eindigt in de schoonheid van een vlinder. De rups representeert de metamorfose van vorm en betekenis. Warres werk heeft een bedrieglijke eenvoud. Wat kinderlijk lijkt, is immers een uitdaging aan de toeschouwer om zijn of haar vooronderstellingen opzij te zetten en mee te gaan in een verbeelding die zich laat leiden door een gevoel voor steeds weer nieuwe mogelijkheden. De wereld waarin dat gebeurt, draagt de sporen van een wijdvertakt erfgoed: het spel van de verbeelding begint nooit van nul maar produceert beelden over beelden en heropent op die manier oude betekenissen in een nieuwe wereld. Christophe Van Eecke