Figuratieve schilderkunst

Figuratieve schilderkunst

Wouter van den Eijkel , Redacteur Gallery Viewer

Het klassieke, figuratieve schilderij is al een aantal keer doodverklaard en al even vaak uit de dood opgestaan. In jaren ‘60 ging de Amerikaanse kunstenaar Ad Reinhardt zelfs zover om te stellen dat hij met zijn monochroom zwarte doeken het laatste schilderij ooit had gemaakt. Volgens hem hoefden kunstenaars niet meer te schilderen, omdat alle mogelijke voorstellingen toch al waren geschilderd. Reinhardt bevrijdde, naar eigen zeggen, schilders van het platte vlak. Hoewel Reinhardt overdreef, zat hij er niet ver naast. Schilders die figuratief werk maakten waren er genoeg, zoals David Hockney of iemand als Martin Kippenberger. Ook al waren er oplevingen, zoals in de jaren ‘80 onder aanvoering van Marlene Dumas en René Daniels, de tweede helft van de twintigste eeuw werd gedomineerd door abstract en conceptueel werk. Ter illustratie, toen kunstenaar Sam Andrea een aantal jaar terug afstudeerde, werd hij er door zijn docenten subtiel op gewezen dat hij de enige van zijn lichting was die met olieverf op doek werkte. Het schilderen van een figuratieve voorstelling was uit de mode en passe. Toch valt Andrea’s naam op dit moment vaak en is de belangstelling voor zijn werk groot. Dat geldt ook voor het werk van Helen Verhoeven en Andrea’s generatiegenoten Raquel van Haver, Sam Samiee en Neo Matloga. Stuk voor stuk maken ze figuratief werk. Wellicht heeft dit ermee te maken dat figuratie de mogelijkheid biedt om op een vrij directe manier een verhaal te vertellen, de aandacht van de kijker ergens op te richten of een statement te maken. Iets dat vandaag de dag misschien meer nodig is dan voorheen.