Reizen in de kunst

Reizen in de kunst

Wouter van den Eijkel , Redacteur Gallery Viewer

Reizen voor de kunst is nog net niet zo oud als de weg naar Rome, maar het komt in de buurt. Vanaf de 18e eeuw gingen Noord-Europese kunstenaars naar Italië voor een Grand Tour om de overblijfselen uit de klassieke oudheid met eigen ogen te zien en te bestuderen. Niet veel later werd de fotocamera uitgevonden. In de 19e eeuw waren dat enorme apparaten, waardoor het voor reizigers praktischer was om reeds gemaakte opnamen te kopen. Dat ging dan om foto’s toeristische trekpleisters als de Pyramide van Cheops, het Partenon of een Japanse theeceremonie. Het omslagpunt naar een meer documentaire-achtig reisverslag is in de jaren ’30 toen de Amerikaanse overheid Walker Evans op pad stuurde om het leven in afgelegen dorpen in het zuiden vast te leggen. Voor zijn boek The Americans fotografeerde Robert Frank eind jaren ’50 de mensen die hij tijdens zijn roadtrip door de VS ontmoette en hun directe omgeving. Weer tien jaar later paste Ed van der Elsken in Sweet Life Franks concept toe op de gehele wereld. Reizen werd bereikbaar voor velen en de camera’s gaandeweg zo klein dat ze in een telefoon pasten, waardoor iedereen overal en direct kan fotograferen. Toch is de rol van de professionele fotograaf niet uitgespeeld. Hedendaagse fotografen als Robin de Puy en Ruben Terlou werken in de traditie van Evans en Frank en hebben een scherp oog voor de mens en zijn omgeving. Een traditie die verder werd uitgediept door Michael Wolf die aandacht had voor de leefomstandigheden in metropolissen als Hong Kong en Tokio.