Op de website van Erwin Keustermans staat alles keurig op zijn plaats: categorieën, jaartallen, een archief dat zonder franjes klaarligt voor wie het rustig wil doorbladeren. Wanneer je vervolgens de H.F. Room van NQ Gallery binnenstapt, voel je meteen hoe weinig die orde met de tekeningen zelf te maken heeft. Alsof de kunstenaar zijn hele leven nodig had om zijn archief op orde te krijgen, precies om zich op het papier zelf des te vrijer te kunnen verliezen.
The Ordinary Luminous is een solotentoonstelling van Erwin Keustermans (1960) in de H.F. Room van NQ Gallery, de kleinere, intiemere zaal naast de hoofdruimte van de galerie. Ze loopt gelijktijdig met Sculptural III, de grote groepstentoonstelling met keramisch werk die dit jaar wordt gecureerd door galeriehoudster Niqui van Olphen en kunstenaar Nick Ervinck.
Waar die hoofdzaal draait om schaal, materialiteit en contrast, toont de H.F. Room een selectie recent werk op papier: landschappen, interieurs, stillevens en enkele hommages aan andere kunstenaars, telkens getekend met grafiet, marker en soms pastelkrijt, op wit of grijs papier. De onderwerpen zijn zonder uitzondering alledaags: een keukenraam, een voetbalveld, een geknotte wilg langs een landweg, maar de plaatsen waar ze vandaan komen bestrijken een opvallend brede geografie: Semmerzake en de Vlaamse Ardennen, maar ook Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië. Het zijn stuk voor stuk plekken waar de kunstenaar zelf kwam, vaak niet als toerist maar in het voorbijgaan: op vakantie, op doorreis, thuis bij vrienden of familie.
Wat de tentoonstelling bijeenhoudt, is niet een thema in de klassieke zin, maar een manier van kijken, en zoals verderop blijkt, een manier van tekenen die de voorbije jaren fundamenteel is veranderd.
De nieuwe Keustermans
Want dat is wat er in deze zaal gebeurt: iemand die zich verliest. Niet in de zin van een kunstenaar die de controle kwijtraakt, maar in de zin van iemand die vooraf niets meer vastlegt. Op de galeriewebsite wordt het met zoveel woorden aangekondigd: dit is de "nieuwe Keustermans", spontaner, intuïtiever, iemand die begint zonder plan. Niet meer de mechaniek van lijn, kleur en gereedschap staat voorop, maar het kijken zelf, het gebaar van de hand, de ervaring van het tekenen als zodanig.
Drie woorden komen daarbij steeds terug: directe actie, onnauwkeurigheid, afwezigheid van intentie. Directe actie is wat je ziet bij Van Gogh, bij Twombly: je gaat eraan tot het af is, geen pauze om afstand te nemen, geen reflectie tussen de gebaren door. Twombly zelf schreef ooit dat elke lijn haar eigen ervaring in zich draagt, dat ze niets illustreert maar zichzelf ís. Iets van die directheid, tekenen tot het klaar is zonder de tussenstop van nadenken, voel je letterlijk terug in het papier hier aan de muur.
De wilg
Neem de geknotte wilg. Het is een klassiek Vlaams motief, hoe vaak is deze boom al niet getekend, geschilderd, gefotografeerd langs een of andere trage rivier, en toch oogt deze versie allesbehalve traditioneel. De kruin is opgebouwd uit honderden verticale halen, zwart doorregen met een dof paars dat op sommige plekken bijna violet oplicht, terwijl wit krijt de takken van binnenuit lijkt te doen gloeien. De stam zelf, wit uitgespaard tegen het beige papier, staat er bijna naakt bij te midden van al dat gewoel erboven.
Wat me hier het meest treft, is hoe weinig de tekening zich lijkt te bekommeren om nauwkeurigheid. Geen enkele tak is "correct": ze zijn allemaal bij benadering, allemaal het resultaat van een snelle beslissing die niet meer werd herroepen. Onnauwkeurigheid is hier geen tekortkoming die achteraf gecorrigeerd had moeten worden. Ze is het bewijs dat de hand aan het werk was zonder vooraf te weten waar ze zou eindigen, dat de boom, zogezegd, zichzelf tekende terwijl de kunstenaar toekeek.
Erwin Keustermans, geknotte wilg (detail uit de tentoonstelling)
In gesprek met Doig
Niet elk werk in de zaal vertrekt van een eigen foto. Sommige tekeningen zijn een eerbetoon, gesprekken met andere kunstenaars over de schouder van decennia heen. Een van de sterkste voorbeelden daarvan is een werk naar Peter Doigs Rosedale House uit 1996: dezelfde kale boom, hetzelfde smeedijzeren hek, dezelfde stenen pijler en het huis dat er schuin achter opduikt.
Wat interessant is, is niet de gelijkenis, maar net het verschil in temperament tussen beide bladen. Doigs origineel, een ets met die typische korrelige, bijna fotografische diepte van het medium, bouwt zijn beeld op via laag na laag getekende arcering die de indruk van een echte etsplaat en inkt oproept: de boomstam krijgt reliëf, de lucht een waas, het geheel ademt een filmische, haast nostalgische zwaarte. Keustermans neemt exact dezelfde compositie over, maar tekent ze met zijn eigen, rusteloze hand: krullende, ronddraaiende lijnen die de lucht laten kolken in plaats van waas te suggereren, een boomkruin die eerder trilt dan stilstaat. Waar Doig het hek nauwgezet, bijna architecturaal optekent, laat Keustermans elke spijl meebewegen in dezelfde onrustige golf als de takken erboven.
Het resultaat is een eigenaardige paradox: een tekening die trouw blijft aan het onderwerp van een ander, maar radicaal ontrouw is aan diens temperament. Het is precies wat je zou verwachten van iemand die stelt dat hij zijn verbeelding niet gebruikt, en die tegelijk een compositie die al bestond volledig naar zijn eigen, onrustige handschrift overzet. Hier zie je zwart op wit, of beter grafiet op grijs, wat "directe actie" betekent wanneer het onderwerp zelf al door een andere kunstenaar is voorgekauwd: je herhaalt niet, je herbeleeft.
Erwin Keustermans, naar Peter Doig, Rosedale House
Peter Doig, Rosedale House, 1996 (origineel)
Contrast met de hoofdzaal
Niet toevallig valt deze presentatie samen met Sculptural III in de hoofdzaal van de galerie, een tentoonstelling die net draait om contrast, om organische keramische vormen die tegen het figuratieve en het verontrustende inbotsen. Tussen al dat gewicht, die materialiteit, die soms bijna dreigende aanwezigheid van gebakken klei, vormt Keustermans' werk in de H.F. Room een licht, bijna adempauzerend tegenwicht. Geen sculpturaal gewicht, maar wel degelijk iets tastbaars: je voelt in elke lijn hoezeer ook dit werk uit een fysiek gebaar is opgebouwd, alleen dan met potlood en krijt in plaats van met klei.
Het is een curieuze wandeling, van de ene zaal naar de andere: van vormen die maandenlang zijn opgebouwd en gebakken, naar tekeningen die in amper een paar uur tot stand kwamen en er nooit naar streven om permanent te ogen. Beide benaderingen delen niettemin diezelfde overtuiging dat een kunstwerk pas leeft wanneer de maker zich volledig aan het materiaal overgeeft, of dat materiaal nu klei is, of gewoon een blad papier en een handvol potloden.
Het boek
Bij de tentoonstelling verschijnt ook een boek, eveneens getiteld The Ordinary Luminous, dat het werk van de voorbije jaren samenbrengt in vijfenveertig reproducties. Het is geen catalogus in de strikte zin, geen droge oplijsting van titels, afmetingen en jaartallen, maar een publicatie die evenveel aandacht besteedt aan tekst als aan beeld.
Het boek opent met een persoonlijke brief van Keustermans aan zijn zus Marleen, die het boek liet maken als geschenk voor haar broer. Die brief geeft meteen een intieme toon aan de rest van de publicatie: dit is niet zomaar een overzicht van werk, het is ook een dankbetuiging, een familiegeschiedenis in de marge van een kunstenaarschap. Daarna volgen vier teksten, elk vanuit een andere invalshoek. Filosoof Frank Vande Veire plaatst het werk denkkundig, met een fijnzinnige typering van wat hij een "begrensde ontgrenzing" noemt: net binnen de grenzen van wat de foto toont, laat Keustermans zich grenzeloos gaan. Verzamelaar en therapeut Bob Van Eerd voert een biografisch interview dat de omweg via filosofie, IT en uiteindelijk tekenkunst blootlegt. Amerikaans criticus en kunstenaar Tom McGlynn plaatst het werk in een internationaler perspectief, met verwijzingen naar Magritte, Broodthaers en Raoul de Keyser. En kunsthistoricus Manfred Sellink, gespecialiseerd in Bruegel, gaat met de kunstenaar in gesprek over diens grisailles, een gesprek dat verklaart waarom sommige van Keustermans' grijze werken zo sterk doen denken aan die vroegmoderne traditie van licht-donkerwerking.
Het boek volgt daarmee grotendeels de tentoonstelling zelf, maar geeft de bezoeker die iets langer wil stilstaan bij het waarom achter het werk een aantal extra ingangen. Wie de zaal heeft gezien en nadien het boek doorbladert, zal merken dat beide elkaar aanvullen zonder elkaar te herhalen: de zaal toont het resultaat van die "nieuwe", intuïtieve manier van werken, het boek legt uit, via interview en essay, hoe de kunstenaar daar via een lange omweg is beland.
Praktisch
Wie meer wil weten over hoe deze losse, intuïtieve werkwijze zich verhoudt tot Keustermans' vroegere, meer geconstrueerde periodes, de jaren waarin patronen en algoritmes nog de basis vormden van zijn tekeningen, kan op 16 augustus terecht bij NQ Gallery voor de voorstelling van het begeleidende boek, waaraan onder meer Bob van Eerd zijn medewerking verleende. Tot dan blijft er vooral deze zaal, waar je best niet te snel doorheen loopt. Niet omdat de tekeningen zelf lang onderweg waren, ze waren dat juist niet, maar omdat ze precies daardoor vragen om een aandacht die evenredig is met wat ze zelf niet hebben gekregen: tijd.
The Ordinary Luminous door Erwin Keustermans, in de H.F. Room van NQ Gallery, Mechelsesteenweg 11, Antwerpen. Naast: Sculptural III. Boekvoorstelling op 16 augustus.
Erwin Keustermans, The Ordinary Luminous, NQ Gallery