Vijf jaar. In de kunstwereld is dat geen vanzelfsprekendheid. Gallery Sofie Van den Bussche op de Barthélémylaan in Brussel viert haar jubileum met Plaisir d'offrir, een monumentale Wunderwall met tachtig werken van kunstenaars die de voorbije jaren deel uitmaakten van haar programma. Een gelegenheid voor een gesprek over erfenis, keuzes en het plezier van het geven.
Je galerie draagt je eigen naam. Dat is een statement. Hoe ben je tot die keuze gekomen?
Ik heb er lang over getwijfeld, hoor. In het begin zocht ik een andere naam. Maar gaandeweg besefte ik dat galerijen nu eenmaal geassocieerd worden met de persoon achter de deur. De galeriehouder is de galerie, in zekere zin. En dan dacht ik: waarom een omweg maken? Ik kan onmiddellijk mijn naam gebruiken.

Je vader, wijlen Willy Van den Bussche, was hoofdconservator van Mu.Zee en stichter van Beaufort. Hoe draag je die erfenis?
Het is een heel boeiende erfenis. Het is dankzij hem dat ik heb leren cureren, dat ik zoveel kunstenaars ken. Hij was en blijft een grote inspiratiebron. Jammer dat hij mijn galerie nooit heeft gekend, maar hij blijft aanwezig, op zijn manier. Tegelijk ben ik blij dat ik niet in Brugge ben begonnen, want dan was ik veel meer geassocieerd met hem. Nu heb ik hier mijn eigen erkenning opgebouwd. Er zijn weinig Brusselaars die mij in de eerste plaats met mijn vader associëren. Ondertussen weten de meesten het wel, en ik ben er heel fier op. Maar het heeft mij de ruimte gegeven om mezelf te worden.
Je wilde van bij het begin verschil maken van tentoonstelling tot tentoonstelling. Is dat gelukt?
Ik denk van wel. De opstart was niet gemakkelijk, ik kreeg ook kritiek. 'Sofie, je toont vaak hetzelfde.' Of: 'Die oudere generatie, is dat niet oubollig?' Maar ik ben bij mijn standpunt gebleven. En wat me de meeste kick geeft, is net het opbouwen van een tentoonstelling. Dat moment waarop alles klikt. Ondertussen wordt dat enorm gewaardeerd, door het publiek, maar ook door de kunstenaars zelf. Ik heb heel veel respect gekregen, maar ik heb ook heel veel respect voor hen. Dat is wederkerig.
Je werkt bewust met een mix van generaties. Hoe organiseer je dat?
Het is spontaan gegroeid vanuit een heel persoonlijke basis: via mijn vader leerde ik als kind een hele generatie kunstenaars kennen, en het voelde als een evidentie om daar iets mee te doen. Met de jaren is dat intuïtieve gevoel uitgegroeid tot een bewuste keuze.
Ik vertegenwoordig ondertussen een tiental kunstenaars, hoewel ik dat woord liever vermijd. We zijn partners. En ik vraag hen regelmatig: met wie zou jij graag eens tentoonstellen? Zo leer ik andere kunstenaars kennen, doe ik atelierbezoeken, kijk ik of er een match is. Ik ga niet onmiddellijk kiezen voor pas afgestudeerden, daarvoor zijn andere galerijen beter geplaatst. Maar als een kunstenaar die ik vertegenwoordig wil samenwerken met een jongere, dan zeg ik daar geen nee op. Zo heb ik mensen leren kennen zoals Steven Antonio Manes.

Plaisir d'offrir brengt tachtig werken samen in één expo. Hoe heb je dat gecureerd?
Ik had aanvankelijk iets anders in mijn hoofd, maar door privéomstandigheden moest ik mijn aanpak veranderen. Uiteindelijk heb ik, op het moment dat alle werken in de galerie stonden, gewoon op gevoel en emotie de tentoonstelling opgebouwd.
Iedereen vroeg: hoe ga je tachtig werken ophangen? Maar het is gelukt. De wand werd een mozaïek van vijf jaar galerie: Alex Kindt, An Vanderlinden, Anne Vanoutryve, Bart Slangen, Bart Stolle, Bart Vandevijvere, Bilal Bahir, Chantal Grard, Christophe Malfliet, Didier Mahieu en vele anderen. En iedereen was laaiend enthousiast. Ik ben er fier op.
De titel zelf, het plezier van het geven, is veelzeggend. Aan wie geef jij als galeriehouder?
Aan iedereen, eigenlijk. Aan de kunstenaars, aan de verzamelaars, aan het publiek. Maar het gaat niet over een cadeau geven in de materiële zin. Het gaat over het leren kijken. Een mooie tentoonstelling geven. De kunstenaars aan elkaar voorstellen, die onderlinge samenhorigheid creëren. Ik ga ook heel bewust om met kunsteducatie, een groep kinderen is evengoed welkom. Ik geef met plezier mijn passie door.
Je zit op de Barthélémylaan, downtown Brussel. Een bewuste keuze?
Ik zit daar heel graag. Het pand heeft geschiedenis, er zat twintig jaar lang Kanaal 20, met meerdere galerijen. Die zijn door omstandigheden weggegaan. Maar ik ben blij dat ik er nu zit. Er is een rustig gevoel, en toch een unieke ligging. Mensen denken soms: oei, die buurt. Maar ze komen wel. Je hebt Café de Walvis om de hoek, je bent omringd door galerijen en musea, de Dansaertstraat voor het shoppen, veel gastronomie. Het is een plek die zichzelf begint te bewijzen.

Zes à zeven tentoonstellingen per jaar is een stevig ritme. Hoe bescherm je de kwaliteit?
Soms lukt dat de ene keer beter dan de andere. Maar ik geloof erin. Tussen twee tentoonstellingen sluit ik bewust twee weken om even adem te halen. Ik heb ook door omstandigheden een maand moeten sluiten, maar ik heb daar enorm veel begrip voor gekregen van de kunstenaars. Er is een wederzijdse erkenning en respect, en dat is voor mij de basis van alles.
Hoe is de relatie met verzamelaars geëvolueerd?
Er is een vaste kern die blijft komen en blijft kopen. Maar het publiek groeit. Er komen meer jonge mensen kopen, wat ik heel belangrijk vind. Ik probeer hen te begeleiden in het aankoopproces, ze hoeven niet onmiddellijk iets te kopen. Het gaat over goed voelen. Als een jong koppel elke maand honderd euro opzijzet, kunnen ze na een jaar al iets voor tweeduizend euro kopen dat ze echt graag zien. Dat is het mooiste scenario.
Wat is er in vijf jaar fundamenteel veranderd aan de kunstwereld?
Het blijft een moeilijke wereld. Wat opvalt, is dat kunstverzamelaars steeds vaker hun eigen tentoonstellingen beginnen op te zetten. Dat is voor de kunstenaar positief, meer zichtbaarheid. Maar voor de galeriehouder is het zware concurrentie. Een verzamelaar toont én koopt. Ik toon, maar koop niet aan, dat kan ik mij voorlopig niet permitteren. En dan zijn er de kunstbeurzen. Die worden duurder en duurder, terwijl de druk om deel te nemen alleen maar toeneemt. Op een bepaald moment is het financieel gewoon niet meer haalbaar. Dat moet echt veranderen.
En wat mag er over vijf jaar absoluut hetzelfde zijn?
De passie. En de groep kunstenaars waarmee ik samenwerk, dat is gewoon zalig. Ik organiseer elk jaar een grote barbecue thuis, met de kinderen en de partners erbij. Er zijn echte vriendschappen ontstaan. Ik kan zelfs rekenen op kunstenaars die de galerie openhouden als ik een probleem heb. Wie kan dat zeggen? Dat mag zeker blijven. En de passie voor de kunst, die nemen ze van mij niet af, hoe de kunstwereld ook evolueert.
