De deur van de galerie wordt geblokkeerd door een ladder. Jef Gysen is volop bezig met de ophanging van het aankondigingsbord van Antwerp Art Week. Binnen hangen de werken van Marc Schepers al stil te wachten: collages van geknipte microfoto's en propagandabeelden, informele composities die geen haast kennen. Het is precies dat contrast - de werkende hand, het kloppende nu, en daarachter al die gelaagde, tijdloze beelden - dat de toon zet voor wat deze tentoonstelling eigenlijk wil zeggen.
Shoobil is op dit moment een scharnierplek. Een galerie in de laatste weken van haar bestaan, volop in het ritme van de kunstweek, en tegelijk volkomen aanwezig bij het werk dat ze toont. Het voelt natuurlijk dat Schepers hier hangt, op de Waalse Kaai waar hij zelf bijna veertig jaar lang een galerie runde. Dat Jef hier het aankondigingsbord behangt. Dat Serena nog even een concullega bezoekt samen met mij. Dat dit alles plaatsvindt net voor de stilte invalt.
De tijd die altijd is
Dreamtime: so near and yet so far. De Aboriginals gebruikten het woord niet voor wat voorbij is, maar voor wat altijd is - een voortdurende kalibratie van hoe men naar de wereld kijkt. Geen nostalgie, geen vlucht. Schepers koos dit woord bewust: hij plaatst zijn werk in het spanningsveld tussen het waargenomene en het gedroomde, tussen het geregistreerde beeld en de associatie die het oproept. Wie naar binnen stapt, begrijpt onmiddellijk wat er bedoeld wordt.
Marc Schepers, Dérive, 2026, ShoobilHet beeld als speelgoed, de stift als sleutel
De vertrekpunten zijn uiteenlopend, maar het denkspoor is consistent. Medische microfoto's - microscopisch weefsel dat normaal niemand ziet - worden door Schepers met lijm en verf bewerkt. Het is een oefening in aandacht, in het vertrouwen dat elk beeld een verhaal draagt zodra je associatief durft te kijken. Baudelaire beschreef ooit in La philosophie du jou jou hoe kinderen duur speelgoed uit elkaar halen om de onderdelen te hergroeperen naar eigen verbeelding. Schepers doet hetzelfde, maar dan met het visuele materiaal van de wereld en hij is er even ernstig mee als een kind in volle concentratie.
Compost van de geschiedenis
Zwaarder, en politiek geladen, is zijn omgang met het propagandatijdschrift Signal - het nazistische weekblad dat zijn gruwelen verborg achter glanzende foto's van lachende mensen, reclame voor UFA-films, ondramatische oorlogsbeelden. Schepers bewerkt dit materiaal niet illustratief maar destructief-constructief: hij verknipt, scheurt, hergroepeert, laat beelden in elkaar vloeien tot een informele compostcompositie. De term is precies. Compost: wat rot heeft ondergaan, is de vruchtbaarste grond. Hij vernietigt de propaganda niet door ze te wissen, maar door haar leesrichting te ontmantelen - door de clichébeelden te laten oplossen in een informele ruimte waar tijd en ruimte samenvallen zonder een verhaal te vertellen dat iemand je oplegde.
Leonardo da Vinci adviseerde in zijn Trattato della Pittura zijn leerlingen aandachtig te kijken naar verweerde muren - de onregelmatigheden, de vlekken, de afbladderende lagen - omdat daarin figuren schuilen die de fantasie wakker maken. Schepers hanteert die methode als een ethisch instrument. De verweerde muur is hier de geschiedenis zelf: de afbladderende herinnering aan de gruwelen van het nazisme, die onder een glad oppervlak van alledaagsheid werden verborgen. Door de beelden te laten verweren - door ze letterlijk te scheuren en te laten vergaan in nieuwe samenstelling - maakt hij dat verleden zichtbaar op een manier die geen aanklacht is maar een confrontatie met het mechanisme zelf.
Marc Schepers, Dérive, 2026, ShoobilDe man die veertig jaar ruimte gaf aan anderen
Er is iets paradoxaals aan de biografie die aan dit werk voorafgaat. Bijna veertig jaar lang was Marc Schepers vooral een ánder soort bruggenbouwer: als galeriehouder van Ruimte Morguen - eerst in Borgerhout, vanaf 1987 aan de Waalse Kaai op het Zuid - gaf hij ruimte aan anderen. Aan Danny Devos, aan Paul De Vylder, en drie keer aan een toen nog jonge Luc Tuymans, die er zijn eerste stappen naar wereldfaam zette. Ruimte Morguen was geen witte kubus maar een laboratorium - een plek waar kunst en samenleving elkaar konden uitdagen, zoals het M HKA het later zou omschrijven. Toen de coronacrisis die plek in stilte deed sluiten, droeg Schepers het archief van vier decennia over aan het museum en keerde hij terug naar wat hij altijd al naast het galeriehouderschap had gedaan: de creatie zelf.
Associatie als kennis
Wat Schepers verbindt doorheen al dit werk - van de waarzegster die kaarten naast elkaar legt tot de microfoto's vol verborgen figuren, van Freuds Traumdeutung tot het geknipte propagandamateriaal - is een fundamenteel vertrouwen in de associatie als kennis. Niet de kennis die bewijst, maar de kennis die opent. Die een kijkgewoonte doorprikt, zoals hij het zelf formuleert, en de toeschouwer uitnodigt het beeld in zijn wordingsproces te ontdekken.
So near and yet so far. Zo nabij, want elk beeld is vertrouwd materiaal - krantenbladen, medische foto's, spelkaarten. Zo ver, want de zin die ze dragen ligt juist net buiten het bereik van het onmiddellijke begrip. In die ruimte - die smalle, vruchtbare strook tussen herkenning en raadsel - beweegt het werk van Marc Schepers. En wie de tijd neemt om er in te staan, ontdekt dat die ruimte veel groter is dan ze er op het eerste gezicht uitziet.
Drie mensen die geloofden in het opnieuw rangschikken
Er hangt een stille weemoed over deze tentoonstelling die de tekst niet kan verzwijgen. Shoobil Gallery, opgericht in 2015 door Serena Baplu - zelf gevormd aan de Academie van Antwerpen, zelf kunstenaar, en iemand die Ruimte Morguen altijd heeft genoemd als een van de ruimtes die haar manier van kijken heeft gevormd - sluit binnenkort de deuren. Naast haar stond al die jaren haar partner Jef Gysen: schilder, vroege vogel, iemand die om vier uur 's ochtends zijn atelier in een oude boerderij in Sinaai betreedt om bij kunstlicht de spanning tussen abstractie en figuratie te verkennen - de complexiteit van ruimtes vast te leggen via maquettes die hij telkens uit elkaar haalt en opnieuw samenstelt. Ook hij behoorde tot het hart van Shoobil. Drie mensen, dus, die elk op hun manier geloofden dat betekenis ontstaat in het opnieuw rangschikken van het bestaande.
De cirkel is kleiner dan hij lijkt: de galerie die Schepers een tweede adem gaf, deed dat vanuit een gedeeld temperament. Allen kozen voor de eerste treden, voor het onbekende werk, voor de ruimte zonder marktdictaat. Dat Schepers zijn wedergeboorte als kunstenaar mocht vieren op exact de plek waar Ruimte Morguen stond, en dat diezelfde plek nu opnieuw gaat sluiten - het is geen toeval dat zich aandient als allegorie. Het is gewoon hoe de tijd werkt in de marge van de kunstwereld: genereus, onzichtbaar, en altijd te kort.
Marc Schepers, Dérive, 2026, Shoobil