In ‘Paper Stars’, de solotentoonstelling van Tony Dočekal die nog tot en met 22 maart te zien is bij Art Gallery O-68 in Velp, wordt een project zichtbaar dat zich over meerdere jaren heeft ontwikkeld. De presentatie brengt fotografie en videowerk samen en volgt Lyric, een meisje dat opgroeit in een afgelegen grensgebied in het zuiden van de Verenigde Staten. Wat begon als een enkel portret groeide uit tot een langdurige samenwerking die getekend wordt door vertrouwen, verandering en tijd.
Dočekal ontmoette Lyric in 2022, toen ze negen jaar oud was en met haar familie in een schoolbus woonde op een camperterrein in El País in Arizona. Het bleek het begin van een langdurig traject waarin ze samen een relatie zouden opbouwen. Door steeds terug te keren, verschuift het werk van een geïsoleerde opname naar een reeks die een ontwikkeling zichtbaar maakt, zonder die vast te pinnen of te sturen. Dat is niet onbelangrijk: in ‘Paper Stars’ wordt identiteit niet benaderd als iets vaststaands, maar als iets dat voortdurend in beweging is. Lyric groeit op, verhuist en ontwikkelt zich, nog altijd off-grid, terwijl haar verhouding tot de wereld om haar heen meeverandert. De puberteit wordt hier zichtbaar als een proces van continu zoeken, bijstellen en herdefiniëren, een fase waarin je als persoon steeds autonomer en zelfbewuster wordt.
Die manier van werken zegt veel over Dočekals praktijk. Haar trage, analoge werkproces biedt haar de tijd die nodig is om een connectie te maken met de mensen die ze vastlegt. Ze maakt hen zichtbaar en empowered hen. De camera is hier geen instrument om afstand te creëren, maar juist een middel om dichterbij te komen. De geportretteerden veranderen zo van ‘de ander’ in een individu met een eigen perspectief, binnen een gelijkwaardigere relatie tussen fotograaf en protagonist, gebaseerd op vertrouwen. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor ambiguïteit en voor de persoonlijke interpretaties van de kijker.
Gelijktijdig wordt ook een bredere context zichtbaar. Het gebied waarin Lyric opgroeit staat niet los van grotere maatschappelijke verschuivingen in de Verenigde Staten, waar ideeën over vrijheid, autonomie en bestaanszekerheid onder druk staan, en tegelijkertijd wereldwijd worden uitgedragen (en geëxporteerd). Dočekal maakt die context niet expliciet, maar laat zien dat individuele levens zich altijd verhouden tot bredere sociale, economische en politieke structuren.
Dočekals langdurige betrokkenheid en het werken vanuit persoonlijke relaties lopen als een rode draad door haar praktijk. Ze werkte meerdere jaren in de Verenigde Staten aan projecten over gemeenschappen die buiten de gebaande paden leven. Dat resulteerde in haar eerste boek ‘The Color of Money and Trees’. Daarin onderzoekt ze vragen over thema’s als vrijheid, verbondenheid en de waarde van materieel bezit. De fotograaf brengt deze mensen in beeld zonder hun levensstijl te romantiseren, met aandacht voor armoede, trauma, verslaving en structurele ongelijkheid. Maar ze weigert hen te reduceren tot slachtoffer of buitenstaander en toont ze hen als gelaagde individuen. Daarmee stelt ze vragen bij wat we als de norm beschouwen, over heersende conventies in onze maatschappij en in het verlengde daarvan: wat we als ‘thuis’ beschouwen.
Dočekal studeerde aan de ArtEZ University of the Arts en ontving onder meer een Olympus Young Talent Award en een Zilveren Camera Portretprijs. In 2024 werd ze door VOID genomineerd voor het platform FUTURES Photography. Haar werk is opgenomen in de collecties van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Museum MORE en Museum Arnhem. Samen met haar vriend Bas Timmer, oprichter van Sheltersuit, ondersteunt ze daarnaast gemeenschappen zonder vaste woonplek.