In de tentoonstelling Life is Performance and Vanity bij Rik Rosseels Gallery worden scènes opgevoerd die zich ergens tussen mode, verlangen en vervreemding ophouden. Kunstenaar Tom Woestenborghs herschikt al jarenlang de beeldtaal van onze tijd. Wat ooit begon als een fascinatie voor de hypergestileerde wereld van advertenties en glossy’s, heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een gelaagd onderzoek naar identiteit, representatie en de spanning tussen private handeling en publieke houding.
Wie tijdens het voorbijwandelen even wil binnenkijken in de nieuwe expo van Tom Woestenborghs is eraan voor de moeite. Een intransparante folie over de volledige oppervlakte van de galerieramen houdt nieuwsgierige blikken en het zonlicht buiten.
Een bewuste keuze om het werk van deze kunstenaar ten volle tot zijn recht te laten komen. Zijn nieuwe lichtboxwerken baden immers in een artificieel licht dat voor mij herinneringen oproept aan de cinematografische mises-en-scène van Jeff Wall.
De verlichte panelen fungeren als eigentijdse iconen, tussen sacrale beeldtaal en commerciële esthetiek in. Elk werk is opgebouwd uit honderden snippers kleur, met de precisie van een collagist, maar digitaal geassembleerd tot fotorealistische, haast schilderachtige tableaux vivants.
De vrouw in de avond
Tegen die achtergrond verschijnt het werk Reading position: de avonden, een titel die onmiddellijk de literaire geest van Gerard Reve oproept. Maar nog voor de inhoud zich aandient, treft het beeld als vorm. Laat me toe om ditmaal meer nadruk te leggen op een afzonderlijk werk.
Een vrouw, geknield op een felrode divan, verdiept zich in een boek. Ze draagt een witte body die zich strak om haar huid sluit. Haar houding is intiem en geladen tegelijk. Niet helemaal ontspannen, niet volledig geposeerd. Haar krullen vangen het licht alsof ze er speciaal voor zijn gecomponeerd. De scène suggereert huiselijkheid, maar het decor van de geometrisch opgebouwde wand en het caleidoscopisch patroon op de vloer verraden voor mij een geënsceneerde werkelijkheid.
Beeld als choreografie
Dit is geen moment dat toevallig werd vastgelegd. Dit is het resultaat van controle, stilering en bewuste keuze. Zoals bij Jeff Wall het documentaire oog een cinematografische lens blijkt, zo is ook deze scène eerder gecomponeerd dan gevonden. De achtergrond, opgebouwd uit kubusvormige schakeringen in rood, wit en grijs, fungeert als een abstract vlak, een visuele echo van de binnenwereld. De vloer op zijn beurt vormt een mentale landkaart, versnipperd en kleurrijk, onnavolgbaar en toch herkenbaar.
Wat zich in eerste instantie aandient als een alledaags beeld van een lezende vrouw blijkt bij nader inzien een publieke presentatie. De vrouw leest niet zomaar; ze is personificatie geworden van lezen. Haar lichaam, haar houding, de strakke lijnen van het interieur: alles staat onder spanning. Dit is choreografie die zich aandient als alledaagsheid.
De geest van Gerard Reve
De verwijzing naar De avonden van Gerard Reve is allesbehalve louter symbolisch. In zijn romandebuut uit 1947 schetst Reve een beklemmend portret van de naoorlogse leegte: tien winteravonden waarin hoofdpersoon Frits van Egters zich door de banaliteit van het gezinsleven heen ploegt. Er gebeurt bijna niets, en precies daarin schuilt de existentiële diepte. De avonden zijn traag, verstild, geladen met stilte.
Ook hier, in het werk dat zijn titel draagt, is er sprake van een traagheid met ondertoon. De vrouw is niet in beweging. Ze is in toestand. Wat ze leest is niet belangrijk; belangrijk is dat ze leest. Of beter nog: dat ze zich aan het lezen onderwerpt. In die onderwerping schuilt een vorm van overgave, maar tegelijk ook een bewustzijn van het bekeken worden.
Intimiteit als façade
Zoals bij Reve de personages hun dagen vullen met kleine, betekenisloze handelingen die uiteindelijk het bestaan ondergraven, zo krijgt ook deze scène een tragikomische grandeur. Er is schoonheid, zeker, in het licht dat over haar rug glijdt, in het contrast tussen de warme roodtinten en de koele geometrie. Maar er is ook iets gekunstelds, iets onecht zoals de ijdelheid van het zelfbeeld, en de performance van het dagelijks leven.
De lichtbox als drager versterkt deze spanning. Door het binnenlicht krijgt het beeld een sacrale gloed. De vrouw wordt icoon van een ritueel dat niemand benoemt. Het licht maakt haar geen model, maar altaar. We kijken niet naar haar, maar naar haar op, als naar iets dat tegelijk herkenbaar en onaantastbaar is.
De blik als hoofdpersonage
Het werk speelt met de blik: die van de vrouw op haar boek, en die van ons, die deze intimiteit betreden zonder toestemming. We zijn getuigen van een moment dat aanvoelt als privé, maar waarin de privacy een constructie blijkt. De vrouw is niet thuis, maar op scène. En precies in die verschuiving van intieme handeling naar publieke houding ligt de kracht van het werk.
De titel van de tentoonstelling Life is Performance and Vanity krijgt voor mij inhoud door in dit ene beeld. Leven is spel, is representatie, is jezelf zijn door te tonen wat je toont. IJdelheid is hier geen hol begrip, maar een spiegelend oppervlak waarin we onze eigen verlangens, poses en voorstellingen herkennen.
Niet onopgemerkt gebleven
In de stilte van dit werk weerklinkt Reves toon. Die droogkomische, ontroerende stem die betekenis zoekt in het betekenisloze, die schoonheid vindt in de herhaling, die het lezen, eten, roken en zwijgen tot metafysisch ritueel verheft. Dit werk toont geen verhaal, maar een toestand. Geen climax, maar een houding. Het is een beeld dat ons aankijkt zonder ons aan te kijken. Zoals Reve zijn Frits van Egters niet laat spreken in grote woorden, maar in kleine gebaren, zo toont de kunstenaar hier geen actie, maar aanwezigheid.
Reve besluit zijn roman met de woorden “Het is gezien," zei hij zacht, "het is niet onopgemerkt gebleven.” Zo zouden we ook hier kunnen besluiten alvorens ons uit te strekken en in diepe slaap te vallen: dit lichaam, dit licht, deze houding, deze expo: ze werden bekeken. Ze zijn niet onopgemerkt gebleven. En de avond, die herhaalt zich. Altijd opnieuw.