In Namuso Gallery in Den Haag is tot en met 31 mei 2025 de tentoonstelling ‘The Castle in the Mirror’ te zien: de eerste Europese solotentoonstelling van de Zuid-Koreaanse kunstenaar Sangha Yoon. In zijn werk laat hij zien hoe herinnering, droom en realiteit moeiteloos in elkaar overlopen. Niet als vlucht, maar als manier om grip te krijgen op een steeds ongrijpbaardere wereld. Tegelijkertijd speelt hij met de subjectiviteit van onze waarneming.
Yoons werkwijze is intuïtief en materiaalgedreven. Hij begint zelden met een vastomlijnd plan, vaak bepaalt het toeval de richting die het werk opgaat. Zo ontstaat ruimte voor vervorming, voor het tijdelijke, voor betekenissen die zich pas tijdens het maakproces duidelijk worden. Die openheid is voelbaar: zijn werk ademt iets onvoorspelbaars. Zijn schilderijen en tekeningen zijn geen afgeronde vertellingen, maar momentopnamen van iets wat nog in beweging is.
In Namuso Gallery toont Yoon een reeks schilderijen en tekeningen die variëren van monumentaal en expressief tot klein en introspectief. Wat ze verbindt is een ongemakkelijke dromerigheid: een gevoel dat er iets broeit onder de oppervlakte, zonder dat het benoemd wordt. Zijn oeuvre beweegt zich ergens tussen droom en werkelijkheid, tussen kinderlijke verwondering en existentiële verwarring. De kunstenaar zoekt daarin geen oplossing, maar een werkbare balans.
Yoon: “Voor mij is fantasie geen plek waar alles vreedzaam naast elkaar bestaat, maar een ruimte waarin dingen elkaar onderbreken en binnendringen. Ik zie het niet als een ideaal van schoonheid, maar als de chaotische verstrengeling van werkelijkheid in fantasie, en fantasie in werkelijkheid. Ze raken zo met elkaar verweven dat het onderscheid verdwijnt, en die onvolmaaktheid brengt een gevoel van ongemak teweeg.”
Die onvolmaaktheid keert terug in de vorm. Yoons doeken zijn opgebouwd uit meerdere verflagen, met ruwe oppervlakken, krassen en donkere ondertonen. In sommige werken kiest hij voor grimmige kadreringen, zoals extreme close-ups van een nek en kin vol littekens en korrelige verfstructuren. In een van deze werken steekt een dode vogel uit iemands mond, in een ander zijn tanden zichtbaar in een gespannen, haast dreigende houding. Als kijker word je zo dichtbij gebracht dat er geen ruimte overblijft voor afstand of reflectie. Het beeld is direct, lichamelijk en beklemmend.
Het wringt met de speelse, onschuldige en vrolijk gekleurde personages die elders in zijn werk opduiken. In 'Typhoon in the House' zien we twee mensen die ontspannen met elkaar praten, elk met een dampend kopje koffie in hun hand. Een van hen wiegt een kat in zijn armen. Waarom impliceert de titel van het werk dan een tropische cycloon? In ‘Where is My Old Castle’ houdt een figuur met een kegelvormige hoed een papieren bootje vast, een verwijzing naar kinderlijke verbeelding, maar ook naar overleven: iets fragiels dat blijft drijven, ondanks alles.
Het contrast tussen licht en donker, grimmig en vrolijk zet je als kijker regelmatig op het verkeerde been, soms binnen eenzelfde werk. Het is niet altijd duidelijk of je naar kinderen of volwassenen kijkt, of misschien naar kinderen die geconfronteerd worden met een harde, volwassen wereld. Zijn het eigenlijk wel mensen? Of hybride wezens of geesten? Bevind je je in een droom, een herinnering, iemands angstbeeld? Titels als ‘Otaku’ verwijzen bovendien naar een Japans leenwoord dat fandomcultuur vangt: mensen die geobsedeerd zijn door bijvoorbeeld anime, manga, games of technologie. Tegelijkertijd een vorm van escapisme en een manier van (hyper)identificatie binnen een veilige subcultuur.
De expositietekst beschrijft Yoons werk als “een verlengstuk van de werkelijkheid – een spiegel die onderdrukte gevoelens, verlangens en angsten zichtbaar maakt.” De spiegel in de titel is daarbij niet alleen een middel dat reflecteert, maar ook vervormt.
Een opvallend werk in de expositie is het grootschalige doek ‘A Secret Festival’ (2024). Hierin laat Yoon een groep figuren samenkomen in wat op het eerste gezicht een feestelijk tafereel lijkt: felle kleuren, maskers, uitbundige kleding en een achtergrond vol ritme en beweging. Toch schuurt het beeld subtiel. De compositie is dicht op elkaar gepakt, de personages verdringen zich haast binnen het kader. Maar geen van hen maakt echt oogcontact met elkaar. De achtergrond mist perspectief, waardoor de scène als een toneelbeeld aanvoelt. Wat opvalt is het feit dat Yoon geen centrale hiërarchie inbouwt. Iedere figuur krijgt ruimte, maar blijft ook anoniem, alsof de kunstenaar verwijst naar groepsdynamiek, naar de manier waarop identiteit zich oplost binnen een collectieve beleving. Het feest is aanwezig, maar is nergens uitgesproken vrolijk. De ‘secret’ in de titel zou net zo goed kunnen verwijzen naar wat er níét wordt getoond: de binnenwereld van de figuren, de reden waarom ze hier samen zijn, of wat eraan voorafging. De verhalen van de personages worden niet verteld. Daardoor blijft het werk open. Niet als vrijblijvend mysterie, maar als uitnodiging tot projectie. De kijker mag invullen, maar krijgt geen bevestiging.
Boven in beeld, haast achteloos ingeschilderd, staat de zin: “strange village, suspicious people”, een dissonant detail dat de hele compositie onder spanning zet. Wat een onschuldig feestje leek, wordt ineens iets dubbelzinnigs, misschien zelfs verontrustends. Yoon speelt met de ambiguïteit van herinnering. Het zou een schooltoneel kunnen zijn, een buurtfeest, een koortsige droom, of een herinnering aan een moment waar je bij was, maar nooit echt deel van uitmaakte. Met de toevoeging van de zin bovenin beeld geeft Yoon ons een vage verdenking mee: wat is hier aan de hand, en wat zie we over het hoofd?
Tekeningen als ‘House in a Room’ (2024) laten een andere kant van Yoons praktijk zien. In zwart-wit, met potlood, creëert hij een raster van kamers, ramen, deuren en obscure details. Hier komt zijn fascinatie voor architectuur, binnenwerelden en mentale ruimtes naar voren. De titel van de expositie, ’The Castle in the Mirror’, resoneert ook hier: de ruimtes die hij verbeeldt zijn zelden toegankelijk. Ze lijken op herinneringen die net buiten bereik blijven, of op projecties van een veilige plek die nooit echt heeft bestaan.
Samen vormen de schilderijen, tekeningen en sculpturale elementen van Sangha Yoon een eigen poëtisch universum, waarin de kijker wordt uitgenodigd om niet alleen te kijken, maar ook te herinneren, te voelen en te verdwalen.
Sangha Yoon (1995) studeerde aan de Chosun University in Gwangju, waar hij in 2020 zijn BA behaalde in Contemporary Plastic Media. In 2019 was hij resident bij het Young Artist Center van het Gwangju Museum of Art. Zijn werk werd getoond op beurzen als Art Busan en Art Jakarta en maakt deel uit van de museale collecties van het Seoul Museum of Art en het Gwangju Museum of Art.