Aan de rand van Nationaal Park De Biesbosch, omringd door een weelderige tuin vol bloemen, fruitbomen en zingende vogels, ligt het atelier van Mariëtte van der Ven. Het is een voormalige bedrijfswoning met loods die zij en haar man omtoverden tot woon- en werkplek. Al zeventien jaar lang werkt Van der Ven hier aan haar gelaagde keramische sculpturen. Haar beelden worden gevoed door het ritme van de seizoenen en de rust van haar omgeving. Toch is het zelden stil in haar atelier, hier klinkt het geluid van natte klei dat met slaghout wordt aangeslagen of het scherpe geluid van haar haakse slijper. Daarna begint het lange proces van vormen, schrapen en bijstellen “net zolang tot het beeld tot leven komt.”
Voor haar groepstentoonstelling ‘UNRAVEL’ bij Project 2.0 Gallery liet Van der Ven zich leiden door haar poëtisch activisme. Met haar beelden communiceert ze haar kritische visie op de ongelijkwaardige relatie tussen mens en natuur. Ze gebruikte elementen uit haar tuin om haar beelden vorm te geven, zoals bladeren en vruchten of de structuur van takken. Zo vinden we in haar nieuwe werk de reliëfs van doorns, vogelpootjes en veertjes. De tentoonstelling opent aanstaande zaterdag 17 mei om 15:00 bij Project 2.0 Gallery in Den Haag.
Je atelier ligt midden in het groen. Hoe lang werk je hier al en kan je deze plek eens omschrijven?
Zeventien jaar geleden kochten mijn man en ik een groot huis met loods, ooit een takelbedrijf. Het bood ruimte aan ons samengestelde gezin én mijn atelier. Het pand en terrein zijn volledig op de schop gegaan en na veel en hard werken is het nu echt ons thuis. Het buitenterrein veranderden we in een groene oase met bomen, hagen, bloemen, een boomgaard en een moestuin. In de kas zaai ik groentes en bloemen voor zodat we ’s zomers zoveel mogelijk uit eigen tuin kunnen eten en plukken. De tuin trekt veel vogels aan, van vinken en mussen tot Vlaamse gaaien. Soms hebben we bijzondere bezoekers, zoals een bonte specht en zelfs landde er een keer een uiltje op vijf meter afstand van ons. Een magisch moment! Mijn atelier kijkt uit op de tuin en is een ruime, lichte werkplek waar ik in alle rust kan werken.
Wat ligt er allemaal op je werktafel? Heb je een favoriet stuk gereedschap waar je niet zonder kunt?
In de loop der jaren heb ik honderden gereedschappen verzameld, maar ik gebruik er meestal maar zo’n tien tot twintig. Op mijn werktafel staat altijd een bak met favorieten: spatels, mirettes, lomers, een snijdraad, schraper, slaghout en een bakje water met kwastjes. Ook plastic, een plantenspuit, draaischijfje en mijn leesbril liggen binnen handbereik. Voor porselein gebruik ik graag een oud, versleten spateltje dat precies de juiste vorm en scherpte heeft. Bij groter werk gebruik ik grover gereedschap.
Stel ik zou een dag stage bij je lopen, wat maak ik dan op een gemiddelde dag op je atelier mee?
Loop je een dag stage bij mij, dan begint die met een ochtendwandeling met de honden in De Biesbosch. Bij thuiskomst zetten we koffie en lopen we vanuit de keuken naar het atelier. In de winter steken we de kachel aan en zetten we muziek op. In de zomer loop ik vaak eerst even een rondje door de tuin. Elke werkdag is anders maar meestal werk ik verder aan een beeld. Als het klaar is moet het uitgehold worden, een spannend proces. Ik snijd het werk in stukken, hol het uit en monteer het daarna weer. Daarna moet alles weer tot in detail afgewerkt worden. Andere werkzaamheden zijn bijvoorbeeld het laden van de oven, het maken van glazuurproeven of het recyclen van klei. ’s Middags lunch ik kort en werk dan verder. Aan het eind van de dag dek ik het werk af om het vochtig te houden. Soms ga ik een rondje hardlopen of nog een stukje lopen met de honden. ’s Avonds ga ik ook nog wel eens het atelier in om wat te werken of ideeën op papier te zetten.
Het hoofd lijkt jouw favoriete onderdeel. Wat maakt het hoofd voor jou zo’n krachtig middel om een verhaal te vertellen?
Het hoofd en dan met name het gezicht vertelt alles over het innerlijk van de mens, precies dat deel waar mijn fascinatie ligt. Ook het lichaam geeft signalen af over hoe iemand zich voelt, maar juist aan het gezicht is onnoemelijk veel af te lezen. Een mondhoek een millimeter hoger of lager kan al een heel andere emotie laten zien. Binnen de overeenkomsten tussen mensen zijn eindeloos veel variaties te ontdekken en door intensief te kijken naar mensen zie ik steeds weer nieuwe vormen en verhoudingen. Deze rijke vormentaal verwerk ik in mijn hoofden. Niet als klassiek portret, maar als medium voor emotie, voor een gedachte. Als ik aan een kop werk, komt er een moment dat het werk bezield raakt en ik er verliefd op word. Dat moment ontroert me nog steeds. Het is voor mij het teken dat het beeld goed is. Komt dat moment niet, dan klap ik het in elkaar en begin ik opnieuw.
In je recente porseleinen werken staat de relatie tussen de mens en natuur centraal, nog meer dan voorheen. Is jouw werk activistisch?
De afgelopen bijna 35 jaar heb ik telkens pas achteraf kunnen begrijpen waarom bepaalde onderwerpen of vormen in mijn werk ontstonden. Steeds bleek het samen te hangen met een fase in mijn leven – een fase die ik, terwijl ik er middenin zat, nog niet volledig kon doorzien, maar achteraf wel kon duiden. Als ik als buitenstaander naar mezelf kijk zie ik dat mijn blik zich de laatste tijd meer naar binnen heeft gericht. Misschien heeft de reflectie en zachtheid te maken met ouder worden of met een groeiende behoefte om dichter bij mijn eigen kern te komen en deze als bron van verbeelding te gebruiken. Hoewel mijn recente werk zachter oogt, ontbreekt het niet aan diepgang. Er schuilt een stille, maar krachtige verontrusting in over de wereld. ‘Poëtisch activisme’ is een term die in me opkwam toen ik nadacht over deze nieuwe fase in mijn werk: kwetsbaar, gevoelig, maar met een onderliggende urgentie.
In een van jouw werken ‘Birdie’ ligt een vrouwenfiguur met lange gevlochten haren en gekromde vingers vredig op haar rug. Wat wil je met dit beeld vertellen?
Steeds vaker worden mijn beelden symbiotische figuren waarin mens en natuur samensmelten. Mijn liefde voor de natuur en mijn overtuiging dat wij er onlosmakelijk deel van uitmaken, leiden tot werk waarin deze werelden in elkaar overvloeien. ‘Birdie’ is daar een voorbeeld van: een hybride wezen met de vorm van een mens, maar met vogelpootjes als handen en veertjes die als het ware uit haar lichaam geboren worden.
Is er een werk waar je een bijzondere emotionele band mee hebt?
‘Dolorosa’ is een beeld van een vrouw met gesloten ogen, een stil hoofd en van binnen bekleed met keramische doorns. Deze heb ik gemaakt naar doorns van rozentakken uit mijn eigen tuin; ik maakte er een mal van zodat ik ze kon reproduceren. Bij het maken van dit beeld heb ik veel van mijn persoonlijke emoties en demonen gevoeld en er onvermijdelijk in meegenomen. Toen ik het werk aan het inwassen was met koperoxide werd ik geraakt door de zachte en kwetsbare uitdrukking van dit beeld en liepen zomaar ineens de tranen over mijn wangen. Een hele bijzondere en intense ervaring.
In ‘Appropriation’ houdt een vrouw twee veren vast. Kun je iets vertellen over de betekenis van die veren?
Dit porseleinen figuurtje heb ik gedecoreerd met glazuurpotlood in de vorm van een verenkleed. De vrouw heeft zich de kleuren van een vogel toegeëigend en laat zijn veren blanco achter. Het werk gaat over natural appropriation: hoe de mens veel meer neemt van de natuur dan goed is met alle dramatische gevolgen van dien. De gouden handjes onderstrepen de hebzucht van de mens.
Je beperkt je niet tot keramiek alleen. Kun je iets vertellen over je mixed media-projecten en hoe die zich verhouden tot je keramische werk?
Hoewel klei mijn grote liefde is, werk ik met diverse materialen. Keramiek is vaak de basis, maar ik combineer het geregeld met hout, textiel of andere materialen, zeker bij opdrachten. Momenteel werk ik aan een groot beeld voor een kasteel in Italië, opgebouwd uit PIR-blokken op een metalen frame, afgewerkt met epoxy en polyrea. Door de schaal en het ontwerp was klei hier geen optie. In 2019 heeft mijn ontwerp voor de ambtsketen van de nieuwe gemeente Altena gewonnen. Deze is vervaardigd door een lokale goudsmid uit door inwoners gedoneerd zilver. Ook heb ik zitobjecten voor de openbare ruimte ontworpen en uitgevoerd in hout, metaal en beton. Het ontwerp bepaalt altijd het materiaal. In vrij werk kies ik meestal keramiek; bij opdrachten gebruik ik wat past bij functie en locatie.
Zijn er projecten die je in de toekomst graag zou realiseren?
Als de opdracht waar ik nu mee bezig ben afgerond is, wil ik graag weer wat groter keramisch werk gaan maken. Het zou mooi zijn om dat in een museum te kunnen laten zien zoals ik dat in het verleden ook wel heb gedaan in o.a. keramiekmuseum Het Princessehof of het Gorcums Museum. Dus curatoren: kom maar door.
Als je geen kunstenaar was geworden, welk ander pad had je dan gevolgd?
Dat is een lastige vraag, want sinds mijn vijftiende wist ik al dat ik kunstenaar wilde worden. Ik ben begonnen aan de kunstacademie met de bedoeling om modevormgeving te studeren, maar uiteindelijk ben ik beeldhouwer geworden. In het basisjaar zag één van mijn docenten een beeldhouwer in mij. Dat heeft me aan het denken gezet en heeft ertoe geleid dat ik voor de opleiding beeldhouwen heb gekozen. Als ik niet aangenomen zou worden op de academie wilde ik rechten gaan studeren. Mijn gevoel voor rechtvaardigheid is altijd nogal stevig ontwikkeld geweest. De kwetsbare mens en natuur die nu onderwerp zijn in mijn werk had ik dan vanuit een rol als advocaat kunnen ondersteunen.