Voor Katrin Korfmann is de openbare ruimte een atelier op zich. Het is een studio die zich continu aanpast. Ze bouwt er hoge hijskranen, zet installaties in elkaar en ontmoet er de mensen die model voor haar willen staan. Korfmann onderzoekt hoe mensen zich stedelijke ruimtes toe-eigenen en de openbare ruimte gebruiken voor doeleinden die afwijken van hun oorspronkelijke bestemming. In haar solotentoonstelling ‘Augenblick’, die nog tot en met 3 mei te zien is bij Bradwolff & Partners, legde Korfmann onder meer dansers, surfers en freerunners vast. Haar foto’s zijn een commentaar op stedelijke interactie: “Ze herinneren eraan dat publieke ruimtes de kern vormen van menselijke gemeenschappen en essentieel zijn voor wat het betekent om samen te leven."
Tot en met eind juni is het werk van Korfmann te zien in het Noord-Brabants Museum in de tentoonstelling ‘Doorzetters’ over de kracht van sport. Aankomende zaterdag 3 mei om 16:00 gaat Korfmann in gesprek met Ranti Tjan (Hoofd Collecties en Tentoonstellingen bij Noordbrabants Museum) bij Bradwolff & Partners in Amsterdam.
Waar is je atelier zich en hoe ben je op deze plek terechtgekomen?
Mijn atelier zit op de 1800 Roeden in Amsterdam, vlak bij de Tuinen van West. Het is een voormalige munitieopslagplaats die mooi is opgeknapt voor studio’s, ateliers en werkplaatsen. Ik zit er al 15 jaar. Mijn man Jens Pfeifer zat er al, en toen het atelier naast hem vrij kwam pakte ik mijn kans. Het is een geweldige plek met veel groen aan de rand van de stad.
Hoe ziet een typische werkdag in jouw atelier eruit?
Dat verschilt echt per dag. Meestal fiets ik naar de studio. Het is een mooie route langs parken en dan denk ik op de fiets al na over verschillende projecten en hoe de dag eruit gaat zien. Ik zit best veel achter de computer, waar ik foto’s bekijk, sorteer, bewerk, teksten schrijf, communiceer met betrekking tot lopende en toekomstige projecten, naar lezingen luister, werken in en uitpak, ophang of bezoekers ontvang. De studioruimte is voor mij enorm inspirerend. Naast al de apparatuur is er een bank, boeken, een mooi raam met veel groen en ik ben natuurlijk omgeven door de werken aan de muur, waar ik continu naar kijk en op reflecteer. De openbare ruimtes waar ik mijn opnames maak beschouw ik ook en beetje als mijn studio, maar dan een studio die continu verandert.
Je werkt momenteel aan een PhD aan de Academy of Creative and Performing Arts in Leiden, waarin je je richt op het thema tijdelijkheid binnen fotografie. Hoe sluit dit onderzoek aan bij je beeldende werk, en wat probeer je precies te onderzoeken?
Voor mij zijn tijd en ruimte altijd de meest intrigerende aspecten van fotografie geweest. De ruimtelijk-temporele kaders van de huidige digitale fotografietechnologieën verschillen fundamenteel van de kaders die we gewend zijn. In mjn promotieproject 'Photographic Times' onderzoek ik, via mijn artistieke praktijk, toekomstige fotografische temporaliteiten en perspectieven. Daarbij richt ik me op de veranderende technofotografische relatie tot tijd.
Door de fotografische tijd anders te beschouwen dan alleen de belichtingstijd, onderzoek ik de relatie tussen tijd en het fotografische aan de hand van drie aspecten:
In ‘Photographic Times’ wordt de vraag gesteld wat fotografische tijdelijkheid betekent in het tijdperk van AI en machine learning, waarin de snelheid van traditionele fotografie wordt vervangen door algoritmes en het fotografische verschijnt als code die navigeerbare beelden in meerdere perspectieven weergeeft.
In je solotentoonstelling ‘Augenblick’ bij Bradwolff & Partners laat je momentopnames zien die ontstaan uit langdurige observatie. Deze variëren van surfers in München tot aan dansers in het Oosterpark in Amsterdam. Hoe bepaal je wat het beslissende moment wordt?
In de werken die te zien zijn in de expositie ‘Augenblick’ tracht ik ons conventionele begrip van het fotografische moment te ontwrichten door middel van fotografische composities die bestaande tijdsdimensies doen vervagen. Het werk ondermijnt en problematiseert Henri Cartier-Bressons ‘Decisive Moment’ [de beroemde Franse fotograaf stelde dat er een perfect, kortstondig moment is waarop alle elementen in een scène samenkomen tot een krachtig en betekenisvol fotografisch beeld, red.]. Dat doe ik door gelaagde visuele verhalen te creëren waarin stedelijke ruimtes een podium worden voor menselijke prestaties en sociale interactie. Fotografische indexicaliteit [dat een foto een direct spoor of afdruk is van iets dat echt bestaan heeft, red.] en interpretatie zijn gebaseerd op de fotografische taal van het verleden. Ik ben geïnteresseerd in het bespelen en ondermijnen van de fotografische taal die we kennen, in het bijzonder de relatie tot ruimte en tijd, door de aandacht te vestigen op de grenzen ervan. Ik wil de kijker uitdagen in zijn of haar interpretatie van een foto.
In mijn werk onderzoek ik en verbeeld hoe mensen zich stedelijke ruimtes toe-eigenen en herinterpreteren naar hun eigen interesses en behoeften. In het hart van de stad München claimen surfers de Eisbach, een smalle, door mensen aangelegde rivier met een permanente golf. Hier genieten ze van de rivier en verbinden ze deze met hun eigen beweging. Ook freerunners in Amsterdam gebruiken de openbare ruimte voor andere doeleinden dan waarvoor die is ontworpen. Ze bewegen zich door de stedelijke ruimte volgens hun eigen behoeften en regels, en gebruiken de ruimte op een creatieve en heel andere manier dan waarvoor deze aanvankelijk is bedacht.
Je werk speelt zich vaak af in de publieke ruimte, op straat, in parken en op pleinen. Wat trok je naar het Nelson Mandelapark in Amsterdam Zuidoost, en waarom koos je juist voor het beeld van spelende kinderen op die plek?
Tijdens Corona mocht ik drie maanden verblijven in de Artist residentie BijlmAIR, een programma van CBK Zuidoost in samenwerking met Bradwolff Projects en het Stedelijk Museum Amsterdam. Hier maakte ik veel wandelingen en fietstochten om de omgeving te verkennen en verbleef ik vaak in het Nelson Mandela Park. De speeltuin met de roze ondergrond bevindt zich ook daar. Het is een magisch park en ik heb inmiddels meerdere werken gerealiseerd die zich in dat park afspelen. Ook na de residentie ging ik vaak terug naar deze plek. Het werk van de roze speeltuin is dan ook later ontstaan. Mijn observaties van mensen in de openbare ruimte vormen een commentaar op stedelijke interactie. Ze herinneren eraan dat publieke ruimtes de kern vormen van menselijke gemeenschappen en essentieel zijn voor wat het betekent om samen te leven. Tegelijk onderstrepen ze de noodzaak van deze plekken als gebieden voor sociale uitwisseling.
In Turijn en San Sebastiaan besloot je een installatie in de openbare ruimte te bouwen. Hoe was om op deze manier te werken? Had je van tevoren verwacht hoe mensen zouden reageren op jouw kleurrijke studiomuren?
Tijdens mijn studie was ik al erg geïnteresseerd in het tijdsaspect van fotografie. Ik werkte veel met lange belichtingstijden, fotografische sequenties en zogenaamde fotografische installaties in de openbare ruimte. In deze installaties probeerde ik de tijdelijkheid in mijn fotografische praktijk radicaal uit te dagen: Ik elimineerde het 'decisive moment' volledig door grote gekleurde muren te creëren die ik in openbare ruimtes plaatste. De muur vormt een scherm waartegen, zoals gebruikelijk in een fotostudio, mensen verschijnen als modellen, losgekoppeld zijn van hun context. Deze theatrale installatie vormt een onderzoek naar het perceptieproces dat gepaard gaat met het maken van foto's, waarbij we onvermijdelijk keuzes maken in hoe we onze omgeving inkaderen. Hier beslis ik niet zelf over het 'decisive moment' of het perspectief van de registratie, maar creëer ik een situatie waarin deze verantwoordelijkheid wordt gegeven aan de deelnemer van het werk, de kijker.
In een interview zei je eens: "Mijn beelden worden een interpretatie van een moment, in van plaats van een document." Kun je uitleggen wat je hier precies mee bedoelt?
In de fotografie bestaat een lange traditie van het vastleggen van momenten die worden geïnterpreteerd als een objectieve werkelijkheid. Ik heb grote twijfels of het verbeelden van een objectieve werkelijkheid überhaupt mogelijk is. Het is inherent aan het kader van het fotografische beeld dat er context wordt uitgesloten. Met mijn camera observeer ik plekken en hun bewoners. Soms uren, soms dagen. Deze fotografische verzameling vormt het uitgangspunt van mijn kunstwerk en zo ontstaat er een nieuwe foto. Het is een fotografische interpretatie waarbij meerdere momenten worden samengevoegd in één beeld, dat zich losmaakt van de pretentie een neutrale werkelijkheid te documenteren.
Je toont je werk op verschillende wijzen, variërend van Hahnemühle papier, aluminium, en zelfs op een iPad. Hoe bepaal je welk medium of materiaal het best past bij een specifiek werk?
Het medium is afhankelijk van het concept en hoe het in de ruimte wordt gepresenteerd. Ieder werk heeft zijn eigen maatvoering en presentatietechniek nodig, die bepaald wordt door de ruimte en de interactie tussen beschouwer en het werk.
Tot en met 29 juni zijn enkele van je foto’s te zien in het Noord-Brabants Museum in de tentoonstelling ‘Doorzetters’, over de kracht van sport. We zien foto’s van zwemmers en skaters, wat fascineerde jou aan deze sporters?
Ik ben geïnteresseerd in het afbeelden van beweging en spel in openbare ruimtes. Sport combineert deze twee onderwerpen prachtig. Het is een sociale en ruimtelijke praktijk op een bepaald moment, waarbij mensen fysiek met elkaar in contact komen. Zowel sport als kunst dagen lichaam en geest uit, overschrijden grenzen en bieden ruimte voor communicatie en sociale verandering.
Je werkt momenteel aan een fotoproject bij de Hortus botanicus in Leiden. Kan je iets meer vertellen over dit project?
De kunstopdracht in samenwerking met het LUMC betreft een nieuwe serie fotowerken voor de nieuwe Radiologie afdeling, waarin ik bestaande concepten en technieken verder kan ontwikkelen, uitbreiden en verdiepen. De Hortus vormt een tuin van verwondering, waarin uiteenlopende planten vanuit de hele wereld zijn samengebracht. Kunst en wetenschap komen hier samen in een levende collectie die telkens verandert. De Hortus brengt de mens in contact met andere vormen van leven en die wordt daar al wandelend onderdeel van. Nu de natuur steeds meer onder druk komt te staan, is de Hortus een belangrijke plek waarin we kennisnemen van de natuur en ons bewust worden van de schoonheid en relevantie hiervan. De opdracht om de Hortus en haar bezoekers in verschillende seizoenen vast te leggen en deze beelden samen te voegen, biedt mij de kans het concept van het fotografisch moment verder uit te dagen. Hoever kan ik gaan in het oprekken van het beeld, in het creëren van een imaginaire tuin, zonder dat het zijn geloofwaardigheid verliest?