‘Ik ben fan van het werk van Guillaume Bijl’, aldus Philip Akkerman in de openingszin van het persbericht van de tentoonstelling Guillaume Bijl & Philip Akkerman die nog twee weken te zien is bij TORCH in Amsterdam. Zo simpel kan het dus ook. Je bent fan van iemand en vraagt hem of haar mee te werken aan jouw tentoonstelling. Akkerman vroeg Bijl of hij een zelfportret mocht toevoegen aan een van zijn installaties. Bijl zei ja en stelde volgens het persbericht verder geen vragen. Verder zijn er volgens Akkerman geen diepere intellectuele gedachten of bedoelingen, althans nu nog niet. Blijft de vraag waarom Akkerman juist fan is van Guillaume Bijl.
Spelen met context
Wie Akkermans vorige show bij Torch zag, heeft wellicht een idee waarom hij juist Bijl vroeg. “Philip doet altijd iets bijzonders. Bij zijn vorige tentoonstelling hebben we het hele interieur van een huis nagebouwd. Min of meer toevallig hing daar kunst aan de muur, van Philip, maar ook van kunstenaars die hij bewondert en uitnodigde om mee te doen”, vertelt Jorre Both van Torch Gallery. “Daarmee wil hij een soort democratisering van de kunst teweegbrengen. Hij houdt vooral niet van het elitaire van een instelling als deze. Er zal altijd een verschil zijn tussen hoe klinisch kunst hier aan de muur wordt gehangen en hoe het er thuis uitziet. Dat probeert Philip te doorbreken en deze tentoonstelling is daar weer een stap in.”
De Antwerpse kunstenaar Guillaume Bijl, in Nederland vertegenwoordigd door Lumen Travo, doet al decennia iets dat daarop aansluit. Hij maakt installaties en assemblages van voorwerpen die hij thematisch ordent. Het zijn geen dure of gezochte voorwerpen. Eerder het tegenovergestelde: de zeesterren, de letters die samen Welcome spellen, de lokeenden en het plastic ijsje in de assemblage uit de Sorry-serie lijken stuk voor stuk zo uit de Action of Xenos te komen. Het is goedkope, tacky troep.
De eerste reactie op zoveel zorgvuldig gecureerde lulligheid is een grote glimlach. Daarmee trekt Bijl je zijn universum in. In de daaropvolgende seconden dient zich als vanzelf een stortvloed aan vragen aan: Waarom juist deze voorwerpen? Zou ik dit ook kunnen maken? En sorry voor wat of wie eigenlijk? Excuseert Bijl zich omdat hij het niet kon laten om zoiets geestigs te maken of verontschuldigt hij zich voor de mensheid dat we zoveel plastic rommel nodig hebben? Maar vooral: Wat maakt Sorry tot kunst? Zit dat in de samenstelling van de voorwerpen of is komt het door de context van de galerie? Zou ik het ook zo goed vinden als het niet in een galerie getoond werd?
Religieuze shop
De Sorry-assemblage biedt buiten het nautische thema weinig context, dat is bij de installatie Religieuze shop die in de achterruimte staat wel anders. Bijl maakte de winkel met liturgische objecten in 2019 voor een tentoonstelling over religie en kunst in een Leuvense abdij. De verwarring bij de bezoekers moet compleet zijn geweest, want Bijls Religieuze shop heeft alles wat je ervan verwacht: een rijk assortiment crucifixen - opgehangen aan een hardboardbord voor gereedschappen- , een vitrine met vergeelde iconen, een klein, wit bureau met kaartenrek en rozenkransen en op de vloer stapeltjes boeken. Het geheel wekt de vreugdeloze indruk die je met een dergelijke winkel associeert, en is mede daarom niet van echt te onderscheiden als hij plots in een museumopstelling opduikt. Alleen de verkoper ontbreekt.
Net als bij Sorry is in de Religieuze shop niets aan het toeval overgelaten. ‘We kregen de installatie in dozen binnen, met daarbij foto’s van de inrichting”, vertelt Both. Van de kleur op de wanden tot de stapels boeken – overal is over nagedacht. Op de rechter zijwand, nog achter de vitrine, voegde Philip Akkerman een zelfportret in rood en goud toe. Het werk valt niet op, omdat de kleuren overeenkomen met die van de iconen in de vitrine. Het is een soort logische voortzetting.
Toch zet ook deze interventie van Akkerman je op het verkeerde been: net als je je bij Sorry afvraagt of de context het werk tot kunst maakt, vraag je je bij Akkermans zelfportret in de Religieuze Shop af of deze context niet alles tot een liturgisch voorwerp kan verheffen.
BC/AC
Direct bij de ingang is Bijls installatie Self-Portraits Before & After Cloning te zien. Op de eerste pasfoto uit 1979 is een volwassen Bijl te zien. Kort daarop liet hij zich clonen en op de daaropvolgende pasfoto’s zien we Bijls clone langzaam opgroeien. Net zo lang totdat we op de 16e pasfoto weer kijken naar dezelfde pasfoto uit ’79, maar dan genomen in 2013.
Bijls installatie hangt er niet toevallig. Hij knipoogt naar Philip Akkermans zelfportretten. Al 40 jaar lang schildert Akkerman vrijwel uitsluitend zichzelf. Een van de redenen daarvoor is dat Akkerman zichzelf precies zo kan afbeelden als hij wil, waar derden daar vermoedelijk meer moeite mee zouden hebben, aldus Both.
Het beperkte onderwerp maakt Akkerman zeker niet minder productief. Jaarlijks produceert hij meer dan 100 werken. Volgens het persbericht dat Akkerman opstelde, gaat hij altijd intuïtief te werk. ‘Ik deed altijd wat ik dacht dat ik moest doen. Een theoretische onderbouwing en diepzinnige gedachten over mijn werk volgden altijd jaren later.”
Die intuïtieve aanpak leidt Akkerman in allerlei richtingen. De selectie werk van de afgelopen drie jaar laat zien dat het alle kanten op kan gaan, van realistisch naar abstract en alles daartussen in. “Philip heeft de techniek van het olieverf schilderen zo goed onder de knie dat hij alles kan uitvoeren wat maar in zijn hoofd opkomt. Hij bedenkt een nieuwe vorm, dat voert hij uit en dan gaat ie door naar de volgende”, aldus Both. De enige waarneembare trend is dat Akkerman over de jaren heen steeds vaker abstracte zelfportretten is gaan maken.